Wetenschap - 23 mei 2002

Verkenner voor Wageningen UR op de Japanse markt

Verkenner voor Wageningen UR op de Japanse markt

Japanners hebben zo hun eigenaardigheden. Zo hebben ze een obsessie voor versheid en gezondheid. En in zaken en onderzoek stellen ze een formele, langdurige samenwerking zeer op prijs. Drs Theo Jonker, die voor Wageningen UR en het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij gestationeerd is bij het landbouwbureau van de Nederlandse ambassade in Tokio, vertelt over de kansen op de Japanse markt.

Door berichten dat het slecht gaat met de Japanse economie worden de mogelijkheden op de Japanse markt voor de Nederlandse agribusiness en ook voor Wageningen UR vaak onderschat, zegt Theo Jonker. Maar Japan is nog steeds de tweede economie van de wereld, kent een grote koopkracht en is een kennisintensieve economie. Er liggen mogelijkheden, maar onderzoekers of ondernemers in de agrarische sector die met Japanners in zee willen, moeten zich wel bewust zijn van de verschillen tussen Nederland en Japan.

Vers bier uit blik

Zo zijn Japanners geobsedeerd door versheid en gezondheid, en dat heeft gevolgen voor de informatievoorziening rondom producten en de distributie daarvan. Groenten eten Japanners het liefst als die dezelfde ochtend nog uit de grond getrokken zijn. In winkels worden groenten waarbij dat zo is ook apart aangeprezen. Vaak met een foto van de tuinder erbij, om de verbinding met het land te benadrukken. Maar ook bier in blik, bij ons toch gezien als een houdbaar product, drinken Japanners het liefst direct uit de brouwerij. Japanners hechten aan veel informatie over hun voedsel.

Een ander kenmerk van de Japanse consument is zijn belangstelling voor gezondheid. Japanners gebruiken bijvoorbeeld meer chocola en rode wijn sinds bekend is dat daar polyfenolen in zitten. Dat zijn anti-oxidanten die onder andere de bloeddruk verlagen. De gezondheidsbevorderende kenmerken van de producten staan vermeld op de etiketten. Met dergelijke informatie blijkt de Japanse consument ook goed be?nvloedbaar. "Ze vertonen een zeker kuddegedrag, waardoor booms voor bepaalde producten ontstaan", zegt Theo Jonker. De industrie die zich toelegt op allerhande gezondheidsdrankjes en andere functional foods heeft in Japan dan ook een hoge vlucht genomen en loopt wereldwijd voorop.

Het Nederlandse bedrijfsleven speelt volgens Jonker nog onvoldoende in op de informatiebehoefte van de Japanse consument. Nederlandse tuinders exporteren bijvoorbeeld paprika's naar Japan, maar verliezen nu marktaandeel aan telers uit Zuid-Korea, die goedkoper produceren. Met een duidelijke vermelding dat Nederlandse paprika's gezonder zijn omdat bij de teelt minder pesticiden gebruikt worden, had Nederland zich kunnen onderscheiden.

Formele kapstok

Een ander Nederlands exportproduct zijn kassen. Jonker deed voor LNV een onderzoek naar de vooruitzichten voor de Nederlandse kassenbouw en kassenbouwtechnologie op de Japanse markt. Conclusie is dat er voor Nederlandse bedrijven zeker mogelijkheden zijn. Er is behoefte aan productieverhoging in de Japanse kastuinbouw, en daarmee is er ook behoefte aan kennis over moderne kassen en robots in de tuinbouw. Ook Wageningen UR zou hier meer nog dan nu het geval is kunnen bijdragen met technologie, kennis en cursussen. Maar een bijdrage van Wageningen UR of het bedrijfsleven vereist wel een heel specifieke op Japan gerichte benadering. Het is volgens Jonker van belang een langetermijninvestering te doen om de Japanse markt te leren kennen. Een goede en langdurige samenwerking en een hoge kwaliteit worden in Japan meer op prijs gesteld dan concurrentie op prijs alleen. In plaats van elkaar te beconcurreren op de Japanse markt, zouden de Nederlandse kassenbouwers volgens Jonker beter kunnen samenwerken om sterker te staan in de concurrentie met Zuid-Korea en Japan zelf.

Ook als het gaat om onderzoek hechten Japanners aan formele samenwerkingsverbanden. Jonker inventariseerde de behoefte van Japanse universiteiten en kennisinstellingen aan uitwisseling van kennis met Wageningen UR. Die is er in het algemeen op het gebied van landbouwwetenschap, maar meer in het bijzonder voor biotechnologie en genomics, post-harvest technologie, food sciences en bedrijfskunde van landbouwbedrijven. Ook de economie van landbouw en agrarische ketens heeft de belangstelling van de Japanners. Op individuele basis hebben Wageningse onderzoekers al contacten met Japanse onderzoekers. Maar volgens Jonker is er meer mogelijk, omdat voor Japanners echte samenwerking om een formele kapstok vraagt. Jonker werkt daarom aan samenwerkingsovereenkomsten tussen Wageningen UR en Japan.

Jonker kan onderzoekers en studenten de weg wijzen binnen de Japanse kennisinfrastructuur. Taal hoeft daarbij minder een probleem te vormen dan vroeger. Jonker, die zelf goed Japans spreekt, kwam dertien jaar geleden voor het eerst in Japan en heeft sindsdien in verschillende functies in Japan gewerkt. Toentertijd werd er nog nauwelijks Engels gesproken in Japan. Maar sindsdien is er veel verbeterd, zegt Jonker. Internationalisering staat ook bij Japanse kennisinstellingen en universiteiten hoog op de agenda en in hartje Tokio staan nu ook namen van de metrostations in het Engels aangegeven.

Joris Tielens, foto Guy Ackermans

Onderzoekers en studenten kunnen contact opnemen met Theo Jonker bij het landbouwbureau van de Nederlandse ambassade in Tokio, tel. +81-3-5401-0421, e-mail: theo.jonker@minbuza.nl.

Re:ageer