Organisatie - 26 januari 2016

Van der Vorst wil sturen op samenwerking

tekst:
Albert Sikkema

Sinds september is Jack van der Vorst algemeen directeur van de Social Sciences Group. Dat was even wennen voor de hoogleraar Ketenlogistiek. ‘In de eerste twee weken van mijn nieuwe baan moest ik opeens duizend mailtjes verwerken.’ Maar hij vindt het een prachtige baan.

<foto: Guy Ackermans>

Wie de Social Sciences Group zegt, heeft het over de leerstoelgroepen in de Leeuwenborch, het LEI en het CDI. Drie totaal verschillende culturen, merkte de kersverse directeur Jack van der Vorst. ‘In de Leeuwenborch ben ik een collega en de primus inter pares. Bij het LEI ben ik de directeur en bij het CDI ben ik Jack. Je wordt anders benaderd. Het LEI werkt iets formeler en hiërarchischer dan de universiteit. Het CDI is een collectief van onafhankelijke collega’s die een bijdrage willen leveren aan de opbouw in ontwikkelingslanden.’

Hij zelf komt van de universiteit, waar hij gedurende tien jaar de leerstoelgroep Operations Research and Logistics opbouwde. ‘Ik begon met een kleine onderwijsgroep en heb samen met de collega’s veel onderzoeksprojecten van de EU en de topsector Logistiek binnengehaald.’ Afgelopen jaar werd zijn groep beoordeeld als excellent door de internationale visitatiecommissie. ‘Ik was tien jaar bezig, ik werd ongedurig.’ Uit een assessment bleek dat hij de capaciteiten had om meer te kunnen. Toen zijn voorganger Laan van Staalduinen opstapte, ging hij nadenken. Nu wil hij aan iets nieuws gaan bouwen.

De leerstoelgroepen halen goede cijfers maar vormen geen eenheid, constateerde de visitatiecommissie afgelopen jaar. Ga je daar iets mee doen?

‘Ik ben trots op de behaalde resultaten, maar het kan altijd beter. In de Leeuwenborch verandert veel. De afgelopen jaren zijn maar liefst zeven nieuwe leerstoelhouders begonnen en komend jaar komen er nog twee nieuwe bij. Die nieuwe hoogleraren zijn gedreven en brengen nieuwe ideeën binnen. We hadden onlangs een Heidag met de leerstoelhouders waarin we concludeerden: we moeten meer weten van elkaar en meer samenwerken. Bovendien willen we een gezamenlijke visie opstellen waar we voor staan. Zo’n visie helpt om onze onderzoeksprioriteiten vast te stellen, maar ook om het onderwijs te verbeteren. De leerstoelgroepen steken nu veel energie in de ‘strijd om de vakken’, omdat dat financiering oplevert, terwijl we een gedeelde visie nodig hebben welk onderwijs we in de markt willen zetten en hoe we dat onderwijs samen kunnen vormgeven.’

One Wageningen, te beginnen in de Leeuwenborch?

‘Ik geloof in One Wageningen, we moeten sturen op samenwerking. En blokkades opruimen die samenwerking in de weg staat. Ik heb nu de opdracht gekregen om na te denken over robuuste leerstoelgroepen. Nu krijgt elke leerstoelgroep een basisfinanciering. Stel: twee groepen willen fuseren. Dan raken ze in de huidige situatie de helft van de basisfinanciering kwijt. Dat is duidelijk geen stimulans voor samenwerking. We onderzoeken hoe dat beter kan.’

‘Maar ik wil ook meer overleg en samenwerking bij het indienen van onderzoeksprojecten. Het komt voor dat er zes onderzoeksvoorstellen voor een Europees innovatieprogramma vanuit de Leeuwenborch worden ingediend, terwijl we weten dat maar één van de zes voorstellen kan worden gehonoreerd. Door vooraf te overleggen en te kiezen voor de sterkste consortia kunnen we effectiever worden bij de indiening van projecten.’

Het LEI heeft ook moeite om voldoende onderzoek binnen te halen?

‘Het LEI heeft afgelopen jaar een positief resultaat gehaald. Dat is een knappe prestatie, want de markt is moeilijk. De overheid trekt zich terug waardoor het LEI meer geld uit de private markt moet halen. Aangezien veel onderzoek op sectorniveau plaatsvindt en de productschappen verdwenen zijn, is dit een grote uitdaging. Zo beheert het LEI al jaren een informatienetwerk van 1.500 boeren waarmee we de bedrijfs- en inkomensontwikkeling van de boeren volgen. Daar gaan de bedrijven niet zelf voor betalen. Het is erg waardevolle informatie voor de overheid en de agrarische sector, maar de financiering van dit soort data staat steeds meer onder druk.’

Moet het LEI meer klussen van bedrijven aannemen?

‘We worden geen consultant, we leveren onafhankelijke sectorkennis. Maar het is zoeken naar de vorm waarin we die kennis produceren. De agrosector produceert steeds meer kennis en de bedrijven trekken die kennis steeds meer naar zich toe. Het LEI is bezig om samen met partners een onafhankelijk dataplatform in te richten waar iedereen gebruik van kan maken. Vroeger betaalde het productschap mee aan zo’n project, maar nu is een nieuwe aanpak nodig. Het LEI heeft voorstellen ontwikkeld en is er klaar voor.’

Dan het CDI, het Centre for Development Innovation. Moet die ook meer samenwerken?

‘Het CDI werkt al jaren intensief samen met vele partijen binnen en buiten Wageningen. We hebben enkele grote ontwikkelingsprojecten binnengehaald, maar het werk is nog niet voldoende zichtbaar binnen Wageningen UR. Daarnaast wordt het grote internationale netwerk momenteel onvoldoende ingezet binnen Wageningen UR, waardoor we kansen laten liggen. Daar gaat de nieuwe manager Hedwig Bruggeman nu werk van maken.’


Re:ageer