Wetenschap - 1 januari 1970

Vernieuwende boer moet het zelf doen

Vernieuwende melkveehouders ontmoeten veel obstakels. Ze lopen aan tegen diep ingesleten werkwijzen en belangen bij toeleveranciers en afnemers, maar ook bij overheid en onderzoek. Dat is de strekking van een bloemlezing van innoverende melkveehouders.

De ‘Atlas van innoverende melkveehouders’ is een verzameling verhalen over melkveehouders die langs ongewone weg hun bedrijf vernieuwen, bijeengebracht door onderzoekers van de Animal Sciences Group, Praktijkonderzoek en de leerstoelgroep Rurale Sociologie. Het gaat niet om innovatie door schaalvergroting, maar om innovatie via andere wegen die de bedrijfsvoering verduurzamen. Bijvoorbeeld door de bodem te verrijken, vezelrijker voer te geven of zelf robuustere koeien te fokken die langer mee gaan. Het zijn maar wat voorbeelden uit de grote diversiteit aan strategieën die melkveehouders blijken te volgen.
Onderzoeksleider dr Dirk Roep stelt dat de vernieuwing in de melkveehouderij vooral op institutionele obstakels stuit en op diep verankerde patronen in en om de melkveehouderij. Zo ondervinden de veehouders het obstakel van de krachtvoerleveranciers die alleen krachtvoer leveren waar volgens de boer te veel vet in zit. Daarom gaat de boer zelf zijn krachtvoer verbouwen en mengen. Ook regels van de overheid zitten melkveehouders dwars. En volgens Roep richt ook onderzoek zich nog te veel op het oude groeimodel en te weinig op de diversiteit van praktijkvernieuwing van boeren zelf. Om de vernieuwing op bedrijfsniveau uit te breiden naar meer bedrijven, moet de omgeving van de sector mee veranderen, concludeert Roep.
‘Het laatste wat melkveehouders, beleidsmakers en onderzoekers moeten doen nu de melkveehouderij onder grote druk staat is oogkleppen opzetten. Er valt veel te leren van innovatieve boeren’, zegt Roep. Ook, zo blijkt uit een hoofdstuk in het boek, als het gaat om wichelroede lopen of het weghalen van ‘electro-smog’. Roep: ‘Het is niet aan mij om dergelijke alternatieve methoden gelijk af te doen als flauwekul. Dan geef je bij voorbaat aan dat er niks valt te leren van de manier waarop deze mensen met hun bedrijf bezig zijn.’
Het onderzoek krijgt een vervolg in vier projecten waarin een aantal boeren met onderzoekers gaan experimenteren met een meer natuurlijke bedrijfsvoering, het verlagen van de kosten en het aanbieden van nieuwe diensten. / JT


art.wolleswinkel@wur.nl

Re:ageer