Wetenschap - 23 december 2014

Veehouder investeert niet vrijwillig in dierenwelzijn

tekst:
Albert Sikkema

Nederlandse pluimvee- en varkenshouders gaan niet uit zichtzelf investeren in een hoger dierenwelzijn, maar doen dit alleen als ze een hogere prijs krijgen. Dat blijkt uit onderzoek van Eva Gocsik.

Gocsik wilde weten of de varkens- en pluimveehouders intrinsiek gemotiveerd zijn om meer dierenwelzijn op hun bedrijf te realiseren. Dat bleek niet het geval. De veehouders voldoen aan de wettelijke eisen voor dierenwelzijn, maar investeren niet zelf om vrijwillig te voldoen aan het Beter Leven keurmerk. Dit ‘tussensegment’ voor vlees met meer dierenwelzijn is overigens ook nog geen succes bij de consumenten.

De varkens- en pluimveehouders zijn bereid om over te schakelen naar alternatieve productiesystemen met meer dierenwelzijn, stelt Gocsik, maar alleen als de extra kosten worden gecompenseerd door een prijsbonus. Bovendien geven ze, in geval van omschakeling, de voorkeur aan maatregelen die ze kunnen terugdraaien, boven structurele investeringen in diervriendelijke stalsystemen. Ze vertrouwen er niet op dat de markt extra blijft betalen voor meer dierenwelzijn. Bovendien zijn de marges voor de veehouder klein bij vlees, kip en eieren.

Afnemers moeten dus meer zekerheid bieden aan pluimvee- en varkenshouders over de bonus op welzijnsvlees, stelt Gocsik, anders komt het tussensegment niet van de grond. Vooral bij welzijnsvriendelijke eieren zal dit een probleem zijn, want de stallen voor leghennen met uitloop lonen minder dan de conventionele stallen zonder uitloop. Ontwikkeling van het Beter Leven keurmerk vergt dus prijsafspraken tussen veehouders, slachters, verwerkende bedrijven en supermarkten, concludeert de Hongaarse promovendus. Ze promoveerde op 19 december bij bedrijfseconoom Alfons Oude Lansink.


Re:ageer