Wetenschap - 7 maart 2002

Verdrievoudiging LNV-onderzoeksgeld voor biologische landbouw

Verdrievoudiging LNV-onderzoeksgeld voor biologische landbouw

Het onderzoeksbudget van LNV voor biologische landbouw is in 2002 verdrievoudigd ten opzichte van 1999. In 1999 ging 2,5 procent van de programmafinanciering voor DLO en Praktijkonderzoek naar projecten die voor honderd procent gericht waren op biologische landbouw. In 2002 zal dat 7,7 procent, ofwel 8,5 miljoen euro zijn. Dat heeft het Innovatiecentrum Biologische Landbouw (IBL) becijferd.

Met het aandeel van 7,7 procent in de totale LNV-programmafinanciering komt Wageningen UR al dichtbij de tienprocentsdoelstelling uit de aangenomen motie van Waalkens in 1999. In acht jaar tijd moest het onderzoeksbudget omhoog naar tien procent. De stijging is vooral van het laatste jaar. In 2001 ging het nog om 4,7 procent en in 2000 om vier procent.

Drs Ineke Ammerlaan, bij de stafafdeling onderzoekstrategie verantwoordelijk voor de LNV-programmagelden, is zelf verbaasd over de grote stijging. "Ik wist wel dat het toenam, maar niet dat het zo'n grote toename was." Toch weet ze er wel een verklaring voor te vinden. In 2002 zijn alle gelden vanuit LNV voor gewasbescherming opnieuw ingevuld. Daar is kennelijk een groot deel expliciet ingevuld voor de biologische landbouw. Ook voor 2003 verwacht ze een stijging, met name in het dierkundig onderzoek. Ze schat dan ook in dat de tien procent in 2008 wel haalbaar is. Ook omdat elk jaar een kwart van het LNV-budget aan nieuwe onderzoeksprogramma's wordt besteed. In het algemeen ziet Ammerlaan vooral vernieuwing op het gebied van de primaire sector. In de groene ruimte of in ketens start er nog relatief weinig nieuw onderzoek voor de biologische landbouw.

De cijfers suggereren eenduidigheid over de onderzoeksbestedingen, maar die eenduidigheid is er allerminst. Het is namelijk lastig om uit te zoeken hoeveel onderzoeksgeld Wageningen UR in totaliteit besteedt aan biologische landbouw. Van de universiteit zijn helemaal geen cijfers bekend. Dat wil het IBL dit jaar uitzoeken. Van DLO en Praktijkonderzoek is eerder al eens uitgezocht ?n geschat om hoeveel geld het zou gaan. Een rapport uit 1999 komt tot een bedrag van 5,9 miljoen euro totaal. Dit is inclusief een schatting van de universiteit. Vanuit LNV-DWK is voor DLO en Praktijkonderzoek een bedrag van 3,6 miljoen euro opgevoerd. Bij dit bedrag gaat het om de programma's die voor honderd procent over de biologische landbouw gingen met daarbij opgeteld een schatting van het aandeel biologische landbouw in de overige programma's. Bij gewasbescherming kan bijvoorbeeld ook een deel ingevuld worden voor de biologische landbouw.

Dergelijke schattingen zijn echter erg discutabel. Daarom heeft het IBL ervoor gekozen alleen de honderdprocentprogramma's mee te nemen. Daarnaast heeft IBL de Strategische Expertise Ontwikkelingsgelden (SEO) van het LNV-budget afgetrokken. SEO is een potje van LNV waarvoor DLO zelf het onderzoek kan invullen. Hoeveel procent van de SEO-gelden naar biologische landbouw gaan, is onduidelijk. | L.N.

Re:ageer