Organisatie - 31 mei 2018

Veni-aanvragers slechter af

tekst:
Guido Camps

Het opbouwen van een carrière in de academia is vreselijk lastig. Je moet eerst promoveren, en daarna zijn er vaak maar weinig postdocposities voor je beschikbaar.

Als het je al is gelukt om keer op keer een postdocplek te vinden, en je bent al een paar keer voor contracten van anderhalf jaar de hele wereld overgestoken, dan moet je nog maar hopen dat er daarna ergens een vacature komt voor een permanente positie binnen jouw gebied.

De overgrote meerderheid van de onderzoekers valt ergens gedurende dit traject uit, door desillusie of door het simpelweg niet vinden van een nieuwe baan na het aflopen van een contract. Eigenlijk is er maar één ding dat je kan redden: een persoonlijke beurs. Die geeft je de mogelijkheid om je eigen onderzoeksgeld ‘mee te nemen’, en daarmee een positie binnen de academia te bedingen.

Voor jonge onderzoekers is de belangrijkste persoonlijke beurs een Veni van 250 duizend euro van de NWO. Met dit geld kun je je eigen onderzoek opzetten.

NWO en universiteitenkoepel VSNU hebben de regels voor Veni-aanvragen dit jaar aangepast. Aanvragers zijn nu verplicht om een garantie aan te leveren dat een universiteit ze voor drie jaar wil huisvesten met hun onderzoek. In de praktijk betekent dit dat jouw universiteit bepaalt of jij een Veni kunt aanvragen en dat als je hem krijgt, je vervolgens niet meer kunt gaan rondshoppen met je ‘eigen geld’.

Kortom, de nieuwe regels maken de universiteit nog machtiger en de onderzoeker nog afhankelijker. Een slechte ontwikkeling voor zowel onderzoeker als onderzoek.

Guido Camps (34) is dierenarts en postdoc bij Humane Voeding. Hij houdt van bakken, bijen houden en bijzondere dieren.


Re:ageer