Wetenschap - 12 september 1996

Vermarkten van Wageningse kennis verloopt moeizaam en traag

Vermarkten van Wageningse kennis verloopt moeizaam en traag

De doorstroming van landbouwkundige kennis naar de praktijk stagneert, schreef burgemeester Peper in zijn advies aan minister Van Aartsen. Bedrijven dienen de commercialisering ervan ter hand te nemen. Op het Agro-businesspark in Wageningen moeten bedrijven zorgen voor die spin off van wetenschappelijke kennis, maar productontwikkeling is een diffuus proces".


Wij hebben contacten met DLO, duiken af en toe de bibliotheek in en een studiegenoot van mij werkt bij de LUW. Het is gemakkelijk dat je op de fiets kunt springen, samen een broodje kunt eten en de laatste inzichten oppikt", vertelt ir M. Carlier, werkzaam bij Agro Markt. Dit bedrijf richt zich op marktonderzoek voor banken, cooperaties en het ministerie. De marktonderzoekers zijn al tien jaar actief en gehuisvest in het Agro-BTC. In dit bedrijfsverzamelgebouw op het Agro-businesspark biedt de gemeente startende kennisintensieve bedrijven gunstige faciliteiten.

Carlier vertelt dat Agro Markt heeft geprobeerd in samenwerking met de LUW een produkt te ontwikkelen. Dat mislukte en verdere uitleg wil hij niet geven, want dat ligt gevoelig. De samenwerking verliep wel goed, maar resultaten bleven uit. Uiteindelijk had ik twijfels bij de onderliggende theorie."

Carlier benadrukt dat de klanten van Agro Markt graag eenvoudig interpreteerbare resultaten zien. Voor het marketingonderzoek beschikt het bedrijf over meer geavanceerde softwarepakketten dan de universiteit.

Bevruchting tussen bedrijven en onderzoekgroepen ziet hij het liefst via persoonlijke contacten lopen. Onlangs was Andriessen op de LUW voor een boeiende lezing. Achteraf spreek je dan met vakgenoten, van wie een deel is uitgewaaierd. Dat werkt, kennis doordrukken niet."

Carlier zou graag een opdracht uitvoeren met begeleiding vanuit de LUW, waaraan bijvoorbeeld een afstudeeropdracht is gekoppeld. Maar van zo'n samenwerking is het nog niet gekomen. Medehuurder H. Westland, van Westland Independent Laboratories, zou ook graag zo'n soort samenwerking willen. Binnenkort ga ik een melkpoederfabriek in de Oekraine opkalefateren. Dat zou een interessant project kunnen zijn voor wetenschapsgebieden als logistiek of voeding."

Poedermelk

Maar Westlands bedrijf, dat vooral kwaliteitscertificaten levert voor partijen poedermelk uit Oost-Europa, heeft amper met de LUW te maken". Westland doet dan ook nauwelijks aan produktontwikkeling en heeft genoeg aan af en toe een update van kennis. Dan gaan we naar het Jan-Kopshuis en daarna pas op de LUW langs." Intensieve contacten heeft Westland wel met het Rijksinstituut voor zuivelonderzoek (Rizo) en het Rijkskwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten (Rikilt) van DLO. Bij beide instellingen werkte Westland voordat hij zijn onderneming startte.

Als hij contacten met LUW-vakgroepen zou leggen, moet dat vooral praktisch van aard zijn, meent Westland. Veel laboratorium-analyses zouden uitbesteed kunnen worden. Westland wil daar wel een facilitair lab voor opzetten. Of: Binnenkort hebben we een sproeitorentje nodig. Een duur apparaat dat ik graag zou willen huren van een vakgroep." Maar Westland ziet de universiteit als een ondoorzichtig geheel, waarbij het onduidelijk is wie aanspreekbaar is.

Meer ervaring met de vermarkting van Wageningse kennis heeft dr L.P.J.J. Noldus van Noldus Information Technology. Dit bedrijf ontstond na zijn promotie op de vakgroep Entomologie. De Leidse bioloog nam een van zijn instrumenten, een softwarepakket dat gedrag van insecten beschreef, mee. Binnen een half jaar ontwikkelde hij van dit halffabrikaat een product. De eerste klanten waren collega's van de vakgroep Entomologie. Nu maakt Noldus meet- en analyse-software die het gedrag van dier en mens registreert. Noldus heeft 25 medewerkers en een kantoor in de VS en verkoopt in zeventig landen zijn producten.

De samenwerking met Entomologie bestaat nog steeds. Omdat Noldus niet over laboratoria beschikt, is deze samenwerking essentieel. Snel gaat de productontwikkeling overigens niet. Het is een lang en moeizaam proces, waarbij een vakgroep in de regel het levenslang gratis gebruik van het te ontwikkelen apparaat verwerft. We hebben nu vijf van dat soort projecten achter de rug. Zo'n ontwerpproces spreekt wetenschappers in het begin wel aan, maar na een paar proefrondes trekken velen zich terug. Ze zijn immers onderzoekers die daar niet voor betaald worden."

Noldus, gevestigd in het Compotex-bedrijfsverzamelgebouw aan de Costerweg, is een voorbeeld van een bedrijf met een typisch Wageningse basis, dat inmiddels nog maar een beperkt deel van de omzet uit de agrarische markt haalt. Dat geldt ook voor het bedrijf dat de naambekendheid van kenniscentrum Wageningen een enorme impuls gaf: Meteo Consult. Directeur H. Otten is verbaasd dat de agrarische markt slechts een klein deel van de diensten afneemt. We dachten juist dat die een belangrijk aandeel zouden nemen."

Otten, die bij het KNMI werkte en zijn opleiding in Eindhoven genoot, kwam naar Wageningen en werkte samen met de vakgroep Natuur- en weerkunde. Meteo Consult moest kennis overbrengen, want dat gebeurde gebrekkig. We hebben diverse theoretische inzichten vertaald in producten voor de boeren, zoals grasgroei- en droogmodellen. Maar dat verkoopt niet. Boeren zijn niet bereid te betalen." En dat terwijl adviseur Peper groepen van boeren aanwijst als investeerders in toegepaste kennis.

Mol

Boeren zijn in ieder geval niet de opdrachtgevers van de buurman van Meteo Consult op het Agro businesspark, het biotech-bedrijf Keygene. Dat ontvangt opdrachten van veredelingsbedrijven, meldt woordvoerder ir L. Slootmakers. Onze relatie met Wageningse onderzoekers is alleen indirect via onze opdrachtgevers. In het begin hebben we ons als een mol gedragen en onze technologie in alle stilte ontwikkeld op basis van een Amerikaanse vinding. Nu zijn we, geheel toevallig, beland in de DNA-merkertechnologie. Dat maakt tachtig procent van onze activiteiten uit." De activiteiten van Keygene staan dus los van de ontwikkelde expertise bij LUW en DLO.

Dat geldt niet voor het Nutrienten management instituut (NMI), dat met voorlichting en consultancy bezig is op basis van Wageningse inzichten en kennis. Het NMI, gehuisvest in het Agro-BTC en in 1991 uit Den Haag gekomen, onderhoudt nauwe banden met de vakgroep Bodemkunde en plantenvoeding. Het bedrijf financiert zelfs een leerstoel, aldus voorlichter ing. T.A. van Dijk.

Het NMI houdt zich bezig met onderzoek naar en voorlichting over de relatie tussen meststoffen en milieu. De opdrachtgevers van het onderzoek, veelal deskstudies, zijn kunstmestfabrikanten, importeurs en de Dienst landbouwvoorlichting. NMI, een stichting met vijftien vaste medewerkers, heeft zelden groepen boeren als de directe opdrachtgevers. Wij vermarkten kennis", meldt Van Dijk. We maken bijvoorbeeld een handboek over meststoffen, hun eigenschappen en bemestingsadviezen voor de praktijk. Dat wordt dankbaar gebruikt door voorlichters van kunstmestleveranciers en het onderwijs."

Op deze manier lijkt het NMI veel waar te maken van wat Peper als toekomst voor Wageningen schetst. Korte lijnen tussen theorie en praktijktoepassingen, meer private financiering van toegepast onderzoek en de ontwikkeling van producten of diensten.

Re:ageer