Organisatie - 22 mei 2008

Verzetsmoord met een bos bloemen

Het is een Nederlandse verzetsprimeur: in januari 1943 stelen vier jongemannen het bevolkingsregister van Wageningen. Onder hen bevindt zich de 21-jarige Wageningse student Henk Sijnja, die dat najaar in het plaatselijke ziekenhuis ook nog een collaborateur liquideert. Een daad die de Telegraaf inspireert tot de kop ‘Moordenaar brengt bloemen’.

Sijnja in 1994.
Sijnja in 1994.

Foto: .

De getuigen leven niet meer, maar de getuigenissen zouden zo het scenario kunnen vormen voor een typisch Nederlandse verzetfilm. Op de website www.cultuurinwageningen.nl staan sinds begin deze maand vier filmpjes waarin de naar Nieuw-Zeeland geëmigreerde Henk Sijnja in 1994 onderkoeld vertelt over een aantal opmerkelijke verzetsdaden.
Sijnja is negentien jaar en studeert nog maar kort in Wageningen als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Al spoedig wordt hij actief bij de Wageningse Orde Dienst (OD), een verzetsgroep die zijn hoofdkwartier heeft in boerderij annex veerhuis Wolfswaard aan de Rijn. In de nacht van 2 op 3 januari 1943 rooft de groep het complete Wageningse bevolkingsregister om de tewerkstelling in Duitsland te frustreren. De groep verschaft zich via een ruitje toegang tot het gemeentehuis en voert de twintigduizend persoonskaarten in vier jute zakken af. Omdat de bezetter de actie toeschrijft aan studenten ontbiedt zij begin januari alle Wageningse hoogleraren op het politiebureau en worden twintig studenten als gijzelaar weggevoerd. Zij zouden allemaal levend terugkeren.
Het wordt pas echt menens als in de loop van 1943 duidelijk wordt dat zich in de OD een infiltrant bevindt. Door toedoen van deze 21-jarige collaborateur, Cornelis Iprenburg, valt een deel van de verzetsgroep in handen van de bezetter. De eerste aanslag op Iprenburg mislukt en Sijnja aanvaardt de opdracht de liquidatie te voltooien in het Wageningse ziekenhuis Ziekenzorg.
Op 27 oktober 1943 vermomt Sijnja zich als Duitse soldaat met een lange zwarte jas, rijlaarzen, een armband met swastika en een zwarte pet. ‘Ik had een heel klein pistooltje, een 6.35 Walther, en kreeg ook nog een bos bloemen in mijn handen gedrukt’, vertelt Sijnja op de film uit 1994. Onderweg naar de ziekenkamer van Iprenburg vraagt Sijnja zich af: ‘hoe schiet je zo dat het lukt met één kogel? Veel tijd had ik niet. Ik heb de bloemen op z’n bed neergelegd, het wapen op zijn hartstreek gezet – min of meer op zijn borst gedrukt – en toen heb ik afgevuurd.’
Het slachtoffer schreeuwde zo hard dat Sijnja in de deuropening nog probeerde een tweede schot te lossen, maar dat mislukte doordat de eerste patroonhuls klem zat. ‘Dus ik denk: dan maar doorlopen, langs de bode en weer naar buiten.’
Bij zijn contactadres aan de Lawickse Allee krijgt Sijnja na afloop ‘een sterke kop koffie met een scheut cognac’. Als hij de volgende dag bij zijn moeder in Zeist opduikt toont die hem de kop in de Telegraaf: ‘Moordenaar brengt bloemen’. ‘Mijn moeder zei: how low can you go. Ik hoop dat jij daar niks mee te maken hebt?’ Sijnja stelt haar gerust.
De directeur-geneesheer van het ziekenhuis, dr. Jan Boes, die als informant voor de verzetgroep had opgetreden, wordt enige dagen na de moordaanslag bij zijn huis aan de Hesselink van Suchtelerweg neergeschoten door een Duitse scherpschutter. Hij was slachtoffer van het doodseskader Silbertanne die voor de Nederlandse SS wraakacties uitvoerde. Sijnja voelt vijftig jaar later nog steeds wroeging over de dood van Boes. ‘Dat ik de oorzaak ben geweest van de vroegtijdige dood van deze verzetsstrijder en chirurg kan nimmer met een enkel gebaar worden afgeschud, noch door mij worden vergeten. Het was een veel te hoge prijs.’

Re:ageer