Organisatie - 18 juni 2009

VEELEISENDE HOOGVLIEGER

David Lentink (34) won deze maand de Zoölogieprijs en zijn esdoornzaden sierden vorige week de cover van Science.
Volgens zijn collega's is Lentink inspirerend en streng. 'David is op een goede manier veeleisend en als dingen goed gaan, wordt hij nog gedrevener.'

David Lentink belandt met zijn grote facinatie voor vliegen vanuit het lbo op de TU Delft.
Een jongen op het lbo kijkt verveeld naar buiten als een zwaluw met hoge snelheid zijn wendbare prooi uit de lucht plukt. Vergeleken met de zwaluw zijn de modelvliegtuigjes die hij in zijn vrije tijd bouwt maar lompe verschijningen, denkt hij. De jongen besluit zijn fascinatie voor vliegen te volgen en belandt, tot verrassing van zijn leraren op de lagere school, op de TU in Delft. Uiteindelijk promoveert hij bij de Leerstoelgroep Experimentele zoölogie in Wageningen op stromingen en wervels, die een grote rol spelen in de fysica van het vliegen. Deze opmerkelijke levensloop klinkt bijna als een sprookje, maar dit is echt het verhaal van David Lentink.

GEFASCINEERD
‘Ik ben gefascineerd door wervels, die komen in mijn onderzoeken steeds terug.’ vertelt Lentink. ‘Het hielp voor mijn onderzoeken ook enorm dat ik heb geleerd om dingen te bouwen.’ vertelt hij. ‘Daardoor had ik geen grote problemen om de proefopstellingen in elkaar te sleutelen.’
Lentink ontdekte waarom vliegende gierzwaluwen de stand van hun vleugels veranderen, en hoe sommige insecten het klaarspelen zo perfect en schijnbaar zonder moeite als een helikopter stil te hangen. En zijn inzichten beperken zich niet tot dieren; ook gevleugelde plantenzaden vallen binnen zijn werkterrein, en leveren verrassende resultaten op. Lentink: ‘Dieren en plantenzaadjes gebruiken dezelfde principes, namelijk wervels, om makkelijker en beter te vliegen. Ik was enorm verbaasd over dat resultaat.’
Lentinks onderzoek wist de covers van Nature en Science te halen, maar ook is hij de geestelijke vader van twee vliegende robots - De Delfly, gebaseerd op de flapperende vleugels van een libel, en de Roboswift, met verstelbare vleugels, geïnspireerd op gierzwaluwen. ‘Deze kan wel honderd kilometer per uur halen’, wijst Mees Muller, collega en goede vriend van Lentink, op de Roboswift, die wat betreft uiterlijk tussen een vogel en een vliegtuig inzit. ‘Dankzij de verstelbare vleugels optimaliseert dit model de aerodynamica en is daardoor snel en wendbaar.’
Volgens Muller is Lentink een bijzondere vent, een echte hoogvlieger die grossiert in prijzen en internationale awards. ‘Ondanks zijn buitengewone begaafdheid is hij niet bepaald de wereldvreemde nerd die zich opsluit in zijn lab’, vertelt Muller. ‘ David is breed georiënteerd en heel sociaal. Je kunt echt met hem lachen’. Hij is volgens Muller bovendien zeer gedreven en een grote inspirator van zijn collega’s en studenten. ‘Ik was getroffen door zijn vakkennis, creativiteit en scherpe visie.’

VEELEISEND
Als je op dit niveau wetenschap bedrijft moet je wel keihard werken en Lentink is dan ook ’s avonds nog veelvuldig op het lab te vinden. Die inzet verwacht hij ook van zijn studenten, die hem omschrijven als motiverend en bijzonder inspirerend, maar ook veeleisend. Jan Wouter Kruyt, student bij Lentink: ‘David is veeleisend op een goede manier en als dingen goed gaan, wordt hij nog gedrevener. Hij is er heel goed in om dingen gedaan te krijgen, maar je kunt ook heel gezellig met hem ouwehoeren.’
‘Super intrigerend en een enorme inspirator’, karakteriseert goede vriend en paranimf Erik Karruppannan hem. ‘Hij is overtuigd van zijn eigen visie, maar staat daarnaast ook open voor aanvullende ideeën.’ Toch moet je wel van goede huize komen om Lentink van gedachte te doen veranderen, ook al weigeren zijn collega’s hem als ‘eigenwijs’ te betitelen.
Ook Johan van Leeuwen, promotor van Lentink, is vol lof en beschrijft hem als één van zijn beste studenten ooit. ‘David is heel creatief en door zijn enorme hoeveelheid theoretische bagage kan hij experimenten snel en slim opzetten’, vertelt Van Leeuwen. ‘Zijn theoretische analyse van roterende vleugels is geweldig en zeker zo goed als zijn Science-publicatie over esdoornzaden.’
In februari 2010 zit de postdoc van Lentink bij Harvard erop en keert hij terug naar Experimentele Dierkunde, waar hij volgens paranimf Erik Karruppannan ‘uitstekend op zijn plaats is.’ HELIKOPTEREN IN SCIENCE
Gevleugelde, roterende zaden, zoals die van de esdoorn, de helikoptertjes, gebruiken dezelfde principes als insecten, vleermuizen en vogels om langer in de lucht te blijven, zo ontdekte Lentink. Hij publiceerde dit resultaat op 12 juni in Science. De helikoptertjes kunnen dankzij de roterende vlucht een stuk langer in de lucht blijven dan even grote zaden die niet roteren. Dankzij het helikopteren verdubbelt de lift zelfs. Dit komt doordat langs de randen van de roterende vleugels wervels ontstaan die als een soort minitornado’s aan de voorrand van de vleugel blijven plakken. De minitornado’s creëren onderdruk, waardoor ze het zaad als het ware een beetje omhoog zuigen. Hierdoor vliegen ze verder en verspreiden zich efficiënter dan je op grond van hun gewicht en vleugeloppervlak zou verwachten.

Re:ageer