Wetenschap - 30 oktober 2008

VISSERS MOETEN VIS SNELLER LATEN GROEIEN

Veelbeviste soorten blijven langer klein omdat ze eerder overgaan tot voortplanting.
Veelbeviste soorten blijven langer klein omdat ze eerder overgaan tot voortplanting.

Foto: .

Dat de Noordzeevisserij evolutionaire effecten heeft, is bekend. Schol, tong en kabeljauw blijven nu langer klein. Maar kunnen we dat niet omdraaien, vraagt prof. Adriaan Rijnsdorp zich af. ‘Misschien kun je de visserij wel zo inrichten dat ze de groeisnelheid van de vissen juist verhoogt.’
De visserij in de Noordzee heeft niet alleen ecologische maar ook evolutionaire gevolgen, stelt Rijnsdorp, buitengewoon hoogleraar Visserijwetenschappen bij Wageningen Imares. ‘We zien een verjonging bij veelbeviste soorten als schol, tong en kabeljauw.’
In zijn inaugurele rede, op donderdag 23oktober, vertelde hoe dat komt. ‘Visserij verhoogt uiteraard de sterfte. Dat betekent dat de vis die zich snel voortplant, een grotere kans heeft op nakomelingen dan de vis die de voortplanting uitstelt en voortijdig wordt gevangen. In de loop van de jaren zal het aandeel vissen dat zich snel voortplant, dus toenemen. Dat betekent meer kleine vissen, want de energie die een dier in voortplanting stopt, is niet meer beschikbaar voor groei.’
Waarnemingen bij verschillende soorten en populaties laten zien dat de lengteafname zeer waarschijnlijk is toe te schrijven aan een Darwiniaanse invloed. DNA-onderzoek moet nog wel andere oorzaken uitsluiten, zoals de hogere temperatuur. Rijnsdorp beschikt over een reeks gehoorsteentjes van vissen die vanaf 1960 verzameld zijn. Daarmee kan hij de genetische veranderingen van de afgelopen vijftig jaar volgen.
De observatie dat visserij haar eigen opbrengst verlaagt, heeft Rijnsdorp aan het denken gezet. Is dat effect niet om te draaien? ‘Op dit moment exploiteren we de vissen zo, dat dieren die zich jong voortplanten in het voordeel zijn. Mogelijk kun je de selectiedruk van de visserij zo verschuiven dat dieren die snel groeien, en zich dus laat voortplanten, in het voordeel zijn. In theorie kan dat, omdat late voortplanters meer eitjes leggen dan de snelle voortplanters.’
De vissers zouden de vis sneller kunnen laten groeien als ze matig vissen en vooral de middenmoters vangen. ‘Bevissing van de middelste lengtegroepen is mogelijk door de maaswijdte, het visgebied of het seizoen aan te passen. Bij schol liggen de lengtegroepen bijvoorbeeld gescheiden in zee. In de zomer leven de grotere dieren vooral in het noorden van de Noordzee.’ Rijnsdorp benadrukt dat het nog een theoretisch concept is, dat doorgerekend moet worden.

Re:ageer