Wetenschap - 21 maart 1996

VSNU-baas Meijerink wil zakelijke relatie met overheid

VSNU-baas Meijerink wil zakelijke relatie met overheid

De verhouding tussen overheid en universiteiten is niet best. Rien Meijerink, sinds december voorzitter van de vereniging van universiteiten (VSNU), wil af van het gedoe over geld en pleit voor een zakelijke relatie tussen overheid en universiteiten. De studiefinanciering moet worden aangepast. Het is een selectie-instrument geworden."


Prof. drs. M.H. Meijerink (52) was de afgelopen vijf jaar de hoogste ambtenaar van het ministerie van Onderwijs. Met de universiteiten hield hij zich niet diepgaand bezig, maar hij heeft wel uitgesproken ideeen over de verhouding tussen overheid en onderwijsveld. Ik denk dat ik daarover met Ritzen niet fundamenteel van mening verschil."

Meijerink heeft een opdrachtgever-opdrachtnemer-relatie tussen universiteiten en overheid voor ogen. Ze leggen in een contract vast wat er van de universiteiten wordt verwacht. Ze maken afspraken over prestaties, leveringsvoorwaarden en verantwoording. De universiteiten voeren hun taken uit en krijgen daar het afgesproken bedrag voor. En that's it. Dat moet de kern zijn van een nieuwe verhouding tussen overheid en universiteiten."

Veel wettelijke regels die nu gelden, worden zo simpelweg overbodig, denkt Meijerink. Het contract dat ervoor in de plaats komt, bevat geen details over de besteding van het geld en geen regels over de inhoud van het onderwijs.

Volgens de VSNU-voorzitter is er in Den Haag best steun te vinden voor de gedachte dat de universiteiten zelfstandiger moeten worden. Maar wat je ook veel hoort, is: Inhoudelijk moeten we wel een flinke vinger in de pap houden. Die wens vind ik niet zo gek. Denk aan de geesteswetenschappen. De politiek maakt zich zorgen over de afkalving daarvan en zoekt naar methoden om dit gebied veilig te stellen. De politiek ziet dat als een overheidstaak; ze betaalt ervoor en wil dus zorgen dat dat geld terechtkomt waar ze het hebben wil."

Maar de universiteiten moeten de ruimte krijgen om zelf orde op zaken te stellen. Dat moet de lijn zijn: als de politiek iets wil, moet zij de richting aangeven en het vervolgens aan de universiteiten overlaten dat op te knappen. De universiteiten moeten zich dan wel iets gelegen laten liggen aan de wensen van de politiek."

Geharrewar

De huidige relatie tussen overheid en universiteiten bestaat volgens Meijerink uit geharrewar en wantrouwen. In die sfeer staat de politiek gauw klaar met opdrachten." Een voorbeeld is het studeerbaarheidsfonds; de overheid wil de kwaliteit van het hoger onderwijs bevorderen, maakt geld vrij en stelt een wet, regels en procedures vast waaraan de universiteiten moeten voldoen. Meijerink: Dat past niet in een zuivere verhouding tussen overheid en universiteit; die wordt er nodeloos ingewikkeld van. Wat de overheid wil is geen onzin, maar daar zijn betere methoden voor."

Meijerink wil de nieuwe, zakelijke relatie tussen overheid en universiteiten uittesten bij de beperking van het aantal opleidingen. Ritzen wil die beperking, maar laat de uitvoering vooralsnog aan de universiteiten over. Die hebben eerder vergeefs geprobeerd het aantal opleidingen te beperken, maar de kans dat een werkgroep van de VSNU nu meer succes zal hebben, is volgens Meijerink groter.

De universiteiten zien nu het belang van deze wens in. En er is nog iets anders: in het huidige model is het budget van een universiteit sterk afhankelijk van het studentenaantal. Dat gaat veranderen, en dat scheelt veel in deze discussie. Want het belang dat universiteiten hebben bij nieuwe opleidingen was vaak vooral dat zij er studenten mee wilden trekken. En dat belang valt weg."

Handlangers

De modernisering van de bestuursstructuur is volgens Meijerink een belangrijke en noodzakelijke tussenstap. Vanuit de structuur die we nu hebben, werkt het toe naar een situatie waarin universiteiten meer formele zelfstandigheid hebben." Hij geeft de nieuwe wet voor de bestuursstructuur een jaar of vijf. Vooral de raad van toezicht, die volgens het wetsvoorstel het bestuur van de universiteit moet controleren, ziet Meijerink als een tijdelijke zaak. De leden van die raad kunnen gezien worden als de handlangers van de minister. Dat is prima voor de komende jaren, maar het heeft niet de toekomst. In een opdrachtgever-opdrachtnemer-relatie past zo'n raad niet."

Ook de studiefinanciering moet worden aangepast, meent Meijerink. Het huidige stelsel is zodanig afgekalfd dat het - zeg ik met enige overdrijving - zijn functie verloren heeft. Het is al lang niet meer wat het beoogde te zijn, namelijk een financiering van de studie. Met de basisbeurs kan een student misschien net z'n huur betalen. Daarnaast is het stelsel door de prestatiebeurs ook gekoppeld aan studieduur en -tempo. Het stelsel is een selectie-instrument geworden. Kijk ook naar de aanmeldingscijfers: blijkbaar laten jongeren zich er door de beperkingen in de studiefinanciering van weerhouden te gaan studeren."

Ritzen heeft een fundamentele discussie over het stelsel aangekondigd, maar de komende jaren wil hij waarschijnlijk houden wat we nu hebben. Hij vindt dat het stelsel nog genoeg positieve trekken heeft. Ik heb het gevoel dat we een grens zijn overgegaan. Daarom is het goed dat die fundamentele discussie er komt."

Re:ageer