Organisatie - 1 januari 1970

Vereijken krijgt bijstand van projectontwikkelaar

Dr Pieter Vereijken van Plant Research International, die de knuppel in het hoenderhok heeft gegooid met de bewering dat de landbouw uit Nederland gaat verdwijnen, kreeg tijdens het debat 'Wil de laatste boer het licht uitdoen?' steun van projectontwikkelaar Fer Felder van AM Wonen.

Het debat op donderdag 15 januari ging over de toekomst van het veenweidegebied en werd georganiseerd door Alterra, tijdschrift Landwerk en hogeschool Larenstein.
Studente Antoinette van den Berg schetste er de uitkomst van een studie van studenten naar de vraag hoe het veenweidegebied er in 2015 zou uitzien. Het blijkt een moeras te worden, natuur voor waterberging. De boer is in het po√ętische en nostalgische verhaal degene die in die natuur de wilgen knot.
De aanstichter van het debat, Pieter Vereijken, presenteerde een rekenmethode die hij met Alterra-onderzoeker ir Herman Agricola had ontwikkeld en waarmee onderzoekers de kans kunnen berekenen dat de landbouw op een bepaalde plek of in een bepaalde gemeente zal verdwijnen. Voor het veenweidegebied bleek die kans het grootst te zijn in de gemeente Landsmeer, vlak boven Amsterdam. Vereijken berekende vervolgens als voorbeeld hoe een spaarzaam bebouwd boerenland bij Staphorst, via woningbouw langs de hoofdweg, gekocht kan worden als open land in collectief eigendom.
De manier waarop Vereijken berekende hoe het landelijk gebied het beste ingericht kan worden, sloot naadloos aan bij de promotie die Felder deed voor wat hij noemde 'ontwikkelingsplanologie'. ,,We hebben altijd gewerkt vanuit een toelatingsplanologie: aangeven wat wel en niet mag. Maar met die ruimtelijke ordening hebben we een heleboel niet tegen kunnen houden, met als gevolg dat ons landschap in grote mate is aangetast.'' Ontwikkelingsplanologie betekent inspelen op de mogelijkheden die in het landschap liggen om vernieuwing te verwezenlijken. Als voorbeeld noemde Felder het oostelijk havengebied in Amsterdam dat is omgetoverd tot een levendige stadswijk.
Jan Heijkoop, boer en bestuurder bij de WLTO, vond Felders ontevredenheid met de ruimtelijke ordening niet op zijn plaats. Volgens de WLTO'er zijn boeren onontbeerlijk voor het beheer van bijvoorbeeld het veenweidelandschap. Hij vertelde dat er gesprekken zijn met natuurorganisaties en steden om via stichtingen en fondsen boeren te betalen voor allerlei diensten, zoals de aanleg van een fietspad of waterberging. ,,Je kunt ook met boeren een afspraak maken om overdag de koeien buiten te houden'', aldus Heijkoop.
Vereijken zag niets in deze strategie. ,,Probeer nou niet aan de landbouw die positieve externaliteiten te verbinden. Als je het landschap wilt beheren, moet je niet naar de kaasproductie kijken...'' Felder viel hem bij, waarbij de discussie toch weer over het verdwijnen van de landbouw ging. ,,Dat de landbouw verdwijnt is onherroepelijk'', aldus Felder. ,,Maar het kan niet betekenen dat de boer de rekening gaat betalen.'' Maar wie dan wel? Die vraag is voer voor een volgende discussie. | M.W.



Top tien gemeentes met kans op verdwijnen landbouw

1. Landsmeer (N-H)
2. Vianen (Z-H)
3. Leerdam (Z-H)
4. Wormerland (N-H)
5. Eemnes (U)
6. Ouder-Amstel (N-H)
7. Ouderkerk (N-H)
8. Waterland (N-H)
9. Bergambacht (N-H)
10. Zaanstad (N-H)

De tien gemeentes waar de landbouw, volgens het rekenmodel van Vereijken en Agricola, de meeste kans maakt te verdwijnen. De kans wordt berekend op basis van de weerstand in de afzetmarkt en de grondmarkt, en de druk op de grondmarkt.

Re:ageer