Student - 27 november 2014

Verdreven door ebola

tekst:
Linda van der Nat

Ze voelde zich helemaal thuis in Mali. Maar toen ook daar ebola de kop opstak, werd Linda Schoorl (25) gedwongen haar stage vroegtijdig af te breken en vloog ze terug naar Nederland. ‘Ik heb heimwee. Ik wil zó graag terug.’


 

Ze is al bijna een maand terug in Nederland, maar in haar hoofd zit masterstudente Linda Schoorl (25) nog in Mali. Ze zou vier maanden stage lopen in het land, maar na twee maanden moest ze terug: het risico op ebola zou te groot zijn. ‘Het is raar om weer terug te zijn,’ zegt ze halverwege ons gesprek in de kantine van Orion. ‘Ik weet niet zo goed wat ik hier nu moet doen, mijn kamer is nog onderverhuurd tot december. Ik heb een cultuurshock. In Nederland is alles hetzelfde gebleven, maar ik ben zelf wel veranderd. Het liefst zou ik weer terug gaan.’
De studente Development and rural innovation kwam bij toeval in Mali terecht. ‘Het maakte me niet uit waar ik stage zou gaan lopen, zolang ik maar iets met theater kon doen. Theater is een ontzettend goed middel om elkaar snel en diep te leren kennen en cultuurverschillen te overbruggen.
’ Via via vond ze een plek bij een NGO Miriyawale in Sikasso, een stad in het zuiden van Mali, waar ze theaterlessen zou geven aan vrouwen. Mali werd toen al omringd door landen waar een ebola-epidemie heerst, maar daardoor liet de Argo-roeister zich niet afschrikken. ‘Mensen om mij heen vonden het erg spannend, want waarom zou je naar een gebied gaan waar er kans is op een ebolauitbraak? Maar ik maakte me daar niet druk om. Mali is zo ontzettend groot. In Nederland zijn we ook niet bang dat we ziek worden als er duizend kilometer verderop een griepepidemie is.’  

12-13 mali (1)klein.jpg

 SIMPEL LEVEN
Linda voelde zich al snel helemaal thuis in Sikasso. In een mail aan familie en vrienden schrijft ze: ‘De mensen verstaan hier de kunst van het niks doen, van het wachten en van het genieten. Uren voor je uit kijken met elke dag hetzelfde uitzicht. En niemand zeurt dat het leven niet goed genoeg is. Ik hou er van en begin het ook te kunnen. De dagen zijn goed zoals ze zijn (...) Ik ontdek dat ik heel gelukkig word van minder spullen, minder afspraken, minder drukte. Simpeler leven geeft mij veel meer kracht.’

‘Ik heb weinig met de mentaliteit in Nederland,’ licht ze toe. ‘Al die drukte, alles moet snel-snel-snel, studeren, rapporten schrijven, carrière maken... Ik ben liever praktisch bezig. Daar voel ik mij veel beter bij dan bij studeren in een kantoor op de universiteit of alleen maar theorie leren.’
In het buurtcentrum van Sikasso, gerund door een Nederlandse, ging Linda aan de slag met een vrouwelijke theatergroep. De bedoeling was om een toneelstuk op te voeren voor de hele gemeenschap over een zelfgekozen onderwerp. Na de lessen werd er gezamenlijk gegeten en al snel gingen de gesprekken over gezond eten. De vrouwen hadden veel vragen. Linda: ‘Gezondheid zit niet in hun cultuur. Het is heel normaal om twee keer per dag rijst met alleen pindasaus te eten. Veel mensen hebben daarom overgewicht, en kinderen hebben hongerbuikjes door een gebrek aan vitamines en mineralen. Groente en fruit zijn niet duur en het aanbod is groot, maar het wordt amper gekocht. Ik dacht, dit is een goed onderwerp voor het toneelstuk. Ik kan in korte tijd iets voor ze betekenen.’

De vrouwen gingen enthousiast met het thema aan de slag, maar voordat Linda alles goed en wel op de rit had, kreeg ze een alarmerend bericht uit Nederland: een ebola-sterfgeval in Mali. ‘Mijn vriendje had het op een nieuwssite gezien. Een Malinees meisje van twee jaar had in een bus gezeten dat door heel het land was gereden. Ze had al symptomen; de hele rit stroomde het bloed uit haar neus.’
In Mali brak niet direct paniek uit, maar voor de zekerheid ging het buurtcentrum voorlopig dicht. De theaterlessen stopten daarom ook. Linda nam contact op met de universiteit, maar een protocol voor dit soort gevallen is er niet. Haar familie maakte zich zorgen. De verzekering raadde haar aan naar huis te komen; de kosten voor repatriëring zouden niet vergoed worden als ze ziek werd. ‘Maar ik wilde helemaal niet terug. Ik had het zó naar mijn zin daar. Ik vond dat er in Nederland veel te panisch over werd gedaan.’ Maar rustig afwachten kon ook niet. ‘Als het centrum dicht bleef, had ik niks te doen. De directrice van het buurtcentrum zei ook dat ik naar huis moest gaan. Ik heb die avond in bed vet liggen huilen, zo erg vond ik het.’   

Linda voelde zich al snel helemaal thuis in Sikasso. In  een mail aan familie en vrienden schrijft ze: ‘De mensen verstaan hier de kunst van het niks doen, van het wachten en van het genieten. Uren voor je uit kijken met elke dag hetzelfde uitzicht. En niemand zeurt dat het leven niet goed genoeg is. Ik hou er van en begin het ook te kunnen. De dagen zijn goed zoals ze zijn (...) Ik ontdek dat ik heel gelukkig word van minder spullen, minder afspraken, minder drukte. Simpeler leven geeft mij veel meer kracht.’

‘Ik heb weinig met de mentaliteit in Nederland,’ licht ze toe. ‘Al die drukte, alles moet snel-snel-snel, studeren, rapporten schrijven, carrière maken... Ik ben liever praktisch bezig. Daar voel ik mij veel beter bij dan bij studeren in een kantoor op de universiteit of alleen maar theorie leren.’
In het buurtcentrum van Sikasso, gerund door een Nederlandse, ging Linda aan de slag met een vrouwelijke theatergroep. De bedoeling was om een toneelstuk op te voeren voor de hele gemeenschap over een zelfgekozen onderwerp. Na de lessen werd er gezamenlijk gegeten en al snel gingen de gesprekken over gezond eten. De vrouwen hadden veel vragen. Linda: ‘Gezondheid zit niet in hun cultuur. Het is heel normaal om twee keer per dag rijst met alleen pindasaus te eten. Veel mensen hebben daarom overgewicht, en kinderen hebben hongerbuikjes door een gebrek aan vitamines en mineralen. Groente en fruit zijn niet duur en het aanbod is groot, maar het wordt amper gekocht. Ik dacht, dit is een goed onderwerp voor het toneelstuk. Ik kan in korte tijd iets voor ze betekenen.’

De vrouwen gingen enthousiast met het thema aan de slag, maar voordat Linda alles goed en wel op de rit had, kreeg ze een alarmerend bericht uit Nederland: een ebola-sterfgeval in Mali. ‘Mijn vriendje had het op een nieuwssite gezien. Een Malinees meisje van twee jaar had in een bus gezeten dat door heel het land was gereden. Ze had al symptomen; de hele rit stroomde het bloed uit haar neus.’
In Mali brak niet direct paniek uit, maar voor de zekerheid ging het buurtcentrum voorlopig dicht. De theaterlessen stopten daarom ook. Linda nam contact op met de universiteit, maar een protocol voor dit soort gevallen is er niet. Haar familie maakte zich zorgen. De verzekering raadde haar aan naar huis te komen; de kosten voor repatriëring zouden niet vergoed worden als ze ziek werd. ‘Maar ik wilde helemaal niet terug. Ik had het zó naar mijn zin daar. Ik vond dat er in Nederland veel te panisch over werd gedaan.’ Maar rustig afwachten kon ook niet. ‘Als het centrum dicht bleef, had ik niks te doen. De directrice van het buurtcentrum zei ook dat ik naar huis moest gaan. Ik heb die avond in bed vet liggen huilen, zo erg vond ik het.’  

 
WITTE PAKKEN
Op het vliegveld merkte ze dat de ebolaberichten toch indruk hadden gemaakt. ‘Er liepen mensen in witte pakken met mondkapjes en toen ik het vliegtuig instapte werd mijn temperatuur gemeten met zo’n koortspistool. De handbagage in de vakken boven de stoelen werd bespoten met een desinfecterende spray.’ Angstig werd ze er niet van. ‘Ik vond het allemaal nogal kneuzig. Want naast de dik ingepakte man stond iemand van de douane, zonder enkele bescherming.’ Pas toen er in het vliegtuig, twee rijen voor haar, een zieke man bleek te zitten, bekroop haar eventjes een ongemakkelijk gevoel. ‘Hij werd op het vliegveld in Lissabon door mannen in witte pakken uit het vliegtuig gehaald. Ik ben toen wel even bij mezelf nagegaan of ik geen contact met die man had gehad. Tegelijkertijd had ik zoiets van: ik laat me niet gek maken. Hoe groot is nu de kans dat hij ebola heeft? De kans op malaria, tyfus of tbc is veel groter, want dat zijn ziektes die nog wijdverspreid zijn.’

Terug in Wageningen lukt het Linda nog niet om haar draai te vinden. ‘Het is fijn om iedereen weer te zien, maar ik wil ook afmaken waar ik aan begonnen ben. Ik heb omgekeerde heimwee, ik wil zó graag terug. Ik was gelukkig in Mali, omdat ik voelde dat ik iets zinnigs deed, omdat er wel een plek op de wereld blijkt te zijn waar ik me thuis voel. Inmiddels zijn meerdere gevallen van ebola in Mali bevestigd, waardoor de veiligheidsmaatregelen waarschijnlijk nog strenger zijn geworden. Teruggaan zit er voorlopig dus niet in. Ik ga vanuit Nederland mijn stage voortzetten, zo goed en zo kwaad als dat gaat via Skype. Ik heb er een ietsjepietsje meer vrede mee, maar niet echt nog.’

 

Foto: Linda Schoorl


Re:ageer