Wetenschap - 1 januari 1970

Verstikking dreigt voor plagen in bloembollen

Verstikking dreigt voor plagen in bloembollen

Verstikking dreigt voor plagen in bloembollen


Verstikking is mogelijk de nieuwe methode om mijten, luizen en tripsen in
bollen en knollen te bestrijden. Onderzoekers van de sector bloembollen van
Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO) in Lisse ontdekten dat extreem
lage zuurstofgehaltes (ULO) of extra hoge CO2-concentraties plagen in tulp,
iris, gladiool en lelie bijna volledig bestreden.

De onderzochte beesten veroorzaken schade aan de bollen doordat ze de
sappen uit de bollen en knollen zuigen, waardoor ze niet meer opkomen of
schade aan bloemen ontstaat. Voor de bestrijding van de plagen zijn de
telers, door het verbod op andere chemische middelen, nu afhankelijk van
één middel, de organische fosforverbinding Actellic. Vanwege het risico op
resistentie en een mogelijk verbod op gebruik van dit middel omdat het ook
in oppervlaktewater wordt aangetroffen, zoekt PPO naarstig naar nieuwe,
biologische bestrijdingsmiddelen.
PPO-onderzoeker Cor Conijn vertelt dat door het plaatsen van gedroogde
bollen in grote ruimte waarvan de luchtsamenstelling kan worden gewijzigd
het gros van de tulpengalmijten, wolluizen, gladiolentripsen en
bollenmijten in lelie sterft. De Ultra Low Oxygen (ULO) techniek wordt nu
ook wel toegepast voor het bewaren van groente en fruit. Bollenmijten
sterven bij hoge kooldioxidegehaltes, al is de bestrijding is nog niet
volledig. “We weten nog niet of de ULO-behandeling effect heeft op de
kwaliteit van de tulpenbol en de gladiolenknol. De kwaliteit van de irisbol
ging er in ieder geval niet op achteruit

Re:ageer