Organisatie - 1 januari 1970

Van wetenschapper naar galeriehouder

Op één dag een nieuw leven beginnen en het oude afsluiten komt zelden voor. Toch is dat wat dr Nico van Breemen, sinds 1986 hoogleraar Bodemvorming en ecopedologie, doet op 30 september. Op die dag is hij vanaf elf uur galeriehouder, en neemt hij om vier uur afscheid als hoogleraar bij Wageningen UR.

In zijn woning annex tentoonstellingsruimte in Wageningen vertelt hij over zijn enthousiasme voor wetenschap en kunst.
Hij studeerde in 1968 af in de Bodemkunde en bemestingsleer en is zijn vakgebied al die jaren trouw gebleven. Maar na tientallen jaren wetenschap vindt Van Breemen het toch tijd om iets anders te gaan doen. Samen met echtgenote Riekje besloot hij een galerie te openen. Met gepaste trots toont hij de aan huis gebouwde tentoonstellingsruimte, waar hard wordt gewerkt aan de inrichting. Wit overheerst, en komt ook terug in de naam: 'Galerie Wit', naar de meisjesnaam van zijn vrouw.
‘Kunst had altijd al mijn grote interesse. De titel van mijn afscheidsrede is: 'Ik ga vandaag iets heel nieuws ontdekken, en ben toch zo benieuwd wat het zal zijn!' Het is een citaat van een olifant uit een boekje van Toon Tellegen.’
'Serendipiteit, daar gaat het om. Dat is iets ontdekken waarnaar je helemaal niet op zoek was. Dat overkomt wetenschappers nogal eens, maar kunstenaars weten ook niet altijd waar zij uitkomen als zij aan een kunstwerk beginnen.’
Het thema van de eerste tentoonstelling, waaraan zesentwintig kunstenaars deelnemen, is 'Licht, lucht, aarde en de kringloop der dingen'. De opening wordt verricht door oud-Wagenings hoogleraar Geologie prof. Salomon Kroonenberg.
‘Het thema is ook van toepassing op mijn werk als bodemkundige: het onderzoek naar de relatie tussen organismen die de bodem veranderen.’
‘Wetenschappers en kunstenaars hebben een heleboel gemeenschappelijks, maar staan ook haaks op elkaar. Wetenschappers werken meestal vanuit een chaotische intuïtie. Dat geldt vaak ook voor kunstenaars. Alleen hoeven zij niets te bewijzen, te toetsen. Hun eindproef is het kunstwerk.
Wetenschappers zitten met het probleem dat zij moeten bewijzen: de dingen waren er al, maar moesten nog worden ontdekt! Maar voor beiden geldt, dat absolute vrijheid nodig is om succesvol te kunnen werken. Beiden moeten niet in een keurslijf zitten.' / LW

Re:ageer