Organisatie - 26 februari 2009

‘VHL MOET MEER VOORDEEL HALEN UIT DE PRAKTIJK’

Van Hall Larenstein moet zijn studenten meer met het bedrijfsleven in aanraking brengen, stelt Miel Hooijdonk bij zijn vertrek als course manager bij VHL Wageningen. ‘Dat kan door relaties met het werkveld structureel in het onderwijs in te bouwen’, adviseert hij.
Het hoger beroepsonderwijs is geen eenrichtingsverkeer, meent Hooijdonk, die drieënhalf jaar geleden bij VHL aantrad. ‘Je moet input uit de praktijk creëren.’ Als course manager Horticulture and Business bij VHL Wageningen haalde Hooijdonk zelf de banden met het bedrijfsleven aan in een veelvoud aan projecten. Sinds half februari werkt hij bij trainingsinstelling voor de groene sector PTC+ in Ede.
Hooijdonk had zelf achttien jaar lang een import- en exportbedrijf van bloemen op Curaçao. ‘Dan zie je dat het inzicht van stagiaires in de bedrijfstak minimaal is. Dat kun je ook niet in de klas leren. Dat moet je als school faciliteren.’
Dat kan bijvoorbeeld bij het inkoopplan dat eerstejaarsstudenten International Agribusiness and Trade maken. Daarbij worden ze in de rol van importeur/exporteur gezet en moeten – hypothetisch – rozen inkopen in Kenia voor een Duitse supermarktketen. ‘Een goed businessplan hangt af van de mate waarin studenten de belangrijke vragen begrijpen. De vluchtfrequentie, landingsplaats, vrachtafhandeling en verpakking spelen allemaal een rol.’ De studenten hebben via contact met een inkoopmanager van een veiling een veel beter beeld gekregen van wat erbij komt kijken, aldus Hooijdonk. ‘In dit geval is dat contact met de inkoopmanager toevallig ontstaan, maar dit soort relaties met het werkveld moet je structureel inbouwen. Dan kom je niet meer weg met het geven van een fles wijn, maar moet je aan flexibele contracten denken.’
Vergelijkbare ideeën heeft hij ook voor de businessplannen die tweedejaars studenten moeten opstellen: de studenten realiseren een onderdeel van hun plan en kunnen daarvoor een financiering van duizend euro krijgen van de Rabobank. ‘Studenten zijn gemotiveerder en zenuwachtiger wanneer ze naar de bank moeten.’
En er zijn nog veel meer mogelijkheden en kansen, illustreert van Hooijdonk. ‘Docenten klagen over lage studentenaantallen in plaats van vooruit te kijken. Maar die kleinschaligheid kun je ook benutten. De Rabobank gaat bijvoorbeeld echt geen honderden businessplannen beoordelen.’ Bovendien liggen er veel kansen in de internationale tak van VHL Wageningen, meent hij. ‘Je zou bijvoorbeeld een lector Fair Trade Management kunnen instellen die dat werkveld binnenhaalt. Hier kun je het verschil maken. Als je werkelijk guts hebt als VHL, ga je daarin investeren.’

Re:ageer