Organisatie - 9 september 2010

VHL-locaties worden ‘schools’

Binnen afzienbare tijd bestaat Van Hall Larenstein uit drie locatiegebonden ‘schools’. Bovendien worden de diensten die de hogeschool van de WUR afneemt kritisch tegen het licht gehouden.

 
‘De instroom van nieuwe studenten is met 7,5 procent gegroeid. Dat geldt nog niet voor alle opleidingen, maar we hebben de opwaartse lijn te pakken.' Met deze blijde boodschap opent algemeen directeur Ellen Marks het hogeschooljaar. Samen met de op 1 september aangetreden directeur bedrijfsvoering en onderwijskwaliteit Rien Komen, bezoekt ze alle drie de hogeschoollocaties. Op woensdag 8 september rond lunchtijd is Velp aan de beurt. De hogeschoolmedewerkers in de personeelskamer lepelen ondertussen hun soep op of kauwen op een belegd broodje.
Prijskaartje
Net voor de zomer gaven de medezeggenschapsraden de instellingsfusie tussen het Leeuwardse Van Hall en Larenstein in Velp en Wageningen groen licht. De personeelsvertegenwoordiging heeft toen een aantal toezeggingen afgedwongen bij de raad van bestuur. Op korte termijn belooft Marks de kosten van de ondersteunende diensten vanuit Wageningen UR onder de loep te nemen. Ze zegt: ‘Sommige diensten hebben we misschien niet altijd nodig. Hoe legitimeert dat het prijskaartje dat eraan hangt?' Voor de kerst moet dat zijn uitgezocht.
Ook moeten afgestudeerde VHL-ers makkelijker kunnen doorstromen naar studies aan Wageningen Universiteit. Marks: ‘Binnen een jaar moeten er goede doorstroomroutes zijn, waarbij onze studenten een streepje voor hebben op studenten van de andere hogere agrarische scholen.'
Platte organisatie
Bovendien worden er drie locatiegebonden ‘schools' opgericht. Deze schools zijn opleidingsoverkoepelend en moeten voor meer samenhang tussen de opleidingen zorgen. Vier jaar lang wordt met deze schools gewerkt als overbrugging naar vakinhoudelijk georganiseerde schools, een idee dat voortkomt uit het strategieplan VHL Vooruit.
‘Daar gaan we ook de managementstructuur op aanpassen. We willen een platte organisatie die heel slagvaardig is en waar de verantwoordelijkheden laag op de werkvloer liggen', schetst Marks. De plannen zijn nog niet af, maar er komen in ieder geval drie directeuren voor de schools en binnen de opleidingen komen er waarschijnlijk teamleiders.
Tempo
Daarnaast blijft de kwaliteit van dagelijkse onderwijsprocessen een punt. ‘We krijgen nog steeds teveel klachten van studenten over de manier en het tijdstip waarop de tentamenresultaten bekend worden gemaakt', noemt de hogeschooldirecteur als voorbeeld. Om de onderwijsorganisatie beter op orde te krijgen, komen er projectgroepen waar medewerkers die dat willen zitting in kunnen nemen. De plannen kunnen niet allemaal op de korte termijn worden uitgevoerd, benadrukt Marks. ‘Ik ben van het tempo, zoals jullie wel weten, maar ook van de fasering. Daar hebben we het afgelopen jaar wel dingen in geleerd. Veranderingen moeten worden ingevoerd op een tempo dat de organisatie aankan.'

Re:ageer