Wetenschap - 7 juli 2011

Vers bloed voor spinazie

Zoeken naar oerspinazie in de Kaukasus. Belangrijk voor behoud biodiversiteit.

Chris Kik op spinazie-expeditie in de Zuidelijke Kaukasus.
Chris Kik van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) keerde afgelopen weekend terug van een eenmansexpeditie door Azerbeidzjan, Georgië en Armenië. Resultaat van de reis: een  koffer volgepropt met 53 witte linnen zakjes zaad van wilde en lokaal geteelde spinazie. Dat materiaal gaat dienen als vers bloed voor de veredelingsbedrijven, maar, zo benadrukt Kik, het verzamelen ervan is ook belangrijk voor behoud van de biodiversiteit.
'Het lijkt misschien niet zo'n grote oogst als je ruim vier weken bent weggeweest, maar ik kan je verzekeren: het was lang en hard werken, vaak bij 35 graden', vertelt Kik. 'Het zijn nogal onooglijke plantjes die bovendien worden begraasd door geiten en schapen.' Om potentiële  groeiplaatsen te vinden, ging hij te rade bij de lokale bevolking. Die verzamelt spinazie in het wild als eerste voorjaarsgroente.
Chris Kik, hoofdcurator bij de genenbank van het CGN: 'Wij willen de nadruk leggen op groenten omdat die in genenbanken wereldwijd ondervertegenwoordigd zijn. Nederland heeft zich bovendien de laatste twee decennia mondiaal ontwikkeld tot een grote speler op het gebied van de groenteveredeling.' Veredelingsbedrijven zitten volgens hem te springen om vers materiaal van spinazie, en dan vooral van twee wilde verwanten die waarschijnlijk interessante genetische eigenschappen bevatten.
Bescherming tegen wolf
Die twee familieleden komen voor in verschillende gebieden; de ene in het nu onderzochte gebied in de Zuidelijke Kaukasus; de andere groeit wat dieper in Azië, onder meer in Tadzjikistan. Daar was Kik al in 2008 om zijn genenbank te spekken. Twee keer een spinazie-expeditie in drie jaar? Kik: 'Bedrijven drongen erop aan. Er is bijvoorbeeld dringend behoefte aan nieuwe genen om de ziekte 'wolf' het hoofd te bieden, een schimmelachtige aandoening van spinazie die constant in nieuwe vormen de kop op steekt. Ik denk dat het nu verzamelde materiaal zich bovendien goed leent voor de ontwikkeling van droogteresistentie en zouttolerantie.'
 Voordat het zover is - 'de veredelingsbedrijven zijn nu volop ­bezig met het materiaal van de expeditie in 2008; dat kost wel tien jaar' - drogen medewerkers van het CGN de verzamelde zaden en verdelen ze die vervolgens over de meebetalende veredelingsbedrijven. Die kweken de zaden op en vermeerderen ze. Zelf houden die een deel van de oogst; een deel gaat naar genenbanken in de herkomstlanden. De rest wordt geseald en in porties van 50 tot 100 zaden bij min 18 opgeslagen in de koelcel in Wageningen, de grootste spinazie-genenbank in de wereld. Bijna elke dag wordt er wel een verzoek om materiaal gehonoreerd.
Biocultureel erfgoed
Veredeling en voedselzekerheid op de lange duur vormen niet de enige doelen van zijn reizen, aldus Kik. 'Met het verzamelen van wilde spinaziesoorten leveren we ook een bijdrage aan het behoud van biodiversiteit.' In Centraal-Azië bijvoorbeeld groeit de wilde spinazie langs niet-bemeste en niet-geïrrigeerde akkers. Als ook daar de akkerbouw intensiveert, legt de wilde spinazie wellicht het loodje. Daarnaast bewaart het CGN biocultureel erfgoed, aldus Kik. Van de 53 zakjes met zaad die hij bij deze expeditie verzamelde, zijn er 29 afkomstig van wilde spinazie en 14 van landrassen van de ook bij ons gangbare spinaziesoort, maar dan door generaties Kaukasische boeren in hun moestuinen aangepast aan de lokale groeiomstandigheden. 'Die landrassen verdwijnen vaak op den duur. Wij  bewaren ze voor de toekomst.'

Re:ageer