Wetenschap - 1 januari 1970

Veel lol op klimaattop

Twee weken lang liep studente Communicatiewetenschappen Bette Harms tussen de delegatieleden en lobbyisten in het Canadese Montréal. Ze was op de internationale klimaatconferentie, van 28 november tot 9 december, met het Solar Generation Project van Greenpeace om de aanwezige politici over te halen verder te gaan met maatregelen tegen de klimaatverandering wanneer het Kyoto-protocol in 2012 afloopt. De ‘saaie delegatieleden’ bleken ’s avonds toch ook heel menselijk. ‘Daar stonden delegatieleden van verschillende landen met elkaar te zoenen.’

Studente Bette Harms beschildert in Montréal een spandoek.

‘Het gebouw waarin de klimaattop plaatsvond is een stad op zich. Een groot conferentiecentrum van zeven verdiepingen met grote vergaderzalen, lange roltrappen en kantoortjes voor de delegaties van de rijke landen. Binnen had iedereen het over de opwarming van de aarde, maar als je naar buiten stapte was er ineens niemand meer die met de klimaatverandering bezig was.
Van het Solar Generation Project waren we in totaal met 27 jongeren van over de hele wereld. Het klikte onderling meteen en dat moest ook wel, want we hebben twee weken op elkaars lip gezeten. Op de conferentie hadden we samen een stand, waar we met leden van de delegaties spraken en ze ervan probeerden te overtuigen dat Kyoto verlengd moet worden. Ook hebben we een aantal presentaties gehouden en we hebben natuurlijk meegedaan aan de grote demonstratie voor extra maatregelen tegen de klimaatverandering.
Met onze badges hadden we overal toegang, maar ik ben maar naar één vergadering geweest. De meeste waren namelijk vooral erg saai. Twee uur lang zegt iedereen dat het zo’n goed voorstel is en uiteindelijk wordt er dan niets besloten. Delegatieleden maakten vaak van de gelegenheid gebruik om even te slapen of e-mail te checken met hun zakcomputer.

IJsbeerpak
Ondanks de kou was de demonstratie een groot succes. Er waren 40 duizend mensen. Als Solar Generation-team liepen we mee met zelfgemaakte spandoeken. Vijf van ons liepen in een ijsbeerpak rond. Zij hadden geluk, want het was min twaalf en ik had het zelfs met zes lagen kleren aan nog koud. Het was ook wel een beetje raar om dan met z’n allen te zingen It’s getting hot in here. De demonstratie was heel goed georganiseerd en je zag nergens politie. Die stonden zo opgesteld dat de demonstranten hen niet konden zien. Maar achter het podium zag ik de politieauto’s rijendik staan en ook ondergronds stond veel politie te wachten. Omdat het ‘s winters zo koud kan worden in Montréal zijn er daar veel ondergrondse gangen. Om door de stad te reizen hoef je bijna niet boven de grond te komen en veel winkels en hotels hebben een ondergrondse ingang.

‘De suffe beleidsmensen vonden het vaak leuk om een babbeltje met ons te maken’
De ministers kwamen pas aan het eind van de tweede week. Wij hadden een speciale ministersdag georganiseerd, waarop we ze allemaal uitgenodigd hebben om naar onze stand te komen. Daar moesten ze dan de vlag van hun land plakken op een grote hand met de tekst Hands up for Kyoto 2. We waren bang dat niemand dat zou durven, maar het liep heel goed. Van China hadden we verwacht dat er niemand zou komen. Maar op een gegeven moment hoorden we dat er toch iemand van de delegatie langs zou komen. En tien minuten van tevoren kregen we een telefoontje dat het de minister zelf zou zijn. Ook hij hing de vlag van zijn land op en zei voor de pers dat hij door wilde gaan met Kyoto. Dat was een heel emotioneel moment voor de twee Chinese Solar Generation-studenten. Het Chinese meisje barstte van blijdschap in tranen uit toen de minister weg was.



Splijtstaaf
Voor mijn studie heb ik een scriptie geschreven over de positie van non-gouvernementele organisaties in de globaliserende wereld. Ik had daarover al wel veel gelezen, maar tijdens de conferentie kon ik het met eigen ogen zien: de ngo’s spelen daar een hele belangrijke rol. Ze worden overal toegelaten en mogen zelfs voorstellen indienen. En er wordt door de delegaties ook actief een beroep op ze gedaan. De ngo’s hebben vaak veel feiten paraat. De grote milieuorganisaties maakten tijdens de conferentie iedere dag samen een krantje. Daarin konden de delegatieleden lezen wat er de vorige dag was gebeurd, met daarnaast het commentaar van de ngo’s. Er waren trouwens niet alleen milieuorganisaties op de conferentie. Alle belanghebbenden waren vertegenwoordigd, van eskimo’s tot de aluminiumindustrie. En vlak bij onze stand liep de hele dag een malloot van de nucleaire industrie met een splijtstaaf rond.

Vibe
Wat mij tijdens de klimaattop echt is opgevallen, is de openheid. Je kunt de mensen gewoon aanspreken. Iedereen heeft wel even tijd voor je. Mensen knopen ook de hele tijd praatjes met elkaar aan. Daar draait het om tijdens de conferentie. Contacten leggen en informatie inwinnen. Wij hadden heel erg veel lol met elkaar en vielen daarom al snel op tussen al die suffe beleidsmensen. Die vonden het vaak leuk om even een babbeltje met ons te maken. Ook politici zijn uiteindelijk heel menselijk. Dat merkte je ook tijdens de feesten ‘s avonds. Daar stonden delegatieleden van verschillende landen met elkaar te zoenen.
Zo’n conferentie is een heel sociaal gebeuren. Het komt aan op het gevoel van vertrouwen. Het slagen van de conferentie hangt uiteindelijk af van de persoonlijke contacten die daar plaatsvinden. En of er een goede vibe hangt.’

Jasper Harms, foto's Bette Harms

Re:ageer