Organisatie - 12 maart 2009

‘VERLOOCHEN HET AFRIKAANSE PLATTELAND NIET’

Veel studenten aan Afrikaanse landbouwuniversiteiten zijn blij dat ze ontsnapt zijn aan de armoede van het platteland, en keren zich daarvan af. ‘Maar ze hebben de morele plicht om samen te werken met boeren aan een betere toekomst voor de rurale gemeenschap’, zegt dr. Paul Kibwika. De Ugandees kreeg tijdens de dies natalis van Wageningen Universiteit een Alumnus Award.

Paul Kibwika: ‘In Afrika gaan mensen studeren om te ontsnappen aan de landbouw en het platteland, niet om bij te dragen aan de ontwikkeling ervan.’
Kibwika werd in 1965 geboren als zoon van arme boeren, die net als een meerderheid van de Ugandezen moeten overleven van de teelt van bonen, maïs, katoen en koffie op een klein stukje grond. Hij had het geluk dat hij de jongste was en zijn ouders wat geld gespaard hadden, zodat hij naar school kon. Later betaalden zijn zus en zijn broer zijn schoolgeld. Zo bracht hij het tot de Makerere landbouwuniversiteit in de hoofdstad Kampala, waar hij een BSc deed in landbouwvoorlichting en een MSc in onderwijskunde.
‘Toen ik in 2002 bij professor Paul Richards een promotieonderzoek begon in Wageningen naar boerenorganisaties, werd me in een workshop gevraagd wat mijn onderzoek zou gaan bijdragen aan de ontwikkeling van de landbouw in Uganda’, vertelt Kibwika. ‘Dat zette me aan het denken. Ik had daar eigenlijk nog niet over nagedacht. Net als veel andere onderzoekers wilde ik data gaan verzamelen en onderzoek publiceren. Ik had nog niet bedacht of dat onderzoek wel zou bijdragen aan verandering.’
Het viel Kibwika op dat veel onderzoek en onderwijs op zijn universiteit in Kampala wel academische waarde had, maar niet aansloot bij wat boeren nodig hebben. En als het wel praktische waarde had, dan bereikten de onderzoeksresultaten de boeren niet. ‘In Afrika gaan mensen studeren om te ontsnappen aan de landbouw en het platteland. Ook als ze een studie aan een landbouwuniversiteit doen, hopen ze op een kantoorbaan waarin ze anderen vertellen wat ze moeten doen. De landbouw wordt geassocieerd met armoede, en daar willen mensen uit. Bovendien stammen veel opleidingen aan Afrikaanse landbouwuniversiteiten nog uit koloniale tijden en leiden die vooral instructeurs op in plaats van boeren.’
Kibwika besloot dat het anders moet. Als onderdeel van zijn promotieonderzoek zette hij trainingen op met docenten van Makerere universiteit, met als doel om hen aan het denken te zetten over hun rol in de samenleving. Het zou onvoldoende zijn om alleen de vakken van het curriculum aan te passen en meer praktijkgericht te maken, realiseerde Kibwika zich. Docenten en onderzoekers zelf zouden meer waardering voor boeren en de landbouw moeten hebben. En ze zouden samen met boeren de problemen en hindernissen moeten aanpakken die boeren tegenkomen.
In de trainingen, die Kibwika ook nu nog geeft, laat hij in de eerste plaats aan de docenten zien dat er een grote kloof ligt tussen de theorie die aan universiteiten wordt onderwezen en de praktijk in de velden op het platteland. Vervolgens laat hij zien dat er een andere manier van onderzoek doen mogelijk is, samen met boeren. Tenslotte leren de docenten en onderzoekers de sociale competenties die nodig zijn voor dat actieonderzoek. ‘Deze nieuwe manier van werken vraagt vooral om zelfreflectie van de docenten’, zegt Kibwika. ‘Ze moeten zichzelf confronteren, net zoals ik dat op een gegeven moment deed, met de vraag wat hun werk bijdraagt aan het platteland en de gemeenschap.’
Kibwika komt weerstand tegen bij de docenten, die liever vasthouden aan hun bekende manieren van lesgeven en onderzoek doen. En bij de bestuurders van de universiteiten, want voor dit vernieuwende werk is een ander systeem van waardering nodig. Onderzoekers moeten niet meer alleen gewaardeerd worden om hun publicaties, maar ook om hun betrokkenheid bij boeren. Toch is het werk van Kibwika populair, ook bij andere universiteiten in de regio. In het Regional Universities Forum for Capacity Building in Agriculture, een netwerk van Afrikaanse landbouwuniversiteiten, is inmiddels een groep onderzoekers op dezelfde manier bezig.
De Alumnus Award for Innovative Development waarmee het Wageningen Universiteits Fonds Kibwika vereerde, ziet Kibwika als erkenning van de waarde van zijn werk, erkenning die hij in Uganda kan gebruiken om zijn werk voort te zetten.
‘Veel docenten komen van het platteland, maar juist degenen die meer onderwijs hebben gehad hebben zich meer onthecht van het platteland. Dat is verraad aan de samenleving’, zegt Kibwika. ‘Ik doe een moreel beroep op Afrikaanse studenten aan universiteiten. Het zijn de armen op het platteland die hen brachten waar ze nu zijn. Ze hebben de morele verplichting
om zich in te zetten voor ontwikkeling van het platteland.’

Re:ageer