Organisatie - 10 september 2015

Universiteiten versus Elsevier

tekst:
Rob Ramaker
1

De Nederlandse universiteiten willen niet extra betalen maar willen wel dat al hun artikelen openbaar worden. Onderhandelingen met het uitgeefconcern Elsevier verlopen nog altijd moeizaam. Een definitieve breuk heeft enorme gevolgen.

Breuk met Elsevier

Illustraties: Geert-Jan Bruins

In juli lieten de universiteiten weten een boycot van Elsevier te onderzoeken. Die zou worden opgebouwd als een drietrapsraket, zei Gerard Meijer afgelopen juli in de NRC. Hij is hoofdonderhandelaar namens de universiteiten en collegevoorzitter van de Radboud Universiteit. Meijer mikte allereerst op wetenschappers met een (bij)baan als redacteur bij één van de 2200 Elsevierbladen. Hij wil hun vragen of ze bereid zijn hiermee te stoppen. Wanneer dat geen effect heeft, volgt een oproep aan alle onderzoekers om voortaan geen artikelen meer te beoordelen op kwaliteit – peer review. Uiteindelijk moet er zelfs gestopt worden met het inzenden van artikelen.

Het is lastig in te schatten hoeveel pijn zo’n boycot Elsevier zou doen. Volgens schattingen van de Vereniging van Nederlandse Universiteiten (VSNU) levert ons land ruim 835 redacteuren op een totaal van – volgens Elsevier – 17,5 duizend redacteuren over de hele wereld. Van hen werken er 94 aan Wageningen UR. En uit een raadpleging blijkt dat maar de helft van hen bereid is dit werk neer te leggen. Bij sommige instellingen is de actiebereidheid groter. Het afdwingen van een boycot op kwaliteitsbeoordeling of op het publiceren van artikelen lijkt nog lastiger af te dwingen.

13_afbeelding_los.jpg

De Nederlandse boycot zou ook niet de eerste zijn waar Elsevier mee te maken krijgt. In 2012 startte de Britse wiskundige Tim Gowers zijn petitie The Cost of Knowledge. Hij protesteerde hiermee tegen de hoge abonnementsprijzen van Elsevier. Uit het jaarverslag over 2014 blijkt dat Elsevier per euro 37 cent winst (voor belasting) maakt op de academische activiteiten. Gowers’ petitie werd door 15 duizend mensen ondertekend. De wiskundige is niet tevreden met het bereikte effect, zo is terug te lezen op zijn blog. Behalve een paar snelle concessies van Elsevier ziet hij weinig substantiële verandering.
In een reactie zegt Elsevier absoluut niet tegen open access te zijn. Het bedrijf constateert ook dat ontwikkelingen die kant op gaan. Het uitgeefconcern investeert uitgebreid in initiatieven voor ‘open’ wetenschap, zegt Philippe Terheggen, managing director STM journals bij Elsevier. Ook zijn 200 van hun 2200 tijdschriften inmiddels open access. En nog eens 1600 zijn hybride, wat betekent, dat wanneer de auteur betaalt, zijn papers voor iedereen toegankelijk worden gemaakt.

Ondertussen constateert Elsevier ook dat de Nederlandse universiteiten de overstap naa open access veel sneller willen maken. Ook wenst Nederland nadrukkelijk dat bladen in hun geheel openbaar worden, de zogenaamde ‘gouden’ open access. Buiten ons land is juist nog veel vraag naar toegang via abonnementen, zegt Terheggen. Eventueel aangevuld met ‘groene’ open access, waarbij onderzoekers een concept-artikel op hun eigen site of in een database mogen zetten. ‘Het Verenigd Koninkrijk en Nederland zijn vooralsnog de enige landen die kiezen voor een transitie naar gouden open access. Dat betekent dat deze landen voor extra kosten staan’, zegt Terheggen. ‘Je betaalt als land voor het vrij toegankelijk maken van je eigen artikelen voor de rest van de wereld, terwijl je ook toegang wil behouden tot artikelen uit landen die nog werken met abonnementen.’ Verder wijst hij erop dat Elsevier veel investeert in online platforms waarvan dagelijks miljoenen papers worden gedownload.

Nederland wenst dat bladen in hun geheel openbaar worden, de zogenaamde 'gouden'open access

Zelf verwacht Elsevier niet dat het tot een breuk gaat komen. ‘We hebben geen enkele indicatie dat het niet goed zou afl open’, zegt Terheggen. ‘Zowel Elsevier als de VSNU willen uiteindelijk een transitie naar open access.’ Hij wil dan ook niet speculeren over de gevolgen van een eventuele breuk. De gevolgen van zo’n breuk zouden ingrijpend zijn. Elsevier verliest vanzelfsprekend een deel van zijn inkomsten. Universiteiten mogen niet vertellen hoeveel ze betalen aan Elsevier, maar in het buitenland komen druppelsgewijs meer getallen naar buiten. Zo betaalden Amerikaanse universiteiten in 2009 tussen 400 duizend en 2 miljoen dollar per jaar. Het is echter onduidelijk of de Nederlandse situatie vergelijkbaar is. Op de totale omzet van Elsevier – 7,2 miljard euro (2014) – is het bedrag echter een schijntje. Veel schadelijker voor het bedrijf is de negatieve publiciteit. Die zou kunnen leiden naar soortgelijke acties in andere landen.

Universiteiten, en zeker Wageningen UR, gaan de effecten veel sterker voelen. Van alle wetenschappelijke uitgevers heeft Elsevier veruit de meeste marktmacht. Zo verscheen tussen 2008 en 2014 zo’n 25 procent van de Nederlandse artikelen in een Elsevier tijdschrift, zegt John Janssen, senior contract manager bij Surfmarket. Hij tekent hierbij aan dat dit waarschijnlijk een overschatting is. Voor onderzoekers van Wageningen UR blijkt dit marktaandeel nog hoger. De WUR-library geeft aan dat 35 procent van de artikelen in Elsevierbladen verschijnt.

Ook lezen en citeren Wageningse wetenschappers veel uit deze bladen. Van al het werk dat ze aanhalen, staat 33 procent in bladen van Elsevier. En uit de gegevens van Surfmarket blijkt dat Wageningse onderzoekers in Nederland bijna koploper zijn in het downloaden van Elsevierartikelen. Het heeft waarschijnlijk te maken met de Wageningse focus op natuurwetenschap. Na een breuk moeten zij deze artikelen voortaan kopen, opvragen bij de auteurs of aankloppen bij collega-onderzoekers. ‘De universiteiten en Elsevier zijn afhankelijk van elkaar’, vat Janssen de situatie samen, ‘maar de universiteiten zijn afhankelijker van Elsevier dan andersom.’

Sinds korte tijd zitten Elsevier en de VSNU weer om de tafel. Alle partijen zijn daar optimistisch over. Gezien de krachtsverhoudingen is het maar de vraag of het resultaat voor de universiteiten naar wens zal zijn. Janssen verwacht dat een gedeeltelijke deal het hoogst haalbare is. Op de lange termijn lijkt de beweging naar open access echter niet te stuiten.

Re:acties 1

  • Egon

    "Van al het werk dat ze aanhalen, staat 33 procent in bladen van Elsevier."

    Dat moet natuurlijk in relatie gezet worden met het marktaandeel van Elsevier; wat is het percentage wetenschappelijke titels dat Nederlandse universiteiten toegang toe hebben dat onder de Elsevier uitgeverij valt? Allleen als dat percentage afwijkt is er mogelijk iets niet-willekeurigs aan de hand, maar als de marktaandeel van Elsevier ook 33% is, dan kan het mogelijk gewoon kans zijn (random sampling). Als de marktaandeel van Elsevier 40% is, dan zou het zo maar kunnen dat Nederlandse wetenschappers dus *niet* graag Elsevierartikelen citeren.

    Wat is dat marktaandeel?

    Reageer

Re:ageer