Wetenschap - 20 december 2001

Van koloniale landbouw naar beleidsondersteunend onderzoek en onderwijs

Van koloniale landbouw naar beleidsondersteunend onderzoek en onderwijs

Wageningen is anders internationaal dan vroeger

Minister Jan Pronk zei het begin deze maand nog eens tijdens een bezoek aan Wageningen: doodzonde dat Wageningen haar unieke tropenkennis aan het verliezen is. Met het opheffen van de opleiding Tropisch landgebruik zou specifieke tropische kennis verloren zijn gegaan. Maar is dat wel zo? En zo ja, is dat zo erg en wat kwam er voor in de plaats? Een vergelijking tussen het zuidelijk gehalte van Wageningen nu, en dat van vroeger. En een vooruitblik op de twee belangrijkste ontwikkelingsprogramma's van Wageningen UR voor de komende vier jaar.

Al in 1896 ontstond er in Wageningen een opleiding Koloniale landbouw, waarin naast landbouwkennis ook Javaans en Maleis gedoceerd werd. Indertijd klaagden Nederlandse boeren dat ze niets aan Wageningen hadden, omdat de meerderheid van de Wageningse afgestudeerden naar de plantages in de koloni?n vertrok.

Dat ligt inmiddels anders. Sinds in 2000 de opleidingen Tropisch landgebruik en Rurale ontwikkelingsstudies werden afgeschaft, kan een Nederlandse student die ontwikkelingswerker wil worden nog maar met moeite een opleiding in Wageningen krijgen. Dat is natuurlijk logisch, want in het werkveld is steeds minder behoefte aan Nederlandse deskundigen voor ontwikkelingswerk in de tropen. Wil zo'n student zich toch nog voorbereiden op een internationale carri?re in beleid of management op het gebied van landbouw, milieu of voeding - en aan dat soort mensen is zeker nog behoefte - dan kan die de nieuwe opleiding Internationale ontwikkelingsstudies doen. Die opleiding is vooral internationaal - ook Europese Unie - en minder tropengericht.

Ontwikkelingslanden hebben zelf steeds meer de kennis in huis die voorheen door ontwikkelingswerkers werd aangedragen. Toch zijn velen bang dat met deze veranderingen ook het Wageningse ontwikkelingsgerichte onderzoek zou verdwijnen. Minister Pronk bijvoorbeeld, die begin deze maand zei het te betreuren dat Tropisch landgebruik verdwenen is, en daarmee de tropenspecifieke kennis.

Toch lijkt dat mee te vallen. Ontwikkelingslanden nemen inderdaad steeds meer zelf de handschoen op in ontwikkelingsprojecten of onderzoek, maar ze ontberen vaak nog de goedgeorganiseerde universiteiten en kennisinstellingen die daarvoor nodig zijn. Gevolg is dat de toestroom van studenten en promovendi uit ontwikkelingslanden naar Wageningen Universiteit sterk is toegenomen de laatste jaren (zie kaders). Per maart 2000 werkten 336 buitenlandse promovendi uit 71 landen in Wageningen aan hun dissertatie.

Een overzicht van de exacte geldstromen in het Wageningse noord-zuid-onderzoek bestaat niet. Toch weet prof. Eric Smaling, voormalig co?rdinator van het Wageningse noord-zuid-onderzoek, een tendens te schetsen. In totaal zette Wageningen UR in 2000 zo'n 65 miljoen gulden om in ontwikkelingsgericht onderzoek en onderwijs. Smaling denkt dat in voorgaande jaren vergelijkbare bedragen werden besteed. Wageningen UR draait al vanaf het eerste kaderprogramma van de EU goed mee, en ook de geldstroom van de WOTRO, de afdeling van de NWO voor tropen en rurale ontwikkeling in ontwikkelingslanden, bleef de afgelopen jaren gelijk. Ongeveer de helft van het technische onderzoek dat WOTRO financiert gaat naar Wageningen.

Ook het sociaal-economische ontwikkelingsgerichte onderzoek, geco?rdineerd door onderzoeksschool Ceres, doet het goed. Dr Otto Hospes, directeur van het Wageningse deel van Ceres, schat dat de helft van alle promovendi in de sociale wetenschappen in Wageningen via Ceres promoveert. Met de toevoeging van het Internationaal Agrarisch Centrum is Wageningen UR vijftig ontwikkelingsdeskundigen rijker.

Inhoudelijk verandert er wel het een en ander aan het internationaal gerichte onderzoek. Ging ten tijde van de Groene Revolutie landbouwkundig onderzoek voor ontwikkelingslanden vooral over productieverhoging, inmiddels is gebleken dat er meer nodig is voor de ontwikkeling van landen. Echte tropenkennis is minder van belang geworden. Een deskundige die alles weet van koffie of cacao is anno 2001 lastig te vinden in Wageningen. Er is nu meer vraag naar beleidsondersteunend onderzoek. Centraal staat bijvoorbeeld de toegang van ontwikkelingslanden tot de steeds verder liberaliserende wereldmarkt. Onderzoek naar bijvoorbeeld de verwerking van landbouwproducten die voldoet aan de eisen van voedselveiligheid in de internationale handel wordt dan van belang. Tegelijkertijd moet onderzoek bestuderen hoe vermeden kan worden dat de mogelijke voordelen van liberalisering voorbij gaan aan de armste bevolkingsgroepen in Afrika.

Nieuwe problemen vragen dus om nieuw onderzoek. Wageningen UR zette twee grote onderzoeksprogramma's op die het ontwikkelingsgerichte onderzoek voor de komende vier jaar bundelen. Die worden geco?rdineerd door een nieuw Noord-Zuid-Centrum, waar binnenkort een directeur voor wordt aangesteld.

Een van de programma's is het DLO Internationale Samenwerking Programma, waarvoor het ministerie van LNV voor vier jaar financiering heeft toegezegd en dat per januari aanstaande van start gaat op vijf verschillende thema's (zie kader). Anders dan voorgaande ontwikkelingsprogramma's van DLO heeft LNV nu duidelijker aangegeven dat het ministerie vooral beleidsondersteunend onderzoek wil zien, zegt ir Wim Andriesse, co?rdinator van het programma bij het Noord-Zuid Centrum. De landbouw wordt steeds internationaler en LNV wil nadrukkelijker gaan meepraten in mondiaal beleid. Thema's zijn dan ook bijvoorbeeld biodiversiteit, voedselveiligheid en markttoegang van ontwikkelingslanden door beter ketenbeheer. Alle DLO-instituten dragen bij, al zijn Alterra, Plant Research International en het LEI de grootste op dit gebied.

Probleem zijn de tarieven van DLO die voor veel klanten in de ontwikkelingssamenwerking te hoog zijn. Het Nederlandse ministerie van ontwikkelingssamenwerking betaalt bijvoorbeeld 1500 gulden per dag, terwijl DLO 1700 vraagt. Wereldvoedselorganisatie FAO wil maar duizend gulden per dag geven. Rector Bert Speelman heeft wel eens geopperd dat een solidariteitsfonds opgericht zou moeten worden om het gat te dichten. De missie van Wageningen UR vereist immers aandacht voor ontwikkelingsgericht onderzoek. Maar tot een harde toezegging is het nog niet gekomen, tot spijt van Andriesse.

Joris Tielens

Thema's in het DLO Internationale Samenwerking onderzoek

* Opbouwen van kennis en capaciteit in ontwikkelingslanden zelf op het gebied van voedselveiligheid en kwaliteit in mondiale agroketens, waardoor ontwikkelingslanden beter kunnen voldoen aan internationale normen.

* Duurzame landbouw en milieu in dichtbevolkte en peri-urbane gebieden.

* Conservering en gebruik van agro-biodiversiteit.

* Internationaal natuurbeheer.

* Beleidsondersteunend onderzoek voor internationale verdragen.

Onderzoeksprojecten in het INREF-programma

Het nieuwe universitaire onderzoekprogramma Interdisciplinary Research and Education Fund (INREF) is een half jaar geleden opgestart, zal vier jaar duren en bestaat uit vijf projecten. De middelen van het programma zijn een voortzetting van de fondsen voor de voormalige steunpunten van Wageningen Universiteit in Burkina Faso en Costa Rica. Meer dan in de steunpunten, zegt dr Niek Koning, co?rdinator van INREF, wordt in het nieuwe programma samengewerkt, ook tussen instellingen uit de ontwikkelingslanden onderling.

* Regionaal beleid voor voedselzekerheid en een duurzame economie in minder kansrijke regio's.

* Verbetering van de gezondheid van mensen door een ketenbenadering voor de productie van voedsel met meer voedingswaarde.

* Combinatie van praktijkkennis en sociale en natuurwetenschappelijke kennis voor technologie-ontwikkeling voor beter gewas- en bodembeheer.

* Aangepaste technologie-ontwikkeling voor visvijvers die bijdragen tot een betere nutri?ntenhuishouding van landbouwbedrijven.

* Milieuvriendelijker verwerking van producten in de (kleinschalige) agro-industrie.

* Genomics van groenten voor gezonder voedsel.

Buitenlandse eerstejaarsstudenten

De instroom van MSc'ers aan Wageningen Universiteit. Let wel, deze studenten blijven hier achttien maanden, Nederlandse studenten zo'n vier, vijf jaar.

1996 123

1997 148

1998 167

1999 147

2000 231

2001 300

Bron: Stafafdeling Onderwijs en Studenten Aangelegenheden, Wageningen Universiteit

Nederlandse ontwikkelingsgerichte eerstejaarsstudenten

De instroom van eerstejaarsstudenten aan Wageningen Universiteit voor de opleidingen Tropisch landgebruik en Rurale ontwikkelingsstudies, later Internationale ontwikkelingsstudies.

1996 76

1997 70

1998 85

1999 68

2000 44

2001 44

Bron: Stafafdeling Onderwijs en Studenten Aangelegenheden, Wageningen Universiteit

Buitenlandse promovendi

Aantal promoties van buitenlanders aan Wageningen universiteit

1990 4

1991 4

1992 13

1993 20

1994 27

1995 18

1996 34

1997 31

1998 41

1999 46

2000 57

2001 78

Bron: Noord-Zuid Centrum Wageningen UR

De productie en handel van bijvoorbeeld aardappels in ontwikkelingslanden voldoet vaak nog niet aan de standaarden van de internationale handel.

Foto Siebe van Wijk, LEI

Re:ageer