Wetenschap - 13 december 2007

Varens veroveren oude zeebodem

1677_nieuws.jpg
De drooggelegde zeebodem van Flevoland is een walhalla voor varens. Bioloog Piet Bremer verzamelde dertig jaar lang gegevens over de opkomst van vele zeldzame soorten in de jonge bossen van de Flevopolders. Hij promoveerde op woensdag 12 december op de ontwikkeling van deze ‘unieke wereld’.
In het dagelijks leven werkt Bremer voor de provincie Overijssel als ecoloog. ‘Ik geef beleidsmakers advies over van alles, van weidevogels tot paddenstoelen’, vertelt hij. Maar gek genoeg niet over varens, de plantengroep waar hij al dertig jaar onderzoek naar doet in zijn vrije tijd. ‘Varens zijn maar een heel kleine groep. Die speelt nauwelijks een rol in de beleidsvorming.’
Des te meer in Bremers dagelijks leven. ‘Ik liep in 1977 tegen de zeldzame tongvaren aan in het jonge Kuinderbos. Deze had zich spontaan ontwikkeld op een plek die zonder meer uniek was. Daar wilde ik de oorzaken van weten’, vertelt Bremer over het begin van zijn promotieonderzoek bij de leerstoelgroep Natuurbeheer en plantenecologie.
In de jaren die volgden struinde hij maandelijks langs de ontwateringsgreppels in het Kuinderbos. ‘De bodem is als een spons van verdronken hoogveen met daar bovenop een laag kalkhoudend zand dat door de Zuiderzee is afgezet. Deze combinatie is geologisch uniek en perfect voor varens. Eind jaren zeventig was elk bezoek aan deze nog onbekende wereld een verrassing. Ik zag hoe het Kuinderbos en de varens zich erop ontwikkelden.’
Bremer vond in totaal vijfentwintig soorten die hun weg naar het jonge bos hadden gevonden. ‘Een aantal daarvan kwam toen nergens anders in Nederland voor, zoals de lansvaren. Die is waarschijnlijk vanuit Schotland of de Alpen overgewaaid. De sporen zijn heel klein en fijn, waardoor het genetische materiaal zich over grote afstanden kan verspreiden, net als mossen en paddenstoelen. Hierdoor verloopt het kolonisatieproces heel snel.’
De volgorde van de kolonisatie hangt af van de grootte en nabijheid van de populaties in de omgeving, ontdekte Bremer. ‘Hoe groter de aantallen van een bepaalde soort in de omgeving, des te eerder een varensoort zich er vestigt.’ Logisch, beaamt hij. ‘Maar voor varens was dat niet eerder aangetoond.’ Behalve nieuwe soorten zag Bremer de populaties ook groeien. ‘Van de zeldzame tongvaren staan nu zeker dertienduizend planten in het gebied. Dat is de grootste populatie binnen Nederland.’ Mede door de zachte winters gaat het ook in de rest van Nederland steeds beter met de varens. ‘Maar het Kuinderbos is echt sensationeel’, aldus Bremer. / Laurien Holtjer

Piet Bremer promoveerde op 12 december bij prof. Frank Berendse, hoogleraar Natuurbeheer en plantenecologie.

Re:ageer