Wetenschap - 1 januari 1970

Verkeer en Waterstaat werkt te geïsoleerd

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat is niet voorbereid op participatief beleid. En dat is wel nodig. 'De Kaderrichtlijn Water van de Europese Unie schrijft participatie voor', stelt dr Judith Klostermann van Alterra.

Bestuurskundige Klostermann evalueerde samen met collega drs Marcel Pleijte het beleid van het Directoraat Generaal Water om de diffuse vervuiling van oppervlaktewater met metalen en nutriënten tegen te gaan. De evaluatie geeft een kijkje in de keuken van het ministerie. Dat blijkt binnen de watersector goed te communiceren en resultaten te behalen.
Ambtenaren hebben echter moeite met de contacten met meerdere belanghebbenden en andere ministeries, en met ingewikkelde integrale processen. 'De vervuiling van puntbronnen wordt wel goed aangepakt, maar zodra er meerdere belangen spelen, gaat het moeizaam', aldus Pleijte. Het ministerie is ook sterk gehecht aan eigen instrumenten, terwijl er weinig gebruik wordt gemaakt van de kwaliteiten van instrumenten van andere ministeries.
Het ministerie werkt, kortom, te geïsoleerd, zeggen Klostermann en Pleijte. Dat wordt volgens de onderzoekers nog versterkt door de onderzoeksinstellingen. 'Onderzoeksinstellingen als Alterra, het RIZA en RIVM staan soms niet in de maatschappij, maar ernaast', stelt Pleijte. 'Ze zien hun modellen niet als model, maar als werkelijkheid. Over de vooronderstellingen wordt niet meer gediscussieerd.' Normen voor vervuiling worden daardoor puur op ecologische basis vastgesteld, terwijl in de uitvoering ook zaken als de economische haalbaarheid en het maatschappelijke draagvlak spelen.
Dat metalen en nutriënten van nature in achtergrondconcentraties aanwezig zijn, werd bijvoorbeeld niet meegenomen. 'Toen de metaalindustrie informatie daarover wilde inbrengen, werd niet geluisterd', vertelt Pleijte. 'Pas toen de normen juridisch werden aangevochten, kwam er iets in beweging.' Dit kan leiden tot jarenlange 'rapportenoorlogen' met belanghebbenden, merkten Pleijte en Klostermann.
Het ministerie zal zich volgens de bestuurskundigen beter moeten voorbereiden op integraal beleid. Dat betekent meer communiceren met de verschillende belanghebbenden, betere uitwisseling met andere ministeries en een grotere aanwezigheid in Brussel. En dat is nodig, want het ministerie is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de uitvoering van de Europese Kaderrichtlijn Water. Uit eerder onderzoek van Alterra bleek dat door die richtlijn meer dan de helft van de boeren in Nederland moet stoppen. 'De belangen zijn enorm, en met eenzijdig opereren kom je dan niet ver', stelt Pleijte. / MW

Re:ageer