Wetenschap - 1 januari 1970

Veehouders willen wel boeren met walnoten

Veehouders willen wel boeren met walnoten


Het produceren van walnoten lijkt goed te combineren met veehouderij en
recreatie. Uit onderzoek van Alterra en ID-Lelystad blijkt dat de kosten
vooral afhangen van de plantafstand van de bomen. De eerste enthousiaste
walnootboeren hebben zich al gemeld.
Ing. Anne Oosterbaan en Cees van Berg van Alterra en ir Henk Valk van ID-
Lelystad onderzochten in de afgelopen twee jaar met tien proefbeplantingen
rondom Winterswijk hoe de productie van walnoten gecombineerd kan worden
met veehouderij en recreatie. Het onderzoek maakt deel uit van een breder
project, waarin langdurig wordt gekeken hoe multifunctioneel en duurzaam
grondgebruik kan worden gerealiseerd.
Het produceren van walnoten levert een boer meer op dan reguliere
grasproductie met een beheersvergoeding, blijkt uit de berekeningen van de
onderzoekers. Het telen van walnoten is het best te combineren met een
extensieve bedrijfsvoering, en met de aanplant van bijvoorbeeld vrij te
plukken frambozen, bessen of bramen voor langskomende recreanten. Voor de
kosten is vooral de plantafstand tussen de walnootbomen bepalend. Hoe
groter de afstand, des te makkelijker is het maaien, en des te minder kost
het om de bomen met omheininkjes te beschermen tegen het vee.
Volgens Oosterbaan hebben de eerste boeren die willen experimenteren met
walnoten zich al gemeld bij de onderzoekers. Een veehouder uit Noordwest-
Overijssel wil negen hectare walnoot aanplanten, en heeft dankzij de
proefbeplantingen weloverwogen kunnen bepalen hoe ver hij de walnootbomen
van elkaar plant. Ook een boer in Drenthe heeft volgens Oosterbaan al een
behoorlijk perceel aangelegd met behulp van de kennis die is opgedaan
rondom Winterswijk. |
M.W.

Re:ageer