Wetenschap - 7 september 2006

Verwekker aardappelziekte had groene voorouder

De beruchte ziekteverwekker Phytophthora stamt waarschijnlijk af van groene voorouders die zonlicht als energiebron konden benutten om voedingstoffen te maken. Dat de soorten nu zo goed planten kunnen infecteren danken ze vooral aan de enorme uitbreiding van het eiwitarsenaal dat een rol speelt bij het binnendringen van verschillende plantensoorten.

‘We hebben in Phytophthora een flink aantal genen gevonden die bij planten een functie hebben in bladgroenkorrels, de celonderdelen die een sleutelrol spelen bij de fotosynthese. De ziekteverwekkers blijken die genen al miljoenen jaren geleden te hebben ingelijfd in het genoom van de celkern’, verklaart dr. Francine Govers van de leerstoelgroep Fytopathologie. Govers is, net als haar collega’s dr. Rays Jiang en dr. Harold Meijer, één van de 53 auteurs uit vijf landen die 1 september in wetenschapsblad Science een genoomanalyse van twee Phytophtora-soorten publiceerden.
Het gaat om Phytophthora sojae, die sojaplanten infecteert, en Phytophthora ramorum, die een breed scala aan bomen en struiken aantast. ‘Die keuze was deels ingegeven door politiek. Ramorum is in Amerika hot omdat de ziekte, bekend als Sudden Oak Death, tot een ravage leidt onder eikenbomen in Californië. Actiegroepen willen dat daar snel iets aan gedaan wordt. Voor de wetenschap is het echter een relatief nieuwe, weinig onderzochte soort. Als compromis is toen ook Phytophthora sojae meegenomen, wat wel een modelorganisme is.’
Govers werkt zelf vooral aan Phytophthora infestans, de veroorzaker van de gevreesde aardappelziekte. Toch is ze ook al zeer gelukkig met de ontrafeling van het genoom van de twee verwante broertjes. ‘We kunnen nu al twee genomen vergelijken, en de meest interessante informatie haal je nu eenmaal uit de overeenkomsten en verschillen die je dan vindt.’
Voor ziektebeheersing is vooral de karakterisering van een enorme diverse eiwitfamilie van belang, omdat de eiwitten afweerreacties in planten kunnen uitlokken. Het gaat volgens Govers om meer dan zevenhonderd verschillende eiwitten, 350 in iedere soort. Die diversiteit verklaart waarschijnlijk waarom de oömyceten of waterschimmels zoveel verschillende plantensoorten belagen. / Gert van Maanen

Re:ageer