Wetenschap - 27 november 2008

VERBOD NERTSENFOKKERIJ STEEDS DUURDER

De nertsenhouderij groeit als kool. Het verbieden van de branche wordt daardoor steeds duurder. Als nu besloten wordt de nertsenfokkerij in tien jaar tijd af te bouwen, kost dat de Nederlandse belastingbetaler minstens 536 miljoen euro. Dat becijferde het LEI in opdracht van het ministerie van LNV.
De SP en de PvdA willen de nertsenfokkerij verbieden. Een initiatiefwetsvoorstel daartoe werd begin oktober in de Tweede Kamer behandeld. Maar besloten is er nog niets. De Kamer wil meer informatie over de kosten die een verbod met zich meebrengt. Die kosten heeft het LEI nu in kaart gebracht.
Uit het onderzoek blijkt vooral dat de nertsenhouderij gouden tijden beleeft. Het aantal bedrijven is weliswaar de laatste jaren gelijk gebleven, maar de omvang van die bedrijven is sterk toegenomen. De 164 fokkerijen in ons land houden samen 840 duizend moederdieren, volgens de jongste telling van het CBS. Maar het eigen onderzoek van het LEI komt uit op 900 duizend moederdieren, ruim veertig procent meer dan vier jaar geleden.
De moederdieren produceren via hun nakomelingen dit jaar vijf miljoen pelzen. Daarmee is Nederland na Denemarken (dertien miljoen) en China (tien miljoen) de grootste nertsenpelzenproducent. Een nertsenpels kost op dit moment 31 euro. Dat is vijf euro meer dan vier jaar geleden.
Hoe duurder een pels, hoe meer geld het kost om de bedrijven te saneren. Een gemiddeld nertsenbedrijf is volgens het LEI iets meer dan drie miljoen euro waard. Een onmiddellijk verbod kost de staat 639 miljoen euro. Dat geld is nodig om de ondernemers te compenseren voor hun inkomens- en vermogensschade en voor de sloop van de gebouwen. Een geleidelijke afbouw naar een algeheel verbod over tien jaar is goedkoper, maar kost altijd nog 536 miljoen euro. Deze bedragen waren een jaar geleden nog aanzienlijk lager, blijkt uit een eerder onderzoek van het LEI. De Kamer neemt begin december een besluit over een eventueel verbod.

Re:ageer