Organisatie - 23 juni 2010

VHL-fusie - Zegen of ramp?

De raad van bestuur van Wageningen UR wil dat het Leeuwardse Van Hall Instituut en het Gelderse Larenstein na de zomer helemaal zijn gefuseerd. De medezeggenschapsraden van de hogescholen verbinden aan die fusie een waslijst met voorwaarden. Wat vinden de werknemers? Vragenstellers: Stijn van Gils, Carolien Lute en Karin de Mik

 
Herma Nieuwenhuis, docent agrarische bedrijfskunde bij VHL Leeuwarden (Van Hall):
'Ik wist lang niet wat ik van een fusie vond. Tot ik Aalt Dijkhuizen zag, die hier onlangs het personeel toesprak. Zoals hij zich manifesteerde, stuitte me tegen de borst. Ik dacht: iemand die zo manipuleert, wil ik niet als opperhoofd. Ik ben nu tegen een fusie, tenzij er aan voorwaarden wordt voldaan. Zo wil ik niet dat dingen voor ons in Leeuwarden duurder worden en ook moeten we hier ondersteunend personeel houden, zoals roostermakers en mensen voor de cijferadministratie. Samenwerken met Wageningen is wel belangrijk. Friesland is een veeteeltgebied en Wageningen heeft op dat gebied wereldwijd een grote naam. Lectoren van ons doen nu al veel met Wageningen. Dus het is goed dat VHL met Wageningen UR verbonden is. Maar onze school moet absoluut in de regio blijven. Veel mensen hier zijn toch bang dat VHL uit Leeuwarden verdwijnt als de opleiding Diermanagement ook in het centraler gelegen Velp of Wageningen komt. Dan dalen hier de studentenaantallen. Die angst is reëel.'

Theo de Wit, docent Kust- en Zeemanagement bij VHL Leeuwarden (Van Hall):
'Zoals het nu gaat. moet je niet fuseren. De top is het al niet eens; de directeuren maken onderling ruzie. Dus ik zeg: nu even niet. Twee locaties prima, maar je moet wel op elke locatie een eigen onderwijsdirecteur hebben. Nu is dat niet zo en dat kost een hoop geld en ergernis. Als je iemand hier nodig hebt, zit-ie in Velp en andersom. Het optreden van Aalt Dijkhuizen viel hier niet goed. Hij kwam over als een straatvechter die goed opgeleide mensen wel even zou vertellen 'hoe of wat'. Dat kwam nogal bedreigend over. Samenwerken is prima. Een voordeel is bijvoorbeeld dat we, sinds we onder Wageningen UR vallen, nu bij alle wetenschappelijke literatuur kunnen. Onze bachelors van Kust- en Zeemanagement kunnen nu binnen twee jaar doorstromen naar de universiteit. Dat moet je verder uitbouwen, ook voor Diermanagement en landbouw. Dat was beloofd bij de bestuurlijke fusie, maar is niet gebeurd. Als Dijkhuizen dat voorbeeld tijdens de bijeenkomst had genoemd, had hij harten kunnen winnen.' 

Jacques Molmans, majorcoördinator Food Innovation Management bij VHL Wageningen (Larenstein):
'Ik was onvoorstelbaar verbaasd: na jaren VHL is er nog nog steeds geen officiële fusie. Ik ben voor de fusie, ik zie alleen maar voordelen. Zo ben ik erg blij met het feit dat we binnen het gebouw van Life Sciences mogen zitten. De faciliteiten zijn geweldig. Food Technology hoort ook in the city of Life Sciences en het centrum van Food Valley. De WUR neemt mondiaal een vooraanstaande plek in. En ik ben blij dat wij daar als VHL Wageningen aan mee mogen doen. Het is nog niet op alle gebieden tot samenwerking met de universiteit gekomen, maar daar zal ook wel beleid op komen als we officieel samen zijn.'  

Eddy Hesselink, majorcoördinator Plattelandsvernieuwing bij VHL Wageningen (Larenstein):
'Ik ben voor de fusie, maar dan zonder Leeuwarden. Dan kan Larenstein fuseren met Wageningen UR. Dat vereist bestuurlijke moed, maar het gebeurt tegenwoordig vaker dat fusies worden ontbonden. Leeuwarden werkt veel samen met de Noordelijke hogescholen, intensiever dan met Larenstein en met Wageningen UR. De bestuurlijke fusie met Leeuwarden is door de grote fysieke afstand onpraktisch en kostenverhogend gebleken en heeft daarom niet veel opgebracht. Nog een groot nadeel van de fusie: Leeuwarden heeft een aantal dezelfde opleidingen als Larenstein in Wageningen, en voor deze zogenoemde niet-unieke opleidingen moet één van de twee locaties na de fusie de licentie inleveren. Dat impliceert alweer een soort reorganisatie van het onderwijs. Dit geeft veel onrust en kan nadelig uitpakken voor bepaalde studierichtingen. '

Dries Hielkema, Tuin- en landschapsinrichting bij VHL Velp (Larenstein):
'Fuseren met Leeuwarden heeft volgens mij geen zin; de afstand Velp-Leeuwarden is te groot. Eigenlijk hebben we niets met elkaar. Officieel hebben we bijvoorbeeld één onderwijsbureau, maar feitelijk zijn dat drie bureaus met één leidinggevende die op en neer reist. Zonde van de tijd. 
'Ik zie helemaal niets in één college van bestuur voor zowel VHL als Wageningen UR, zoals we nu ook al hebben. We zien dat Dijkhuizen moet onderhandelen met Dijkhuizen over de kosten van diensten die we bij Wageningen UR afnemen. Toevallig vallen die onderhandelingen altijd slecht voor ons uit.' 

Tilly Versteegh, receptionist bij VHL Velp (Larenstein):
'Onder voorwaarden ben ik voor, want we komen er toch niet onderuit. Samenwerking met Wageningen UR is ook wel goed voor de naamsbekendheid. Harde voorwaarden aan de fusie zijn belangrijk, het landgoed moet absoluut blijven. Ik ben erg bang dat we onze locatie op den duur gaan verliezen. Langzaam voert Wageningen UR de kosten op, tot we ineens te duur zijn. Zo denk ik erover, want de diensten uit Wageningen zijn erg prijzig en je moet voor van alles iemand inhuren. Waar blijft dat gevoel van samen iets opbouwen? Ik zou liever zien dat VHL Wageningen naar Velp verhuist, dan zijn we tenminste één sterke locatie. 
Naar ons wordt nauwelijks geluisterd. Wij wilden bijvoorbeeld twee telefooncentrales bij de ingang, maar we maakten geen schijn van kans. Als we straks ook nog mee moeten doen met EBS wordt het alleen maar erger. Het bezoek van Aalt Dijkhuizen heeft me negatiever gemaakt. Hij gaf echt zo'n beeld van: jullie hebben niets te zeggen. We zijn juist zo'n leuke hogeschool, met een eigen identiteit.' 

Harry van Rosmalen, docent Land- en watermanagement bij VHL Velp (Larenstein):
Ik heb mijn twijfels. Inhoudelijk hebben we weinig met een fusie te winnen. Ik werk met veel hogescholen samen, maar met Van Hall komt samenwerking nauwelijks van de grond. Met het oog op de schaal kan ik me een fusie wel voorstellen, maar waarom zoeken we die in Leeuwarden en niet bij Hogeschool Arnhem Nijmegen, aan de overkant van de snelweg? Bovendien halen we diensten vooral uit Wageningen en die relatie staat hier officieel buiten. De fusie wordt nu wel aangegrepen om onze relatie met Wageningen UR recht te zetten. 
Ik vind de ict-voorzieningen bijvoorbeeld goed, maar er zijn nadelen. Op de open dag hadden we een paar computers nodig. Dat deed onze eigen ict er vroeger even bij. Nu moet er een mannetje uit Wageningen komen, à 71 euro per uur. Ik vind dat wij als hogeschool minder aan Wageningen moeten gaan betalen. We maken immers ook minder gebruik van specialistische software dan onderzoekers doen. Ook krijgen we minder bekostigd. Wij kunnen nu niet investeren in ons landgoed of menselijk kapitaal. Die zijn beide van belang voor ons onderwijs.'   

Re:ageer