Wetenschap - 22 maart 2016

Veren verklappen 'where-abouts'

tekst:
Roelof Kleis

Slechts een paar borstveren zijn voldoende om de gangen van noordse stormvogels na te gaan. Zendertjes zijn daardoor steeds minder nodig, zegt Imares-ecoloog Jan Andries van Franeker.

Foto: Ewan Edwars

Van veel vogels weten we slechts bij benadering – en vaak helemaal niet – waar ze overwinteren. De broedplekken zijn bekend. Daar kunnen we ze spotten en onderzoeken en zijn ze benaderbaar en te vangen. Maar waar blijven ze in de winter? Zenderen helpt. Zeker nu zenders en tracking-systemen steeds kleiner en slimmer worden. Maar er is een alternatief voor zenderen. Een internationaal team van wetenschappers, waaronder Van Franeker, publiceert er over in Marine Biology.

De nieuwe methode maakt gebruik van borstveren van vogels. Een paar borstveren zijn makkelijk te plukken en berokkenen een vogel nauwelijks of geen schade. De onderzoekers gebruikten daarvoor een kolonie broedende noordse stormvogels op Eynhallow, een van de Orkney-eilanden ten noorden van Schotland. De Britse collega’s van Van Franeker doen al tientallen jaren onderzoek aan deze kleine kolonie (100 nesten). Een deel van de vogels (163 stuks) kreeg bovendien een logger om. Na terugvangst kan daaruit de overwintering van de vogels worden afgeleid.

De vogels overwinterden grofweg op twee locaties: verder westwaards de oceaan op of dichterbij en noordoostelijk op het zogeheten Continentaal Plat. Chemische analyse van de veren liet bovendien een sterke relatie zien tussen de verblijfplaats en de hoeveelheid 15N-isotoop de veren. Beter gezegd: de verhouding waarin deze zwaardere vorm van het atoom stikstof voorkomt ten opzichte van de gewone stikstof. Op basis van dit stikstofsignaal bleken negen van de tien vogels te herleiden tot hun overwinteringsplek.

Dat die borstveren hun isotopensignaal op hun overwinteringsplek hebben opgedaan, blijkt uit het bestuderen van het ruigedrag van de vogels. Daarbij kwam de enorme stormvogel-databank van Van Franeker goed van pas. Hij inventariseert al decennialang gegevens van stormvogels die dood aanspoelen op de kust of die omkomen in de lange-lijnvisserij. Noordse stormvogels vervangen hun borstveren van september tot maart, oftewel buiten de broedtijd om. Het signaal van de borstveren is dus opgedaan tijdens de overwintering.

Het isotopensignaal verandert volgens Van Franeker met de plaats en vaak de breedtegraad
waarop wordt gefourageerd. Bovendien zegt het iets over wat het dier eet, preciezer gezegd: hoe hoog het in het voedselweb fourageert. Het stikstofsignaal levert daarmee een soort vingerafdruk op van waar en wat de vogel heeft gegeten. Van Franeker noemt de nieuwe methode een kleine doorbraak. ‘Je hoeft nu niet meer elke vogel een zender op te plakken. Ons onderzoek laat zien dat je ook met een paar borstveren kunt aantonen waar een vogel zich buiten het broedseizoen heeft opgehouden. Dat kan van belang zijn voor gericht
natuurbeheer.’ Van Franeker benadrukt wel dat de methode voor elke soort opnieuw geijkt moet worden.

Lees ook:


Re:ageer