Wetenschap - 1 januari 1970

Verdoving met stroom voorkomt onnodig lijden bij meerval

Het is niet erg diervriendelijk om vissen zoals de Afrikaanse meerval een ijsbad geven alvorens ze te doden, zoals nu vaak gebeurt. Door een snelle verdoving met een stroomstoot lijdt de vis minder, en wordt de kwaliteit van het vlees bovendien behouden. Dat blijkt uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek (RIVO) en ID-Lelystad.

Experimenten in het lab laten zien dat het bedwelmen van Afrikaanse meerval met stroom gevolgd door onderkoelen in ijs, leidt tot onmiddellijke en permanente bewusteloosheid. Het direct koelen van deze vissen in ijs of ijswater (de industriële methode) leidt tot stress. De vissen moeten dan minstens twaalf bange minuten doormaken voordat ze het bewustzijn verliezen. Dit kan worden vermeden door de dieren eerst tussen elektroden te zetten.
RIVO en ID-Lelystad hebben de stroommethode voor het verdoven van vis aanvankelijk ontwikkeld voor paling. Het levend ontslijmen in een zoutbad, het zogenaamde doodkruipen, is voor deze vis geen pretje. En volgens nieuwe Europese regelgeving voldoet deze methode daarom niet meer.
De stroommethode die nu is toegepast bij meervallen, verschilt wel enigszins van die bij palingen. In plaats van elektroden te plaatsen in een bak met meerdere vissen, worden de vissen één voor één tussen de elektroden geplaatst. Dit blijkt voor meervallen minder stroom te kosten. Het proces dient wel geautomatiseerd te worden.
Goed nieuws is dat metingen aan de vleeskwaliteit van de Afrikaanse meerval laten zien dat het gebruik van stroom leidt tot een productkwaliteit die in elk geval gelijkwaardig is aan die bij de industriële methode. Projectleider dr Hans van de Vis van RIVO: ,,Bij de meerval kan de vleeskwaliteit zelfs verbeteren. De verbetering hangt wel sterk af van het transport van de vis en treedt daarom niet altijd op.'' Verwerkers van meervallen hebben laten weten dat de nieuwe methode in principe geschikt is voor opschaling voor toepassing in de visverwerking. | H.B.

Re:ageer