Wetenschap - 24 maart 2016

Vernieuwde dierproefwet frustreert dieronderzoekers

tekst:
Rob Ramaker
1

De nieuwe aanvraagprocedure voor dierproefvergunningen veroorzaakt veel bureaucratische rompslomp en onduidelijkheid. Dat zeggen Wageningse dieronderzoekers. De Centrale Commissie Dierproeven (CCD) erkent de overgangsproblemen, maar ziet al verbetering.

Foto: Richard Towell / Gedragsecologen in Wageningen doen regelmatig proeven met koolmezen

Ruim een jaar na het ingaan van de vernieuwde Wet op de dierproeven morren dierwetenschappers. ‘De nieuwe procedure is lang, complex en duur,’ zegt Johan Verreth, hoogleraar Aquacultuur en visserij. ‘Er is veel verwarring’, zegt Marc Naguib, hoogleraar Gedragsecologie. Zo weten onderzoekers vaak niet goed wat er wordt verwacht en zijn ze meer tijd en geld kwijt dan voorheen. De interne toezichthouder voor dierproeven binnen Wageningen UR en ook de Nederlandse Vereniging voor Gedragsbiologie bevestigen dat deze problemen breed worden ervaren. 

‘De Centrale Commissie Dierproeven is zich zeer bewust van de onrust in het veld’, reageert voorzitter Ludo Hellebrekers. Deze kon volgens hem ontstaan doordat het nieuwe toezichtsregime na de wetswijziging razendsnel is opgetuigd. Hellebrekers zegt dat goed is geluisterd naar de dierwetenschappers: ‘Inmiddels zijn veel problemen uit 2015 opgelost.’ 

De nieuwe procedure is lang, complex en duur.
Johan Verreth, hoogleraar Aquacultuur en visserij aan Wageningen University

Eind 2014 werd de Wet op de dierproeven aangepast, zodat Nederland weer in de pas loopt met Europese regelgeving. De wijzigingen hadden veel impact op de praktijk. Voorheen stuurden onderzoekers proefopzetten naar een lokale Dier Experimenten Commissie (DEC). Hierin zaten wetenschappers en ethici die het voorstel tegen het licht hielden. In de nieuwe situatie dienen onderzoekers veel omvangrijker projectvoorstellen in – na lokale afstemming – bij de CCD. Deze stuurt ze na technische keuring naar DEC’s voor een advies, om daarna het voorstel nog een laatste maal te bekijken. Een lokale Instantie voor Dierenwelzijn (IvD) ziet toe op de uitvoering van proeven die onder toegekende vergunningen vallen.  

Deze centrale aansturing moest zorgen voor eenduidige besluiten die niet van stad tot stad verschilden. Onderzoekers zien vooralsnog vooral nadelen. ‘Aanvragen duren nu meerdere maanden’, zegt Naguib. De CCD is het bovendien lang niet altijd eens met de DEC’s en keurt zelfs na een positief advies relatief veel voorstellen af.  

De Centrale Commissie Dierproeven is zich zeer bewust van de onrust in het veld.
Ludo Hellebrekers, voorzitter van de Centrale Commissie Dierproeven

De CCD maakt afgelopen oktober zelf bekend dat 70 procent van de adviezen wordt overgenomen. Naarmate de verwachtingen en procedures duidelijker worden, loopt dit op, zegt Hellebrekers. ‘Inmiddels is dit al ongeveer 90 procent, maar we willen uitkomen op minimaal 95 procent.’ Zelf ziet hij een stijgende lijn in de dossiers voor ‘kwaliteit, volledigheid en navolgbaarheid’.

Eén ding waar Hellebrekers niets aan kan doen zijn de hogere kosten. Gedragsonderzoeker Naguib geeft aan dat deze kunnen oplopen tot 10 duizend euro per project. De kosten voor leges voor de vergunning van de CCD liggen tussen de 935 en 2500 euro. De nieuwe, meer complexe procedure is in lijn met verplichtingen uit Brussel, zegt Hellebrekers. Hogere kosten zijn hierbij onvermijdelijk.

De onderzoekers hopen dat de problemen inderdaad kinderziektes zijn. Verreth hoopt op ‘gewenning’, zodat de procedure mettertijd soepeler gaat lopen. ‘We zijn niet tegen verantwoording’, benadrukt hij, ‘maar wel binnen redelijkheid. Dit helpt niet het dierenwelzijn te verbeteren.’

Re:acties 1

  • Ronald

    De werkwijze CCD doet mij denken aan dit filmpje:

    https://www.youtube.com/watch?v=mJipJwDPJ-g

    Reageer

Re:ageer