Wetenschap - 1 januari 1970

Veel olieachtige plantresten in podzolbodem

Veel olieachtige plantresten in podzolbodem

Veel olieachtige plantresten in podzolbodem

Hoe snel wordt plantaardig materiaal in de bodem afgebroken en door microben weer omgezet in koolstofdioxide? Een voor bestudering van het broeikaseffect belangrijke vraag, die echter met de huidige technieken vrijwel onmogelijk is te beantwoorden. Dr Klaas Nierop vond wel dat de olieachtige componenten cutine en suberine, afkomstig van bladeren en wortels, resistenter zijn tegen de afbraak van microben dan de houtstof lignine. Nierop, die 16 maart promoveerde bij het laboratorium voor Bodemkunde en geologie, analyseerde in het stuifzandgebied van het Hulshorster Zand en het Leuvenumse Bos de aanwezigheid van organische moleculen in verschillende bodemlagen

De promovendus ontdekte in de zogeheten inspoelingslaag, vanaf zo'n tien centimeter diep, onverwacht veel olieachtige componenten afkomstig van wortels. Daarmee kwam hij tot een nuancering van de theorie over de vorming van podzolbodems. Bij podzolbodems worden organisch materiaal, ijzer en aluminium meegenomen uit de bovenste bodemlaag naar een tweede laag, de inspoelingslaag. Bodemkundigen vermoeden dat de inspoelingslaag veel complexen bevat van organisch materiaal met ijzer en aluminium uit de bovenste laag. Deze vond de promovendus echter nauwelijks. De complexvorming met ijzer en aluminium, zo concludeert hij, lijkt voor podzolbodems minder belangrijk dan altijd werd gedacht

Een standaardmethode om de vegetatie van vroeger tijden te reconstrueren, is het analyseren van de houtstof lignine in de bodem. Lignine is namelijk karakteristiek voor de plantensoort. De promovendus vond echter dat lignine vrij snel wordt afgebroken. Hij acht de olieachtige substanties cutine en suberine, die ook karakteristiek zijn voor de soort, betere biomarkers. M.H

Re:ageer