Wetenschap - 1 januari 1970

Veenweiden verantwoordelijk voor groot deel CO2-uitstoot

1

Veenweidegebieden zijn een belangrijke bron van kooldioxide (CO2). Dat is de opvallendste uitkomst van het vier jaar durende onderzoeksprogramma 'Klimaatverandering en de functies van het landelijk gebied' onder leiding van dr Ronald Hutjes. Hervorming van de landbouw zou volgens de onderzoekers kunnen helpen.

Landbouw produceert tien procent van de Nederlandse broeikasgassen. De Nederlandse landbouw was in 2000 verantwoordelijk voor de uitstoot van 23 kiloton lachgas, 413 kiloton methaan en 7 megaton CO2. De CO2-emissie komt voor een groot deel voort uit de Nederlandse veenweidegebieden. Die zijn volgens de onderzoekers een 'nauwelijks erkende' bron van CO2. Het veen oxideert door lage grondwaterstanden en produceert zo een CO2-uitstoot die gelijk staat aan vijf procent van de industriële emissie. Door verhoging van de waterstand kan de CO2-emissie uit de veenweidegebieden sterk verminderen.
Ander landgebruik is een oplossing. De elders veelgebruikte methode om met bossen CO2 op te vangen werkt in Nederland echter niet. ,,Natuurlijke bossen nemen wel meer op dan verwacht'', vertelt Hutjes. De Nederlandse bossen hebben een jaarlijkse netto koolstofopname van 1,5 megaton. Maar de koolstofopslag in bossen is een tijdelijke oplossing, omdat bomen alleen koolstof opslaan als ze groeien. Als ze dood gaan geven ze weer CO2 af. ,,Je wint er hooguit enkele tientallen jaren mee'', aldus Hutjes.
Dan valt er wat betreft de CO2-uitstoot meer te winnen in het enorme areaal aan landbouwgrond in Nederland. Maar ook voor methaan en lachgas levert een anders ingerichte landbouw positieve effecten. De uitstoot van methaan komt voor tachtig procent voor rekening van herkauwers, vooral koeien, en voor twintig procent uit de opslag van dierlijke mest. Lachgas komt voor negentig procent uit de bodem en voor tien procent uit stallen en mestopslagen. Een extensievere bedrijfsvoering, het binnenhouden van koeien, en gebruik van mest met meer organische stof zou deze uitstoot kunnen verminderen.
De veeteelt biedt, mede dankzij het vele grasland, een mogelijkheid om broeikasgassen op te vangen. Veel zou gewonnen worden bij het omzetten van akkerbouw, netto een bron van broeikasgassen, in veeteelt. Dan moet het bouwland wel omgezet worden in permanent grasland, en niet, zoals nu vaak, in grasland dat veelvuldig wordt omgezet in bouwgrond voor maïs en frequent wordt vernieuwd, omdat daarbij weer broeikasgassen vrijkomen. Ook beheersmaatregelen helpen, aldus Hutjes. ,,Minder vaak ploegen, gewasresten op de grond laten liggen, andere mestsoorten gebruiken, enzovoorts.'' | M.W.

Re:acties 1

  • A.Veldstra

    Als de boeren uit veen-moerasgebieden zouden verdwijnen dan zou dat een deel van de CO2-uitstoot verhelpen? Veengebieden moeten weer vochtig worden, de veenmossen zijn nuttige gewassen. Klopt deze redenatie?

    Reageer

Re:ageer