Organisatie - 1 januari 1970

Verbreding landbouw van minimaal belang

Schaalvergroting en specialisatie vormen de trend in de landbouw. Niet de vaak in romantische termen beschreven verbreding van de sector met activiteiten in bijvoorbeeld zorg en natuurbeheer. Dat blijkt uit cijfers van het LEI in het Landbouw Economisch Bericht. Verbreding van de landbouw is van minimaal economisch belang.

,,De media scheppen een romantisch beeld van de landbouw, door veel aandacht te geven aan verbreding ervan, met natuurbeheer, zorg, recreatie of windenergie. Maar de dominante trend in de landbouw is schaalvergroting en specialisatie en een afnemend aantal bedrijven. Die trend is ook niet te keren door verbreding.’’ Dat zei ir Petra Berkhout op maandag 21 juni tijdens de persconferentie op het LEI over het Landbouw Economisch Bericht.
Zeventien procent van de boeren had in 2003 een vorm van verbrede landbouw, vooral met agrarisch natuurbeheer. Maar de verbreding levert amper een procent van de productiewaarde van de primaire land- en tuinbouw. Het inkomen van boeren en tuinders komt voor anderhalf procent voort uit deze nevenactiviteiten. De verbreding komt vooral voor rekening van de grotere grondgebonden bedrijven met veel land, die het land wat minder intensief gebruiken en veel arbeidskracht ter beschikking hebben.
Berkhout: ,,Verbreding kan op bedrijfsniveau heel relevant zijn, maar macro-economisch is het belang gering. Verbreding bestaat omdat het aanvullend is op het inkomen en ingepast kan worden in het bestaande bedrijf. Maar die inpassing wordt steeds moeilijker.’’ Schaalvergroting en specialisatie kunnen remmend werken op verbreding in de richting van natuur, zorg en recreatie. Het plaatsen van windmolens op boerderijen, economisch de meest lucratieve vorm van verbreding, zal in de toekomst afnemen omdat de voorkeur steeds meer uitgaat naar grootschaliger windparken. Bij natuurbeheer ziet Berkhout de continuïteit van het beleid als een probleem.
Berkhout gelooft niet dat de schaalvergroting van de landbouw zijn grenzen heeft bereikt. ,,We staan nog maar aan het begin van het proces en dat gaat in veel sectoren nog decennia door. Over tien jaar staat er geen koe meer in de wei, tenzij we daar beleid op gaan maken.’’
De schaalvergroting is niet voorbehouden aan Nederland, maar zet zich minstens even sterk voort in de rest van Europa. Ook is de verwerkende industrie grootschaliger geworden, en het aantal bedrijven daarin afgenomen. Zo is de zuivelverwerking in Nederland in handen van twee zuivelbedrijven, telt Nederland twee varkensslachterijen en drie kalverslachterijen, en hebben vijf supermarkten driekwart van de detailhandel in voedingsmiddelen in handen. | J.T.

Re:ageer