Wetenschap - 1 januari 1970

Vaccin kan vogelgriep stoppen

Het vaccineren van kippen tegen de vogelgriep kan de verspreiding van de ziekte indammen. Die conclusie trekken onderzoekers van CIDC-Lelystad na experimenten met het H7N7-virus, dat in 2003 de Nederlandse vogelgriepepidemie veroorzaakte. Een minpunt: het duurt zeven tot veertien dagen voordat gevaccineerde kippen de ziekte niet meer doorgeven.

‘Het is voor het eerst dat we in experimenten hebben aangetoond dat vaccinatie de verspreiding van het griepvirus ook echt voorkomt’, zegt drs. Jeanet van der Goot van het Centraal Instituut voor Dierziektecontrole (CIDC-Lelystad), onderdeel van Wageningen UR. Het onderzoek werd afgelopen week gepubliceerd in de prepublicatie op internet van het Amerikaanse tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).
De uitkomsten van het onderzoek gelden formeel alleen voor het hoogpathogene griepvirus van het type H7N7. Het biedt hooguit ‘een indicatie’ dat vaccinatie van kippen ook effectief kan zijn in de bestrijding van het gevreesde H5N1-virus, dat momenteel rondwaart. Van der Goot: ‘We weten nu wel dat onder ideale omstandigheden vaccinatie de verspreiding van vogelgriep volledig kan blokkeren. Maar wij hebben een stalletje met twintig kippen, waarvan we de gezondheidsstatus precies kennen. In China is men nu begonnen met een grootschalige inentingscampagne. Daar gaat het wel over dertien miljard kippen en verschillende lokaal geproduceerde vaccins. Ik durf niet te voorspellen of het ze zal lukken de ziekte zo onder controle te krijgen. Om zeker te zijn zou je in het veld bij het vaccineren geen dier mogen missen. Dat lijkt me op zich al een onmogelijke opgave.’
In Lelystad lopen momenteel ook transmissie-experimenten met het H5N1-virus, waarbij een vaccin gebruikt wordt dat al commercieel op de markt is. ‘Dat vaccin is weliswaar van het H5N2-type, maar de effectiviteit van de vaccins tegen vogelgriep worden toch voornamelijk bepaald door het H-type. Het zijn heel arbeidsintensieve experimenten waarbij we elke dag de virusuitscheiding bepalen door met een wattenstaafje de keel en de cloaca van de kippen te schrapen. Die monsters staan nu bij min zeventig, maar moeten nog in eieren worden gekweekt’, aldus Van der Goot. De resultaten zullen daarom naar verwachting pas tegen de zomer van 2006 bekend zijn.
In het nu gepubliceerde onderzoek zijn kippen ingeënt met twee types vaccin (H7N1 en H7N3) en daarna besmet met het H7N7-virus. Na een week werden er dan niet-besmette kippen bijgezet om te kijken of deze dieren geïnfecteerd raken. Dat bleek aanvankelijk het geval, maar na twee weken was er geen sprake meer van virusoverdacht. ‘Alleen kijken naar gevaccineerde dieren heeft geen zin. Daar zie je ogenschijnlijk niets aan, terwijl ze blijkbaar nog wel het virus verspreiden’, aldus Van der Goot.
Bij een ringvaccinatie tegen de Nederlandse vogelpestuitbraak in 2003 zou het sein dus pas na twee weken op groen hebben gekund. Voor de dichtheden waaronder kippen bijvoorbeeld in de Gelderse Vallei worden gehouden, zou dit waarschijnlijk geen soelaas hebben geboden. / GvM

Re:ageer