Wetenschap - 1 januari 1970

Veel dioxines in uitloopeieren

Eieren van kippen met vrije uitloop bevatten meer dioxines en dioxine-achtige PCB’s dan eieren uit de bio-industrie. Ongeveer vijftien procent van de eieren zit zelfs boven de norm, soms extreem veel. Dat blijkt uit publicaties van onderzoeksinstituut Rikilt.

Onderzoekers weten al enkele jaren dat eieren van kippen die buiten lopen gemiddeld drie keer meer dioxines en dioxine-achtige PCB’s bevatten dan gangbare eieren. Het dioxineprobleem speelt vooral op kleinere bedrijven, en niet op de grotere commerciële bedrijven. ‘Dat komt waarschijnlijk doordat kippen op kleinere bedrijven vaker buiten lopen’, zegt dr. Ron Hoogenboom van Rikilt. ‘Als kippen vaker buitenlopen, bevatten hun eieren meer dioxines. Kippen graven als ze buiten zoeken naar voedsel. Ze krijgen grond binnen als ze hun voer oppikken, en daarmee de gevaarlijke chloorverbindingen.’
Hoogenboom werkte mee aan de publicaties over dioxines bij scharrelkippen die nu verschijnen. Ze komen uit de koker van Rikilt, de Animal Sciences Group, RIVM en de universiteit van Antwerpen.
De meeste risico’s lopen mensen die zelf op kleine schaal kippen houden, en hun eigen eitjes eten, of vaste klanten van kleine bedrijven, schrijven de onderzoekers in Molecular Nutrition and Food Research. ‘Als je de normen voor de inname niet wilt versoepelen, dan komt het erop neer dat grote gebieden in West-Europa eigenlijk te vies zijn om kippen voortdurend buiten te laten lopen’, aldus Hoogenboom.

Vuilverbranding
Het verband tussen grond en de chloorverbindingen betekent niet dat het kippenvoer ‘dus’ veilig is. De normen voor de concentratie dioxines en verwante verbindingen in voer zijn eigenlijk te laks, schrijven de onderzoekers in het vakblad Food Additives and Contaminants. Dat onderzoek is gedaan door RIVM, de Animal Sciences Group en Rikilt. ‘Als je kippen voer geeft dat nog net aan de normen voldoet, dan leggen ze toch eieren die teveel dioxines bevatten’, zegt Hoogenboom. ‘De huidige Europese normen voor voer kunnen dan ook niet garanderen dat eieren voldoen aan de normen. Dat er niet veel vaker eieren teveel dioxines bevatten hebben we te danken aan de voederindustrie. Veevoer zit vaak ver onder de norm.’
De gevaarlijke verbindingen in graseitjes komen dus vooral via het leefmilieu in kippen terecht. ‘Ook als er op een bedrijf weinig dioxines en PCB’s in de bodem zitten kunnen de eieren hogere concentraties bevatten dan Brussel toestaat’, zegt Hoogenboom. ‘We kunnen niet zeggen waar de dioxines en dioxine-achtige PCB’s nu precies vandaan komen. We hebben de verbindingen in de eieren geanalyseerd, maar de samenstelling verklapt weinig over de herkomst, behalve dan dat ze man-made zijn, en zijn ontstaan in verbrandingsprocessen. Het is mogelijk dat de bedrijven zelf jarenlang onbewust hun land hebben verontreinigd met kolengruis of sinters. Het is ook mogelijk dat de verontreiniging van vuilverbrandingsinstallaties afkomstig is. In sommige gebieden zijn de concentraties zelfs zo hoog dat we vermoeden dat daar iets bijzonders aan de hand is.’ In het Belgische Menen vonden de Belgische onderzoekers bijvoorbeeld eieren die een factor vijftig meer PCB’s bevatten dan de norm toestaat. De bron is een vuilverbrandingsinstallatie.
Het vlees van scharrelkippen is goed, bleek al uit eerdere studies. ‘Vleeskippen groeien snel’, zegt Hoogenboom. ‘Daardoor verdunnen de dioxines als het ware, en blijft het vlees onder de norm. Het probleem zit hem vooral in de eieren, waar de gevaarlijke stoffen zich ophopen in de vetten van de dooier.’

Accumulatie
De maat waarmee onderzoekers de concentratie van dioxine-achtige stoffen aangeven is TEQ. Die maat meet niet alleen hoeveel moleculen er in een gram product zitten, maar ook hoe schadelijk de chloorverbindingen zijn. De norm is dat eieren per gram vet niet meer dan drie picogram TEQ bevatten.
In Noord-België bevatten de eieren van kleine kippenhouders gemiddeld tien picogram TEQ per gram vet. In Nederland liggen de concentraties lager, maar ook hier produceren sommige kleinere bedrijven eieren met zo’n vijftien picogram TEQ per gram vet. Eén of twee van zulke eieren laten een doorsnee individu zijn dagelijkse maximale inname aan dioxine-achtige stoffen bereiken.
Het eten van eieren die meer dioxines bevatten leidt niet direct tot schade voor de gezondheid, beklemtoont Hoogenboom. ‘Stel: je hebt scharreleieren die per gram vet 10 picogram TEQ bevatten. Als je elke dag twee van zulke eieren eet dan zit je aan je maximale dagelijkse inname. Kom je daar een keer boven, dan zul je heus niet ziek worden. Maar het probleem met dioxine-achtige verbindingen is dat ze het lichaam niet meer verlaten: ze hopen zich op. Overschrijd je continu de maximale inname, dan kun je op termijn ziek worden. De normen zijn bedoeld om die accumulatie van dioxine-achtige verbindingen in het lichaam af te remmen.’
Over de precieze risico’s van dioxines in voeding is nog weinig bekend, maar wetenschappers vrezen dat ze kunnen leiden tot aantasting van het immuunsysteem en het leervermogen, en de kans op sommige soorten kanker verhogen.
Onder regie van de Animal Sciences Group lopen studies naar maatregelen op bedrijven die de concentraties gevaarlijke stoffen moeten terugdringen. ‘We onderzoeken bijvoorbeeld of we grond op bedrijven moeten afgraven en vervangen door schoon zand’, zegt Hoogenboom. ‘De kippen binnen voeren in plaats van buiten zou ook kunnen helpen. We verwachten de cijfers binnenkort.’

Willem Koert

Re:ageer