Wetenschap - 1 januari 1970

Van Ardenne op bezoek met lovende woorden en lege handen

Van Ardenne op bezoek met lovende woorden en lege handen


Minister Agnes van Ardenne van ontwikkelingssamenwerking informeerde zich
op donderdag 19 juni in Wageningen over de bijdrage van Wageningen UR aan
internationale samenwerking.

Bestuursvoorzitter prof Aalt Dijkhuizen presenteerde de visie van
Wageningen UR op internationaal onderwijs en onderzoek. Hij zei daarbij dat
Wageningen UR bereid is haar inspanningen op gebied van
ontwikkelingssamenwerking te versterken en verwees daarbij naar de recente
oprichting van het Noord-Zuid Centrum. Minister van
ontwikkelingssamenwerking Agnes van Ardenne gaf op haar beurt aan dat ze
een rol voor Wageningen UR ziet weggelegd en de lijnen weer aan wil knopen.
Onder haar voorganger Eveline Herfkens is een ontkoppeling van hulp
ingezet. Die ontkoppeling komt erop dat geld voor onderzoek in
ontwikkelingslanden direct naar partners in ontwikkelingslanden zelf gaat,
die vervolgens kiezen bij welk onderzoeksinstituut ze dat willen besteden.
Dat hoeft niet perse Wageningen UR te zijn. Die trend wordt ook onder Van
Ardenne doorgezet. Ook het beurzenprogramma van Nederland voor
internationale studenten wordt losgekoppeld van instellingen. Studenten
mogen zelf kiezen waar ze gaan studeren. Toch ziet Van Ardenne werk voor
Wageningen UR. Bijvoorbeeld in het verbeteren van de markttoegang van
ontwikkelingslanden. Normen voor voedselveiligheid worden steeds strenger,
waardoor bijvoorbeeld Albert Heijn haar sperzieboontjes uit Afrika niet
meer inkoopt bij vierduizend kleine Keniase boeren maar bij twee grote
producenten. Wageningen UR zou kennis moeten vergaren hoe dat anders kan.
Dat past ook bij het idee van haar recente nota ‘Ondernemen tegen armoede’.
Onderzoek en onderwijs moeten daarvoor wel meer beleidsgericht worden, vond
de minister. Te spreken was de minister over het PhD-sandwichmodel, dat in
Wageningen veel gebruikt wordt. Promovendi doen een deel van hun studie
daarbij in hun eigen land. Dat verhoogt de kans dat ze na de promotie ook
weer terug gaan naar hun land en voorkomt een braindrain uit
ontwikkelingslanden. Ook de onderzoeksprogramma’s over Aids die in
Wageningen lopen vielen in goede aarde. Afrika heeft prioriteit bij het
ministerie en Aids is een van de belangrijkste problemen daar. Extra geld
van het ministerie van ontwikkelingssamenwerking zit er echter voorlopig
niet in. DGIS heeft door de tegenvallende economische groei in Nederland
voor het eerst in haar bestaan te maken met een te krap budget. | J.T.

zie ook pagina11: Internationalisering in Wageningen UR

Re:ageer