Organisatie - 13 januari 2011

'Vaste aanstelling voor wetenschapper is toeval'

Toeval vaak doorslaggevend in carrière ­wetenschapper. Effectief loopbaanbeleid ontbreekt op ­universiteiten.



Onderzoeker Barbara van Balen nam voor het Rathenau Instituut de carrières van talentvolle wetenschappers onder de loep. Ze interviewde 21 academische talenten: wetenschappers van universiteiten die binnen hun vakgebied in hoog aanzien staan. Ze vroeg hen ook iemand te noemen die evenveel talent had als zijzelf en toch de wetenschap heeft verlaten. Zo kreeg ze de namen van 21 talenten die goed genoeg waren om de wetenschap in te gaan, maar uiteindelijk buiten de universiteit terechtkwamen.
De ene promovendus trof een betrokken begeleider met een groot netwerk en had geen enkele moeite met opklimmen, terwijl de ander allerlei tegenslagen kreeg: de eerste promotiebegeleider overlijdt, de tweede wordt minister en daarna wordt er op de vakgroep bezuinigd.
Ook is het personeelsbeleid van universiteiten is dubieus, volgens Van Balen, die overigens geen specifieke instellingen noemt. Als decanen of leidinggevenden vertrekken, blijken hun opvolgers zich weinig van gemaakte afspraken aan te trekken. Eén van de 'verloren talenten' had afspraken gemaakt waaraan hij moest voldoen om universitair hoofddocent te worden. Tot twee keer toe kwamen er nieuwe criteria bij als hij aan de norm voldeed. Dat was niet bevorderlijk voor zijn trouw aan de universiteit.
'Het is moeilijk om een wetenschappelijke carrière te plannen', zegt Van Balen. 'Jonge onderzoekers denken vaak: met al die tijdelijke baantjes kan ik nooit een huis kopen of een gezin stichten. Eén van de geïnterviewden had 23 verschillende aanstellingen achter elkaar gehad.'
Volgens Van Balen zouden universiteiten hun wetenschappers vaker in vaste dienst moeten nemen. 'Maar daar zijn ze huiverig voor, omdat het moeilijk en duur is om weer van iemand af te komen als die niet goed genoeg is.'

Re:ageer