Student - 4 december 2008

‘VROEGER WERD JE IN DE SLOOT GEFLIKKERD’

Van glaasje melk naar bier, van kostuum naar casual outfit en van Boskoop naar Velp. Arboricultura bestaat honderd jaar en dat wordt gevierd door de gaîten, oftewel geiten, zoals de Boskopers de tuinbouwstudenten noemden die voor hun studie takken van de struiken plukten. Portret van een van de oudste hbo-studentenverenigingen van Nederland.

Swingen op het eeuwfeest van Arboricultura op dinsdag 2 december in de aula van Van Hall Larenstein in Velp, met optredens van The Aftertones, Jaya the Cat en Melrose.
Arboricultura in Velp is waarschijnlijk de hipste studentenvereniging verbonden aan Wageningen UR. De leden zijn veelal toekomstige ontwerpers en landschapsarchitecten; creatievelingen dus. Maar op de oude foto’s zijn het nog heertjes in pakken. Ter gelegenheid van het honderdjarige jubileum doken enkele oud-leden in de geschiedenis. Het leverde een jubileumboek op: ‘Arboricultura 100 jaar. Van Melksalon tot Veilinghuis’. Die titel slaat op de verschillende sozen waarin de vereniging onderdak vond. Onder de mensen die meewerkten aan het boek waren Martin Bruining, Adam Chapman en Thomas van der Hulst. Melksalon is trouwens ook letterlijk te nemen. ‘Alcohol was te duur in die tijd’, vertelt Bruining. ‘Alleen de studenten Indische cultuur, die sinds begin jaren dertig vanuit Nederlands-Indië naar de school kwamen, konden zich een biertje veroorloven. De anderen dronken een glaasje melk. Uit de arme jaren dertig gaan zelfs verhalen dat de studenten, als de barman even niet oplette, de suikerklontjes uit de pot stalen tijdens feesten.
Arboricultura werd in 1908 opgericht door drie studenten van de toenmalige Rijkswintertuinbouwschool in Boskoop. Tientallen jaren leidde een hoofdbestuur van oud-leden de vereniging. Dit bestuur organiseerde naast een wekelijkse sociëteitsavond lezingen op het vakgebied. Pas tijdens de democratiseringsgolf in de jaren zeventig namen de leerlingen het heft in eigen handen.
Rond die tijd kwam ook een eind aan de traditionele ontgroening, hoewel dat meer een ‘begroening’ was, aldus Van der Hulst. ‘Je werd gewoon in de sloot geflikkerd, zodat je er onder het kroos uitkwam. Eén keer is er iemand tijdens dit ritueel bijna verdronken omdat hij niet kon zwemmen. Daarna kreeg hij iedere week verplicht zwemles van een ouderejaars. Toen hij eenmaal kon zwemmen, werd hij alsnog de sloot ingegooid.’
Legendarisch is ook de jarenlange vete met Quercus. Toen de tuinbouwschool vanaf 1993 verder ging als de richting Tuin- en landschapinrichting aan hogeschool Larenstein in Velp, verhuisde Arboricultura mee. Maar de hogeschool had al een studentenvereniging: Quercus. De toon was snel gezet toen de voorzitter van Quercus zijn collega als welkomstgeschenk een van de weg geschraapte ‘vredesduif’ aanbood, vertelt Van der Hulst. De voorzitters hebben de duif nog wel gebraden en opgegeten, maar dat mocht niet baten. ‘Quercusleden spraken over de hasjpaffende hippies van Arbori, en die noemden leden van Quercus corpsballen. Een groter contrast was toen niet denkbaar.’ Over en weer werden vlaggen gestolen en de bar leeggedronken.
Inmiddels verloopt het contact soepeler en is de kloof kleiner. Arboricultura heeft de laatste jaren ongeveer 180 leden. Het zijn niet alleen tuin- en landschapsinrichters. Veertig procent studeert Bos- en natuurbeheer of Land- en watermanagement. ‘Arboricultura is meer een gezelligheidsvereniging dan een traditionele studentenvereniging. Het uiterlijk en de cultuur weerspiegelen het werkveld. Bij ons zie je geen mensen strak in het pak’, zegt Chapman. ‘Het gaat erom wat mensen zelf aanspreekt’, vult Van der Hulst aan. ‘Bij ons zie je alles, van gothics tot ballen.’

Re:ageer