Student - 5 november 2009

Vergelijkend warenonderzoek

Van begin september tot half oktober was Arnon Grunberg gastschrijver aan Wageningen Universiteit. Voor Resource vergelijkt hij de gastschrijver--schappen die hij door de jaren heen aan verschillende universiteiten vervulde. ‘Het aantal studenten was in vergelijking met Boedapest, Delft en Leiden gering, maar dat heb ik niet persoonlijk opgevat.’

10-Grunberg-Miesjel.jpg
Gastschrijver is een merkwaardige functie. De persoon in kwestie is schrijver en gedurende enkele weken doceert hij aan een universiteit, doorgaans zonder dat hij daarvoor bevoegd is, maar mijn ervaringen op de universiteit hebben mij inmiddels geleerd dat bevoegdheid ook niet zaligmakend is.
Een vriend merkte onlangs zeer terecht op dat het wat diploma's betreft in mijn geval zo ongeveer ophoudt bij mijn diploma van de lagere school. Zo rond de tijd dat ik de lagere school verliet, haalde ik echter ook mijn fietsdiploma's (zwemdiploma A en B had ik toen meen ik al op zak) en jaren later heb ik in New York nog een makelaarsdiploma gehaald (zie ook mijn verhalenbundel Amuse-Gueule) maar verder zal ik niet met mijn onbevoegdheid koketteren.
Het is na vijf gastschrijverschappen aardig een vergelijkend warenonderzoek doen. Mijn allereerste gastschrijverschap was aan het City College in Londen, we hebben het over de herfst van 1997. In NRC Handelsblad (het stuk is later gebundeld in Grunberg rond de wereld) schreef ik: 'Niemand moet zich bij mijn aanstelling te veel voorstellen. In een brief van de professor stond: "U laat alles over u heen gaan en doet mee als gesprekspartner. Ik hoop dat u dit een prettig vooruitzicht  vindt."'
Achteraf gezien moet worden gezegd dat het vooruitzicht iets prettiger was dan de confrontatie.
Mijn klasje bestond uit een negental studenten plus de professor. In mijn tweede verhaal dat aan mijn gastschrijverschap aan het City College is gewijd, lees ik: '"We gaan verder," zei de professor. "Misschien is het een aardig idee de schrijver nu in de discussie te betrekken."'
Het mag een klein wonder genoemd worden dat ik na mijn ervaringen in Londen het gastschrijverschap niet voor altijd voor gezien heb gehouden.
Voor de volledigheid moet nog worden opgemerkt dat al mijn studenten in Londen Nederlands studeerden en dat enkele van de studenten ook daadwerkelijk Nederlands waren.
Een studente beschuldigde mij tijdens een presentatie over mijn werk discreet van vrouwenhaat. Maar ik deed wat de professor mij had opgedragen: ik liet alles over mij heengaan.
Na Londen kwam lange tijd niets maar in de herfst van 2004 was ik gastschrijver aan de ELTE universiteit in Boedapest. Ook daar studeerden al mijn studenten Nederlands, zij dat het niet voor allemaal hun hoofdstudie was. Hoewel Nederlands de voertaal was, beheerste niet iedere student het Nederlands volledig, waardoor wij soms noodgedwongen uitweken naar het Duits en het Engels.
Tijdens een discussie over esthetiek stelde ik de vraag of de studenten misschien een voorbeeld van slechte smaak konden geven. Een studente stak haar vinger op en zei zonder enige ironie: 'Homoseksualiteit.'
Later ontving ik van deze studente een mail waaruit ik zal citeren: 'Beste Arnon, misschien kan je je nog aan mij herinneren. Ik ben Gabriella, het meisje dat op jou colleges aan de ELTE en Károli Universiteit van de - volgens jou - provokative opmerkingen deed, wat trouwens helemaal niet mijn bedoeling was. (...) Ken jij ene Harry Tel Balk? Hij schijnt een Nederlandse dichter te zijn maar ik heb om eerlijk te zijn nog nooit van hem gehoord. Een vriend van mij vroeg mij om materiaal of eventueel vertalingen van zijn werken, maar ik heb géén idee waar zoiets te vinden is, want op internet heb ik niets over hem gevonden.'
Ik ben met deze studente tijdens mijn verblijf in Boedapest gaan eten. Hoe het met haar en de dichter 'Harry Tel Balk', die in werkelijkheid H.H. ter Balkt heet, verder is gegaan kan ik mij helaas niet herinneren.
In het voorjaar van 2005 begon ik aan het gastschrijverschap aan de Technische Universiteit in Delft, en hier doen de meer serieuze gastschrijverschappen hun intrede in het verhaal.
Als onderwerp voor mijn gastschrijverschap in Delft had ik gekozen: 'De techniek van het lijden.'
De rector van de TU Delft was hiervan een beetje geschrokken. Maar in een telefoongesprek enkele maanden voordat ik zou beginnen legde ik hem uit dat ik niet voornemens was studenten te martelen noch andere onverantwoorde psychologische experimenten op hen uit te voeren. Dit stelde hem gerust.
Omdat er te veel studenten zich hadden aangemeld en we niemand wilden teleurstellen werden er twee groepen gevormd. De ene groep moest een machine bouwen die zelf kon lijden, de andere groep moest een machine bouwen die de gebruiker deed lijden maar de gebruiker ook verleidde de machine te gebruiken. (Zie ook: De techniek van het lijden.)
Hoogtepunt van dit gastschrijverschap was een excursie naar Neurenberg, waar wij onder andere de architectuur van Speer bestudeerd hebben. Nadeel van zo'n excursie is wel dat de gastschrijver nader tot de studenten komt, waardoor ze hun laatste beetje respect voor hem verliezen.
In dit overzicht mag verder niet onvermeld blijven dat de rector mij bij officiële gelegenheden consequent Arnold heeft genoemd en een keer beweerde dat ik niets over wetenschap zou weten. Dit alles neem ik hem niet kwalijk, maar ik zal het hem wel zijn ganse leven blijven nadragen. Om misverstanden te voorkomen, wij zijn intussen vrienden.
Ook moet vermeld worden dat ik op het feest dat mijn Delftse studenten voor mij organiseerden om mij te bedanken voor mijn inspanningen de vrouw leerde kennen met wie ik verkering zou krijgen.
In het najaar van 2008 begon ik aan mijn gastschrijverschap in Leiden. Ik ging het hebben over waarheid en oorlogsliteratuur, meer in het bijzonder kampliteratuur. (Zie ook: Het verraad van de tekst.) In vergelijking met Delft waren de studenten zeer beleefd, van tutoyeren was geen sprake en met enige regelmaat hoorde ik: 'Meneer Grunberg, zou ik naar de wc mogen?'
Het merendeel van mijn studenten studeerde Nederlands of literatuurwetenschap. Tot mijn verbazing stelde de gemiddelde student literatuurwetenschap scherpere vragen dan de gemiddelde student Nederlands. Een student stuurde mij een mail met het verzoek of ik goeroe wilde worden van een groepje studenten. Ik heb dat geweigerd. Je moet niet gaan overdrijven in het vuur van je gastschrijverschap.
En dit najaar begon ik dan in Wageningen. Mijn idee om het over mannelijkheid te hebben was door universiteit afgewezen en zo kwamen we terecht bij mijn tweede keuze: manipulatie.
Het aantal studenten was in vergelijking met Boedapest, Delft en Leiden gering, maar dat heb ik niet persoonlijk opgevat.
De naar onderdanigheid neigende beleefdheid van Leiden ontbrak, maar gelukkig werd ik ook weer niet geconfronteerd met de brutaliteit van Delft, die ik, dat geef ik toe, enigszins aan mijzelf te danken had. Je moet met je studenten ook geen braadworst eten en bier drinken in Neurenberg.
Ik had sterk de indruk dat veel studenten, anders dan in Delft en Leiden, niet op mijn werk of mijn persoon waren afgekomen, maar op het onderwerp.
Ook viel mij de ernst op, een ernstige betrokkenheid. Het maakt denk ik ook wel uit of je met neerlandici in spe een tekst gaat lezen of met biologen en dierwetenschappers in spe; het referentiekader is gewoon anders.
Mijn gastschrijverschap in Wageningen was mijn meest ambitieuze, getuige de reader waarin teksten zijn verzameld van Machiavelli via Hitler en Elsschot tot Houellebecq.
Nooit zal ik vergeten dat een studente verontwaardigd meldde dat haar eten bijna naar boven kwam tijdens het lezen van De Sade.
Ik vond dat hoopvol en ontroerend tegelijk.
Mijn gastschrijverschap in Wageningen heeft mij ook, meer nog dan in Delft en Leiden, geleerd dat stille studenten niet altijd minder goede studenten zijn.
De colleges vonden alleen plaats in een uithoek van de universiteit waar verder geen andere studenten leken te komen, zodat ik mij soms een sekteleider voelde./Arnon Grunberg

Re:ageer