Wetenschap - 22 november 2001

Van Ast wil snel plannen om werkdruk te verminderen

Van Ast wil snel plannen om werkdruk te verminderen

'Er moet per instituut een plan komen, en ik wil elk jaar zien wat er concreet gebeurt'

Drukdrukdruk, altijd druk. Tijdschrijven, administreren, projecten binnenhalen en tussendoor je onderzoek doen. Het leven van een wetenschapper of manager van DLO is lang geen pretje, als je het verslag van het werkdrukonderzoek van TNO-Arbeid leest. Vergeleken met vergelijkbare instellingen is de werkdruk bij DLO volgens de onderzoekers van TNO opvallend hoog.

Waar komt die werkdruk vandaan? Zijn er te weinig mensen overgebleven na de reorganisaties? Onderzoekster Ulla Nuess: "Nee, het is niet zo dat er te weinig mensen beschikbaar zijn. Dat speelt maar bij een klein aantal afdelingen. De oorzaak moet gezocht worden in ineffici?nties in de werkorganisatie."

Beslissingen worden volgens de onderzoekster van TNO te vaak over de hoofden van de medewerkers genomen. Bovendien zijn de mededelingen over het beleid van de instituten vaak zo abstract dat de betekenis ervan voor het werk van medewerkers of de toekomst van hun afdeling niet duidelijk wordt. Dat maakt medewerkers onzeker en zorgt ervoor dat ze zich niet lekker voelen op het werk. Verder wordt er volgens het onderzoek een te groot beroep gedaan op de afdelingshoofden. Die moeten de functie van zakelijk leider en personeelsmanager vervullen en tegelijkertijd wetenschappelijk up-to-date blijven. Dat is vaak te veel gevraagd, waardoor de aandacht voor de medewerkers in de verdrukking raakt.

Geschrokken

"Wij zijn geschrokken van de uitkomsten van het onderzoek", reageert vice-voorzitter van de raad van bestuur ir Kees van Ast. "Het is een ernstig probleem. Het management heeft de laatste tijd veel moeten sturen op financi?n. Dat was natuurlijk ook nodig, maar we zijn daarin wat doorgeschoten. Daardoor is de aandacht voor de persoon onder druk komen te staan. We zullen het gevoel van onzekerheid en onveiligheid weg moeten nemen. Ik wil de problemen niet bagatelliseren, maar ik kan wel begrijpen hoe het zo gekomen is. Het was een paar jaar geleden pompen of verzuipen. We hebben gepompt, er was geen andere keuze. Nu we het lek boven water hebben, moeten we weer meer energie in de relatie met onze medewerkers steken."

DLO heeft de laatste jaren ingrijpende reorganisaties ondergaan. De oude overheidsinstelling moest omgetoverd worden tot een marktgerichte onderzoeksorganisatie. Veel budgetten zijn niet meer gegarandeerd en moeten telkens opnieuw bevochten worden. De prikklok houdt bij of projecten binnen de gestelde tijd afgerond worden. De DLO'er is door die veranderingen onzekerder geworden over zijn toekomst. De onderzoekers van TNO vonden dat bij alle instituten de 'werkzekerheid' van de medewerkers lager is dan bij bedrijven uit het referentiebestand.

Opvallend laag is ook de betrokkenheid van de medewerkers bij de organisatie. "De betrokkenheid bij het werk is juist erg hoog. Mensen houden van hun werk en willen dat beschermen. Maar de betrokkenheid bij de organisatie is erg laag", aldus Nuess. "Dat laatste heeft mij verbaasd", reageert Van Ast. "Ik dacht dat het clubgevoel behoorlijk aanwezig was. Maar dat is wellicht minder geworden. Ik had wel voorzien dat de verbondenheid met Wageningen UR niet erg hoog zou zijn, maar ik dacht dat de medewerkers meer binding zouden hebben met hun instituut.

"Dit is een probleem waar we aandacht aan moeten besteden", vindt Van Ast. "Met de kenniseenheden schuift het management nog verder op. We zullen meer informatie moeten geven over waar we naar toe willen als kenniseenheden. We moeten eens nadenken hoe we de mensen weer meer kunnen betrekken bij de organisatie. Misschien moeten we vaker discussies organiseren over het beleid."

Veel medewerkers hebben volgens Van Ast de laatste jaren te veel hooi op de vork genomen. Naast het onderzoek dat zij verrichten zijn er allerlei nieuwe taken op hun bord gekomen, zoals de acquisitie van onderzoeksfinanciering. "Je moet naar een taakverdeling streven, beseffen dat je niet alles zelf kunt. Dat vraagt een mentale stap van onderzoekers."

"Dat klopt," beaamt Nuess, "maar om die stap te maken, hebben mensen een veilige, rustige situatie nodig." En die ontbreekt nu vaak. Wetenschappers en managers zijn onzeker over de toekomst van hun afdeling of het instituut en durven geen stapje terug te doen. Je weet immers maar niet wanneer de volgende reorganisatie volgt en dan kun je maar beter te boek staan als een hardwerkende alleskunner.

Ziekteverzuim

Niet alleen het onderzoek van TNO, maar ook het oplopende ziekteverzuim wijst erop dat de reorganisaties van de afgelopen jaren hun tol hebben ge?ist onder het personeel van DLO. Het ziekteverzuim is inmiddels opgelopen tot zeven procent. Bij vergelijkbare bedrijven is drie tot vier procent normaal.

De sleutel voor de oplossing van de hoge werkdruk ligt volgens Van Ast niet direct bij de raad van bestuur maar vooral bij afdelingshoofden en het management van de kenniseenheden. Zij zullen meer aandacht en tijd nodig hebben voor werkdruk en personeelsbeleid. "Er moet per instituut een plan komen, en ik wil elk jaar zien wat er concreet gebeurt. Het ziekteverzuim is nu zeven procent. Wij willen dat de instituten dat elk jaar met een procentpunt naar beneden weten te brengen. Elke procent ziekteverzuim die wij boven de vier zitten, is een schade van een miljoen of vier. Bovendien krijg je ongewenst verloop. Als mensen weggaan, is dat lang niet altijd een probleem, maar je wilt niet dat ze vertrekken met slechte verhalen omdat ze het niet naar hun zin hebben."

"We gaan een ronde langs de directieraden maken om de resultaten van dit onderzoek te bespreken. Als de aanpak van een directie niet slaagt? Dan zullen we er nog eens indringend over spreken waar de problemen zitten. Maar ik twijfel er niet aan dat de directeuren de goede intentie hebben. Zij hebben ook belang bij het oplossen van dit probleem. Ik verwacht dat ook de lokale ondernemingsraden de directies wat dit betreft scherp in de gaten zullen houden."

Korn? Versluis

Foto Guy Ackermans

Re:ageer