Organisatie - 1 januari 1970

Van Ast twijfelt aan bestuursmodel

Scheidend vice-voorzitter ir Kees van Ast zet vraagtekens bij het Wageningse bestuursmodel, waarbij de collegevoorzitter de beslissende stem heeft binnen de raad van bestuur. ‘Het is zeker niet ‘mijn’ model. De tijd zal leren of één baas wel past bij een kennisinstelling’, zegt hij in een afscheidsinterview.

Van Ast, die met ingang van 1 september lid wordt van het college van bestuur van de Universiteit Twente, toont zich openhartig over de verhoudingen in de raad van bestuur. Die zijn nu totaal anders zijn dan onder de vorige bestuursvoorzitter. ‘Veerman gaf je veel vertrouwen en ruimte om zaken zelf te regelen. Bij Dijkhuizen werkt dat anders. Hij heeft meer belangstelling voor dossiers, wil meer sturing en alles in een eerder stadium bespreken.’ Van Ast benadrukt wel dat hij niet weggaat uit frustratie. ‘Ik heb steeds het gevoel gehad dat ik iets aan de organisatie heb kunnen toevoegen’.
Over de fusie tussen DLO en universiteit zegt Van Ast: ‘Het was een moetje, een verstandshuwelijk.’ Hij voorziet dat de onderzoeksinstituten op den duur gaan verdwijnen. Marktonderzoek is volgens hem heel goed te organiseren rond een leerstoelgroep, waarbij de hoogleraar dan functioneert als boegbeeld. ‘Zo’n groep heeft dan geen behoefte meer aan een instituutsstructuur’, aldus Van Ast. / GvM

Zie ook Mister DLO.

Re:ageer