Wetenschap - 1 januari 1970

Varkensvleeseters zijn intolerant

Varkensvleeseters zijn intolerant

Varkensvleeseters zijn intolerant

Heavy users van varkensvlees zijn niet erg tolerant, propageren orde en tucht, en kijken graag naar vechtfilms. Dat constateert het onderzoeksbureau Motivaction in opdracht van de Productschappen Vee, Vlees en Eieren. De productschappen wilden een sociaal-psychologisch profiel van de vleeseter. De geweldsfascinatie van de karbonadekluivers valt moeilijk te rijmen met hun behoefte aan huisvrede, maar geweldsfascinatie hoeft natuurlijk niet in praktijk gebracht te worden, legt een onderzoeker uit aan het blad Adformatie

Motivaction onderzocht ook de heavy users van rundvlees, kip en vis. De fervente biefstuketers hebben een grotere behoefte aan authenticiteit: ze hebben liever een echte bontjas dan een modieus namaakbontje. Verder hebben ze meer oog voor geur en stijl dan de anderen. De meer opportunische kipeter is kosmopolitisch ingesteld, is dol op kicks zoals bungee jumping en hecht aan zijn sociale netwerk. De viseter, tot slot, is tolerant en is geïnteresseerd in spiritualiteit en het milieu

Deze stereotypen gelden niet voor matige gebruikers van vlees en vis, melden de onderzoekers, die overigens geen onderscheid maakten tussen gebruikers van gangbaar vlees en van scharrelvlees. A.S

VRAGEN Tineke Nota


  • Wat vind je leuk aan je werk?

    Het directe contact met medewerkers en de diversiteit in de relaties. Verder houd ik ervan te zoeken naar de kwaliteiten van iedere medewerker die een beroep op me doet. En ze te leren kijken naar hun eigen mogelijkheden. Mensen kunnen naar me toe komen met problemen in de werksituatie maar ook met meer persoonlijke problemen, bijvoorbeeld met hun relatie

  • Hoe ben je in dit vak gerold?

    Al jong had ik belangstelling voor de gezondheidszorg, misschien door het vroege overlijden van mijn vader. Na mijn studie verpleegkunde ben ik gaan werken in een verpleegtehuis. Daarna kwam ik in de wijkverpleging terecht in een nieuwbouwwijk. Daar kreeg ik te maken met mensen die bijvoorbeeld problemen hadden met de opvoeding van hun kinderen. Toen merkte ik dat ik te weinig wist van psychisch-sociale aspecten van de gezondheid. Ik liet mezelf bijscholen en kwam zo in het maatschappelijk werk terecht

  • Bij welke historische gebeurtenis had je aanwezig willen zijn?

    Ik had de val van de Berlijnse Muur wel willen meemaken, om persoonlijk getuige te zijn van de vreugde en vrijheid van de mensen

  • Wat is je favoriete dier?

    De zeemeeuw. Het is zo mooi om dit dier vrij, ongebonden en op eigen kracht over zee te zien vliegen

  • Welke wetenschappelijke ontdekking vind je opzienbarend?

    De vorderingen op het gebied van het DNA-onderzoek. Er zijn zeer nuttige toepassingen. Laatst las ik in de krant dat verdachten waren vrijgesproken op grond van DNA-onderzoek. Vroeger zijn er waarschijnlijk wel mensen veroordeeld die waren vrijgesproken als er DNA-onderzoek was gedaan

  • Wie vind je een goede schrijver?

    Nicholas Evans, schrijver van De paardenfluisteraar en De wolvenlus. Hij schrijft op meeslepende wijze over onze angsten en verbondenheid met de ongetemde natuur. Hij houdt van begin tot eind spanning in het verhaal en door de details zie je het helemaal voor je

  • Stel dat je een miljoen zou winnen?

    Ik zou eindelijk vragen om een sabbatical year voor eigen rekening en een project steunen om kinderen een betere toekomst te bieden

  • Wat irriteert je aan de universiteit?

    Ik erger me aan de vaak trage besluitvorming, waardoor medewerkers onnodig lang in onzekerheid verkeren over hun toekomst. Als gevolg van de reorganisaties en de onzekerheid over het wegvallen van leerstoelgroepen kwamen veel mensen naar me toe die kampten met onzekerheid over hun positie

  • Waar moet eens werk van gemaakt worden?

    De welvaart zou veel beter verdeeld moeten worden in de wereld

  • Wat is het beste advies dat je ooit hebt gekregen?

    Laat je irritaties daar waar je ze oploopt. Ook een mooie: je bent de maker van je eigen gevoel. Oftewel: vraag je af wat je kunt leren van minder prettige ervaringen om daar in de toekomst je voordeel mee te doen

  • Heb je een held?

    Monseigneur Beckers bewonder ik om zijn doorbraak met de oecumenische gedachte in de katholieke kerk. Hij wees erop dat iedereen elkaars opvattingen moet respecteren en moet zoeken naar het gemeenschappelijke. Hij geeft aan dat mensen niet altijd moeten denken dat zij de enige juiste mening hebben of de enige juiste oplossing weten. Je kunt Amsterdam bijvoorbeeld via verschillende wegen bereiken. Ook heeft bisschop Beckers zich sterk gemaakt voor openheid over het gebruik van anticonceptie. De paus tolereert het nog niet, maar de katholieke kerk in Nederland inmiddels wel

  • Waar zie je tegenop?

    In de file staan op de A50. Daarom ga ik vaak vroeg van huis weg. Dan ben ik om half acht op mijn werk, maar dan kan ik ook vroeger naar huis

  • Welk bijzonder natuurfenomeen zou je willen zien?

    Op 11 augustus is er een zonsverduistering. Dat lijkt me prachtig om te zien. Ook zonsondergangen vind ik erg mooi. Ik ben eens op Bali geweest en daar heb je indrukwekkende zonsondergangen. De snel ondergaande zon laat in de lucht en op het water een kleurenpracht zien voordat zij afscheid neemt. De mensen in Indonesië bewonder ik trouwens ook zeer. Ze stralen rust uit en zijn een en al aandacht als je met ze praat. Dat probeer ik vast te houden als ik terugga naar Nederland. Maar ik betrap me er na veertien dagen weer op dat ik soms met andere gedachten bezig ben als ik met iemand sta te praten

  • Wat vind je een mooi citaat?

    William Shakespeare schreef eens: Niets is goed of slecht, alleen uw gedachten kunnen iets goed of slecht maken. H.B., foto G.A

    Ik erger me aan de vaak trage besluitvorming, waardoor medewerkers onnodig lang in onzekerheid verkeren over hun toekomst

    Ir Frits Claassen (37) werkt op de leerstoelgroep Operationele analyse van de sectie Wiskunde. Wij werken aan optimaliseringsvraagstukken. Een klassiek voorbeeld is de mengvoederindustrie. Je hebt een aantal grondstoffen die zowel in kwaliteit als prijs verschillen. Daarmee wil je een eindproduct samenstellen dat voldoet aan alle eisen, bijvoorbeeld het eiwit- en het zetmeelgehalte, en toch zo goedkoop mogelijk is. Wij berekenen hoe je dat doet. De leerstoelgroep dient vooral als toeleverancier voor andere groepen en voor studierichtingen. Je kunt hier in Wageningen geen wiskunde studeren. We geven wel een inleidend vak toegepaste wiskunde, en op basis daarvan verschillende keuzevakken. Die kunnen dan weer aanleiding zijn voor een afstudeervak. Verder werken we mee aan promotieonderzoek bij verschillende leerstoelen en DLO-instituten.

    Dr Ivo Claassen (39) is hoofd van het laboratorium voor Kwaliteitscontrole van het Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid (ID-DLO). Wij bewaken de kwaliteit van de vaccins en de diagnostische tests - de kits - die het ID produceert. Het ID maakt vaccins tegen varkenspest en mond- en klauwzeer en tests voor allerlei bacterie- en virusziekten, zoals varkenspest en het bovine herpesvirus. De vaccins controleren we onder andere op veiligheid en werkzaamheid; bij de tests bekijken we of ze inderdaad doen wat de bijsluiter belooft. Gelukkig hoeven we niet vaak iets af te keuren. Zelf doet Claassen nauwelijks nog laboratoriumwerk. Daar heb ik geen tijd voor. Af en toe spring ik eens een dagje bij op het lab, en dat is leuk. Ik kan het nog wel. Die praktische achtergrond heb je nodig als je wilt meedenken over problemen en oplossingen.

    Wendy

    :Elk jaar doe ik mee aan een tenniscompetitie. Dit jaar dacht ik: dat wordt weer niets. Ik kende op de eerste dag van de competitie mijn teamgenoten nog niet eens. Toch bleek op de laatste competitiedag dat we kampioen konden worden. We speelden die dag vrij goed en al vroeg in de middag waren we klaar. De andere kanshebber moest nog een paar wedstrijden spelen. Als ze er oon zouden verliezen, waren wij kampioen. 's Avonds hadden ze nog niets verloren en stonden een teamgenoot en ik langs de baan te kijken naar hun laatste wedstrijd. We hadden het niet meer, want het ging steeds gelijk op. Toen werd het ook nog een tie break en uiteindelijk wonnen ze. Maar het publiek was op onze hand, want dat andere team speelde af en toe vals

    Mijn studie komt af en toe wel in de knel, want naast het tennissen ben ik ook lid van SSR. Ik ben er bijna iedere dag, omdat ik er ontiegelijk veel mensen ken en het er altijd gezellig is. Het is vooral leuk dat ik er dingen kan doen en organiseren die ik in mijn eentje niet of heel moeilijk kan doen

    Ik werk bijvoorbeeld mee aan de organisatie van het pre-AID-feest, dat volgende week donderdag gehouden wordt. De band Pigmeat komt en we organiseren vooraf een barbecue. Pigmeat is heel leuk. Ze zijn al eens eerder op SSR geweest en dat was een groot succes. Wat voor 'n muziek ze spelen? Dat weet ik niet meer precies. Ik was er de vorige keer wel bij, maar ben het vergeten

    Ik zit ook in het dispuut Hoi Hoplitai. Dat is Grieks. In het Nederlands heten we De Hoplieten, naar een Griekse strijdmacht. We borrelen veel met elkaar, met olijven en feta erbij, en hebben in de weekenden ook vaak activiteiten. Niet echt spectaculaire dingen; we hebben bijvoorbeeld nooit parachute gesprongen. Maar we hebben laatst wel gelasergamed en gekart. Dat karten vond ik trouwens doodeng

    Het leuke van die weekenden is dat je heel ongedwongen veel ouderejaars leert kennen. Normaal trek je toch op met mensen van je eigen jaar, maar tijdens die weekenden niet. Of we ook dispuutstradities hebben? Daar kan ik niet over uitweiden, want dat is dispuutsgeheim

    Verder zit ik bij SSR ook nog in de zeefdrukcommissie. Daar hoef je niet creatief voor te zijn: je krijgt gewoon een ontwerp voor een poster of een T-shirt, en dat ga je drukken. Ik zeefdruk al bijna twee jaar en ken het hele procodo op mijn duimpje. Of het saai is? Nee. Het is wel steeds hetzelfde, maar dat is tennis ook: steeds tegen een balletje slaan. Je moet altijd maar afwachten of wat je in gedachten hebt ook lukt


    DLO in rode cijfers door reorganisatiekosten


    Bestuurslid ir Kees van Ast is licht teleurgesteld over de cijfers. In de begroting voor 1998 rekende DLO op een winst van vier miljoen gulden. Volgens Van Ast moet het net verzelfstandigde DLO nog wennen aan de onderzoeksmarkt. We moeten bijvoorbeeld meer greep krijgen op de kostencalculatie. We mogen niet te goedkoop leveren, maar ook niet te duur. Zulke problemen zijn niet vreemd voor een organisatie die de omslag maakt die wij maken.

    Opvallend in 1998 was het verlies van agrotechnologisch instituut ATO. Dat is de laatste tien jaar stormachtig gegroeid, maar belandde vorig jaar voor het eerst in de rode cijfers. Het verlies bedroeg 1,6 miljoen gulden. Van Ast: ATO groeide jarenlang erg hard en is niet op tijd gestopt met het aannemen van mensen. Het is een voorproefje van wat we, hopelijk op kleinere schaal, vaker zullen zien. We kijken ontwikkelingen vaak nog te lang aan. We zullen als management sneller beslissingen moeten nemen.

    DLO is net als voorgaande jaren voor zestig procent van zijn omzet afhankelijk van het ministerie van LNV. De aanvullende markt veroveren valt voorlopig nog niet mee. Het zal ook de volgende jaren voor DLO zeker geen vetpot worden. Veel buitenlandse instituten draaien bijna volledig op staatssubsidie. Voor hen is een extra opdracht van de Europese Unie of het bedrijfsleven een leuk extraatje, maar wij hebben die opdrachten echt hard nodig.

    DLO verwacht dat de reorganisaties van instituten in totaal 86 miljoen gaan kosten. Het leeuwendeel van die kosten wordt gedragen door het ministerie, DLO zelf betaalt 32 miljoen. Is DLO na de reorganisaties klaar voor de markt? Ik ben wel positief over onze kansen. We willen de komende jaren grootscheepse reorganisaties voorkomen, maar de markt is flexibel en daar moeten we op inspelen. We zullen dus wel constant kleine verschuivingen in de organisatie zien, aldus Van Ast. K.V

    bij foto:Jill Idzinga, student Voeding en gezondheid, is een van de studenten die fotograaf Luc ten Klooster portretteerde voor zijn expositie Het orkest van de 21e eeuw, tot 20 augustus te zien in De Wereld in Wageningen. Studenten zijn volgens Ten Klooster de beleidsmakers van de volgende eeuw. Hij fotografeerde hen in hun onopgeruimde kamer, die het heden symboliseert, in hun nette kleding, die iets van de toekomst in zich heeft. In fotobijschriften spreken de studenten zich uit over hun toekomst. Idzinga zegt onder andere: Ik wil mijn handen uit de mouwen steken in een voedselproject ergens in Azië of Afrika. Maar bovenal blijven genieten van alles. R.L

  • Re:ageer