Wetenschap - 1 januari 1970

Universiteitsbreed vak komt moeizaam van de grond

Universiteitsbreed vak komt moeizaam van de grond

Universiteitsbreed vak komt moeizaam van de grond


In het instellingsplan is het doel gesteld om in het studiejaar 2004/2005
te starten met een vak voor alle masterstudenten van Wageningen
Universiteit waarin studenten uit verschillende vakgebieden met elkaar
werken aan een ‘echt vraagstuk’. De onderwijsinstituten zijn het echter nog
lang niet eens over de inhoud van dit Academisch Master Cluster (AMC). Het
is dan ook onwaarschijnlijk dat het in 2004 universiteitsbreed gegeven gaat
worden.

,,Als ik je al m'n frustraties vertel, heeft verder doorgaan geen zin",
aldus dr Tjeerd Jan Stomph, coordinator AMC bij onderwijsinstituut
Levenswetenschappen (OWI-L). Hij betreurt het zeer dat de OWI’s het cluster
een dusdanige eigen invulling en functie hebben gegeven dat het samen
opzetten van casussen nog niet mogelijk is. Hoewel centraal wel is bepaald
dat er een OWI-overstijgend AMC moet komen, doet het college van bestuur er
volgens Stomph niks aan om dat ook daadwerkelijk te verwezenlijken. ,,Er
wordt van hoger hand niks vastgesteld. Speelman stelt niemand aan om een
AMC te maken voor alle studies.'', aldus Stomph.
In het instellingsplan wordt het academisch master cluster gelanceerd als
een universiteitsbreed vak waarin studenten de vaardigheden bijgebracht
krijgen om de 'beta-gamma-interactie' in het 'werkzame leven' aan te
kunnen. Het plan geeft een voorbeeld van een casus waarin de haalbaarheid
en wenselijkheid van een nieuw voedingsmiddel wordt onderzocht:
biotechnologen en levensmiddelentechnologen ontwerpen een productieproces,
economen zorgen voor marktinformatie en kennis over consumentenreactie, er
komt een marketingplan, gezondheidseffecten en milieugevolgen worden
bekeken. De haalbaarheid en wenselijkheid van het nieuwe voedingsmiddel
hangt af van alle onderzochte aspecten.

Ieder voor zich
Om dit voorbeeld werkelijkheid te maken leveren de onderwijsinstituten
volgens het instellingsplan eind 2003 gezamenlijk voor elke opleidingen een
aantal casussen. Op dit moment doen de onderwijsinstituten nog niks samen,
ze zijn ieder voor zich op zoek naar vraagstukken. Bio- en
levensmiddelentechnologie hebben het mastercluster überhaupt niet in het
programma voor de master opgenomen. Studenten van de opleidingen die onder
levens-, maatschappij- en omgevingswetenschappen vallen kunnen wel een AMC
volgen bij een ander onderwijsinstituut.
De samenwerkingsverbanden die er waren tussen de verschillende
onderwijsinstituten ten tijde van het beroepsvoorbereidend blok, de
voorganger van het AMC, zijn komen te vervallen. Zo konden studenten zich
via een gemeenschappelijke website inschrijven voor casussen bij
levenswetenschappen en omgevingswetenschappen zonder te kunnen zien door
wie het vraagstuk werd aangeboden. ,,De studenten kozen voor de casus, niet
voor het instituut'', aldus Stomph. De invulling van het academisch
masterblok van Omgevingswetenschappen is nu zo verschillend van die van
Levenswetenschappen dat het delen van casussen op dit moment niet mogelijk
is. OWI Omgevingswetenschappen (OWI-O) waar onder andere Soil Science en
International Land and Water Management onder vallen heeft gekozen voor een
8 punts AMC wat bestaat uit vier punten vaardigheidstrainingen en een casus
van vier punten. Terwijl OWI-L, dat onder andere verantwoordelijk is voor
de masters Animal Sciences en Plant Sciences, 4 punten vaardigheidstraining
aanbied, 1 punt besteedt aan het schrijven van het projectvoorstel en 5
punten inzet voor de casus.

Stomph is toch positief over de toekomst van een multidisciplinair AMC.
,,We doen nu een pas terug om twee passen voorwaarts te zetten" Volgens
Stomph zullen we over 5 jaar een universiteitsbreed AMC kennen, waarbij de
meeste studenten universiteitsbreed kunnen kiezen uit casussen. Enkele
opleidingen zoals Landschap, planning en ontwerp en Biotechnology zullen
volgens Stomph uitzonderingen blijven omdat deze opleidingen een hele
specifieke functie geven aan hun AMC.
,,Ik zou graag eens een succesvol voorbeeld zien. Waarbij studenten ook nog
eens goed begeleid worden'', reageert ir Rolf Marteijn, lid van OWI-
Technologie en voeding en co-ördinator AMC op de vraag naar de
mogelijkheden voor discipline interactie in het AMC. Marteijn is sceptisch
over de mogelijkheden voor multidisciplinariteit in het AMC omdat het
lastig is om een passende roostering voor alle studenten te maken en omdat
casussen die interessant zijn voor studenten uit verschillende disciplines
niet op straat liggen. ,,Echte multidisciplinariteit vraagt andere
structuren'', aldus Martijen. Voor het begeleiden en beoordelen van een
multidisciplinair studententeam is volgens Martijen een multidisciplinair
begeleidingsteam nodig. ,,Zo'n structuur opzetten kost veel tijd. Dat doe
je niet in een achternamiddag'', aldus Martijen. Voor Moleculaire
wetenschappen en Voeding is er een nieuw AMC opgestart dat 2 studiepunten
besteed aan vaardigheden en 8 aan de casus. Volgens Martijen hebben ander
OWI's gekozen voor meer vaardigheden en een kleinere casus omdat dat minder
vraagt van de begeleiding.

Uitvoerbaar
Masters die onder OWI-Maatschappijwetenschappen (OWI-M) vallen zoals
Internationale ontwikkelingsstudies kenden voorheen geen
beroepsvoorbereidend blok. Zij moesten het AMC dus uit het niets opzetten.
OWI-M heeft gekozen voor een casus van 6 punten en 2 punten
vaardigheidstrainingen, die net als bij het AMC van de andere OWI's gericht
zijn op communicatieve vaardigheden, projectmanagement en ontwerp. Volgens
AMC-coördinator dr Gerda Casimir wil OWI-L dat studenten het vak ethiek
doen voordat zij aan het academisch mastercluster te beginnen. Casimir wil
graag casussen aanbieden waar ruimte is voor studenten van buiten
maatschappijwetenschappen. Dit maakt het zoeken naar casussen lastiger,
omdat het volgens haar onzeker blijft of er daadwerkelijk studenten komen
van andere OWI's. ,,Een casus moet daarom ook zonder die ene student
voeding uitvoerbaar zijn, en aan de andere kant toch voldoende uitdaging
bieden voor zo'n student.", aldus Casimir. Ook vindt zij het jammer dat de
OWI's hun AMC's niet op elkaar hebben afgesteld, maar zij heeft de hoop nog
niet opgegeven. ,,Je kunt wel van bovenaf je kont tegen de krib gooien,
maar misschien komt het nog wel goed als we van onder af de zaken goed op
elkaar afstemmen.'' Het zal voor studenten maatschappijwetenschappen in
ieder geval mogelijk zijn om het AMC bij levens- of omgevingswetenschappen
te volgen. | G.v.H.

Re:ageer