Wetenschap - 1 januari 1970

Vereijken delft onderspit in debat uitstervende boer

Vereijken delft onderspit in debat uitstervende boer


,,Zou hij nog iets achter de hand hebben.’’ ,,Ik weet het niet, hij zat er
een beetje beteuterd bij.’’ Alle ogen waren donderdag 30 oktober gericht op
dr Pieter Vereijken, de onderzoeker van Plant Research International die
beweert dat de Nederlandse boer op uitsterven staat. In de pauze hadden de
meeste bezoekers van het debat dat was georganiseerd door Alterra in
samenwerking met het tijdschrift Landwerk hun conclusie al voorzichtig
getrokken. Vereijken kon zijn stelling niet overeind houden tegenover de
verzamelde oppositie.
De tegenstand van Vereijken bestond uit LTO-voorman Gerard Doornbos,
Alterra onderzoeker drs Peter Smeets en de Amsterdamse emeritus hoogleraar
prof. Rob van Engelsdorp Gastelaars. Vereijken begon zijn betoog nog
strijdbaar en monter. ,,Ik begrijp de anderen niet. Hoe kun je zo
onverbeterlijk optimistisch blijven over de toekomst van de boeren in
Nederland, terwijl alle tekenen erop wijzen dat het slecht gaat. Geef mij
drie minuten en ik zal zelfs de mensen hier naast mij overtuigen van mijn
gelijk.’’ Vereijken kreeg zijn drie minuten en gebruikte die om aan de hand
van een aantal grafieken te laten zien dat het aantal boeren in Nederland
snel afneemt.
Vereijken verdeelt de boeren in vier groepen: hobbyboeren, ambachtelijke
boeren -,,ziet u, die nemen in sneltreinvaart in aantal af'' - semi-
industriële boeren, en echte agroindustriëlen. Alleen zeer grote boeren,
met name tuinders, zullen de prijzenslag die het gevolg zal zijn van de
globalisering en de afnemende subsidies overleven, voorspelde hij. ,,Volgt
u de ontwikkelingen. U kunt van jaar tot jaar nagaan of dit kolder is of
niet.’’
Maar de drie minuten bleken niet voldoende om de tegenstand op de knieën te
krijgen. ,,Vereijken heeft in zijn rapporten een aantal zeer serieuze
dingen gezegd, maar dit neem ik volstrekt niet serieus’’, reageerde LTO-
voorman Doornbos. ,,Wij zijn het op een na grootste exporterende land in
agrarische producten en meer dan twee derde van het land is in handen van
de landbouw. En dan zegt meneer Vereijken dat dat in tien jaar allemaal weg
zou zijn. Onzin. Het doet mij denken aan een wetenschapper die een
autosloperij heeft bezocht en vervolgens concludeert dat binnen tien jaar
alle auto’s zullen verdwijnen.’’
Kon Vereijken bij Doornbos nog wijzen op diens verplichte optimisme, een
boerenvoorman kan zich immers niet permitteren te erkennen dat zijn
beroepsgroep op uitsterven staan, tegen de kritiek van planoloog Van
Engelsdorp Gastelaars had hij minder verweer. De Amsterdamse emeritus
hoogleraar vond dat Vereijken onvoldoende had nagedacht over de vraag wat
er na het uitsterven van de boer met de vrijkomende grond moest gebeuren.
Zelfs in zijn wildste scenario’s kon Van Engelsdorp Gastelaars niet
voorzien hoe Nederland meer dan een kwart van zijn grondgebied kon vullen
met stedelijke functies. Een groot deel van de resterende grond zal dus,
volgens de planoloog, gebruikt blijven worden voor agrarische doeleinden.
Ook Alterraan Peter Smeets - ,,wij hebben de beste landbouw ter wereld'' -
kon zich niet voorstellen dat stedelijke druk de landbouw uit Nederland zou
verdrijven. In Vlaanderen, waar de ruimtelijke ordening veel minder strikt
geregeld is dan in Nederland, zie je ook niet dat stedelingen massaal grote
stukken landbouwgrond opkopen om te gaan wonen, stelde hij.
,,Ik verwijt Vereijken dat hij een zo vergaande stelling naar buiten
brengt, met een zo smalle basis’’, vatte Doornbos nog maar eens samen na
twee uur debat. Maar net zoals het Vereijken niet lukte om in drie minuten
iedereen van zijn gelijk te overtuigen, lukte het de gezamenlijke oppositie
ook niet om Vereijken van zijn standpunt te krijgen. ,,Laat u niet
overtuigen door deze agrosupporters. Ik heb een hand-out met mijn verhaal.
Neem die mee naar huis en denk er nog eens over na.’’ |
K.V.

Re:ageer