Wetenschap - 31 januari 2008

Varkenspestvirus uit de lucht geplukt

Onderzoekers van het Centraal Veterinair Instituut (CVI) zijn erin geslaagd om het varkenspestvirus aan te tonen in luchtmonsters die bij besmette varkens zijn genomen. De resultaten van het onderzoek dat ze deden in samenwerking met diergezondheidsinstituut GD in Deventer en de Universiteit Utrecht, worden gepubliceerd in Veterinary Microbiology van 5 februari.

De onderzoekers vingen het virus met gelatinefilters waarin de ziekteverwekkers bleven ‘plakken’. Het geleverde bewijs kan iets bijdragen aan de vraag hoe het virus zich doorgaans verspreidt. Tot nu toe wordt aangenomen dat diercontacten, besmet voer, transportauto’s of contact via mensen een belangrijke rol spelen bij de verspreiding van virussen. Een aantal uitbraken kan echter niet op die manier verklaard worden. Mogelijk speelt verspreiding via de lucht daarbij een rol.
In welke mate dat ook daadwerkelijk het geval is, moet verder worden onderzocht. Uit de proeven blijkt in elk geval dat het virus een half uur in de lucht aanwezig kan blijven, al is de helft na ongeveer tien minuten verdwenen. Die tijdspanne is echter genoeg om het virus van het ene naar het andere bedrijf te laten vliegen, zegt onderzoeker drs. Willie Loeffen van het CVI. Maar er zijn nog veel andere factoren die de overlevingstijd en de verspreiding van het virus buiten het bedrijf kunnen beïnvloeden.
Op dit moment doet het CVI verder onderzoek naar het virus in stallucht bij varkens die in groepen worden gehouden. Het eerste onderzoek betrof individueel gehuisveste dieren. Er worden ook proeven voorbereid met het mond- en klauwzeervirus en het vogelpestvirus.
Hoewel het nu mogelijk is het varkenspestvirus uit de lucht te vangen, acht Loeffen het onwaarschijnlijk dat er ‘snuffelpalen’ voor varkenspest verschijnen in varkensrijke gebieden. ‘Het zou in theorie kunnen, maar ik denk niet dat dit binnen afzienbare tijd een realistische methode is om de ziekte te detecteren.’

Re:ageer