Organisatie - 1 januari 1970

Van der Hoeven tegen professional doctorate

Onderwijsminister Van der Hoeven ziet niets in verkorte onderzoekersopleidingen zoals het professional doctorate. ‘Ik ben niet overtuigd van het nut en de noodzaak’, schrijft ze in een notitie die ze afgelopen vrijdag naar de Tweede Kamer stuurde.

Hiermee verzet de minister zich tegen de wens van de universiteitenvereniging VSNU, die voor de zomer de komst van het professional doctorate aankondigde. ‘Waarom zou de minister hier een eigen standpunt over hebben?’, vraagt Ed D’Hondt, voorzitter van de VSNU, zich af. ‘Zij gaat over de infrastructuur, wij gaan over de inhoud.’ Hij vindt dat de universiteiten zelf moeten bepalen of ze verkorte onderzoekersopleidingen aanbieden.
Maar onderzoeksopleidingen die niet aan de kwaliteitseisen van het reguliere promotietraject voldoen, zijn volgens de minister ‘internationaal niet transparant’. Voor de postdoctorale ontwerpersopleidingen maakt ze een uitzondering. Die duren nu al twee jaar en ze ziet geen reden dat te wijzigen.
In de notitie over onderzoekstalent noemt de minister de Nederlandse promotieopleiding ‘van hoge kwaliteit’. Toch vindt ze dat bijna alles beter moet, bijvoorbeeld de hoeveelheid promoties, de begeleiding en het rendement. Verder moeten talentvolle vrouwen en allochtonen betere kansen krijgen.
Van der Hoeven wil ook meer varianten van de promotieopleidingen. Ze denkt aan duale promoties (werken en promoveren), sandwich-promoties (afwisselend promoveren en werken), buitenpromoties (bijvoorbeeld van Philips-onderzoekers) en promoties van hbo-docenten. Voor de vernieuwing van de promotietrajecten heeft OCW in 2005 vier miljoen euro gereserveerd en voor 2006 drie miljoen.
De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) moet de kwaliteit van de promotieopleidingen gaan bewaken, vindt Van der Hoeven. Op dit moment verleent de KNAW een zogenaamde ECOS-erkenning aan onderzoeksscholen, waarbinnen de meeste promovendi werken. Die erkenningsprocedure verleent misschien enige status, maar is niet verplicht. De minister wil daarom de ECOS-erkenningsprocedure verruilen voor een meer bindende beoordeling van de promotietrajecten door de KNAW. / HOP

Re:ageer