Wetenschap - 1 januari 1970

Veevoer beïnvloedt overleving ziekteverwekkers in bodem

Welk veevoer een koe krijgt, is van invloed op de overleving van voor de mens gevaarlijke ziekteverwekkers in haar mest. Dit onderzoeksresultaat van drs Eelco Franz van de leerstoelgroep Biologische bedrijfssystemen is van belang voor de verbouw van groenten op land waar koeienmest wordt uitgereden.

Franz haakte aan bij een experiment van het departement Dierwetenschappen naar het effect van veevoer op de mestkwaliteit. De koeien werden daarbij op verschillende diëten gezet, van graskuil met snijmaïs, alleen graskuil en alleen stro. Franz verzamelde de mest voegde hier de ziekteverwekkers E.coli en Salmonella aan toe.
Franz: ‘Het belangrijkste resultaat van dit experiment is dat het soort ruwvoer significante invloed had op de afnamesnelheid van de pathogenen in mest, vooral van E. coli.’ De afname bleek het snelst in mest afkomstig van koeien op een strodieet, en het langzaamst in mest afkomstig van koeien op een dieet van graskuil en snijmaïs. Afhankelijk van het type mest werd E. coli O157:H7 gedetecteerd tot maximaal 133 dagen na toevoeging. De ziekteverwekker Salmonella serovar typhimurium was in alle mesten nog aanwezig na 133 dagen.
In met mest verrijkte grond overleefde E. coli maximaal 56 dagen. De afname was in drie van de vier gevallen sneller in biologische grond dan in gangbare grond. De grondsoort bleek van minder belang. E. coli verdween verder opvallend snel uit de biologische zandgrond: binnen een week. De Salmonella was in bijna alle gronden nog aanwezig na 56 dagen, maar hier waren geen verschillen tussen effecten van de behandelingen zichtbaar. De pathogenen in de bodem kunnen vervolgens de plant infecteren. Rauwe groeten ondergaan normaliter geen ontsmettingsbehandeling en komen direct bij de consument.
Uit Franz’ eerste analyses van de risico’s blijkt vooralsnog dat relatief lage concentraties aan pathogenen niet leiden tot besmetting van de eetbare delen van sla. Franz: ‘Groenten, afkomstig van grond die is verrijkt met dierlijke mest, is wel een zorg die momenteel leeft.’ De eerste onderzoeksresultaten geven aan dat boeren het risico kunnen verkleinen door uitgekiende voederregimes en mogelijk ook door keuze van bepaalde grondsoorten.
Franz wil uiteindelijke een totale risicoschatting maken van de besmettingskans voor consumenten bij het eten van groente, de gehele productieketen in ogenschouw nemend. Het onderzoek wordt gefinancierd door de Technologiestichting STW. / HB

Re:ageer