Wetenschap - 19 oktober 2018

‘Universiteiten verdienen te veel aan buitenpromovendi’

tekst:
Albert Sikkema,Hoger Onderwijs Persbureau

Universiteiten maken veel winst op promovendi van buiten de universiteit. Dat moet snel veranderen, vindt het Promovendi Netwerk Nederland (PNN).

Een promotie in de Aula © Joris Schaap

Promovendi zijn er in soorten en maten. Vaak zijn ze in dienst van een universiteit en krijgen ze een salaris. Maar er zijn ook mensen die naast hun gewone baan, of in hun vrije tijd, een proefschrift schrijven: de buitenpromovendi. Voor de promotiebonus maakt het allemaal geen verschil: de overheid legt voor elke doctorstitel hetzelfde bedrag op tafel: zo’n 80 duizend euro. Daar moet verandering in komen, staat in het PNN-actieplan voor een herziening van het promotiesysteem.

Promotiefabiek
Het PNN noemt de promotiebonus een ‘perverse prikkel’. Je ziet in Tilburg waar die toe kan leiden, zegt voorzitter Anne de Vries. Aan die universiteit is volgens radioprogramma Argos een promotiefabriek ontstaan. De Vries denkt dat dit op meer plaatsen speelt. ‘Aan sommige universiteiten zijn hele centra opgericht om buitenpromovendi te werven. Soms betalen die mensen zelfs collegegeld, zodat de universiteit er nog minder kosten aan heeft.’

Job Claushuis, lid van de PhD Council van WUR, denkt dat de situatie in Wageningen beter is dan in Tilburg. ‘We hebben in Wageningen bij mijn weten geen hoogleraren met promotiefabrieken, waar de promovendi moeten betalen om te promoveren.’ Claushuis ziet wel grote verschillen tussen Wageningse leerstoelgroepen. ‘Sommige groepen leunen sterk op buitenlandse sandwich-PhD’s die een beperkt arbeidscontract met WUR hebben. Daarmee wordt de promotievergoeding belangrijker in de begroting van de groep, waardoor de vergoeding van het ministerie een perverse prikkel kan worden.'

Sommige groepen leunen sterk op buitenlandse sandwich-PhD’s die een beperkt arbeidscontract met WUR hebben

Nog perverser
De perversiteit van de promotievergoeding uit zich vooral in de wedloop tussen universiteiten die eruit voortkomt, stelt Claushuis. Het ministerie heeft namelijk een maximum gesteld aan het totale bedrag van promotievergoedingen, waardoor de promotievergoeding per promovendus daalt als het aantal promovendi toeneemt. ‘Wageningen heeft relatief veel promovendi, maar de Wageningse onderzoekscholen bieden veel kwaliteit en goede begeleiding en training van promovendi. Groningen lijkt een andere kant op te gaan. Die probeert de promotieduur te verkorten, om minder kosten per promotie te maken bij gelijke promotievergoeding. Door meer promovendi aan te trekken, zal er relatief meer promotievergoeding naar Groningen gaan, waarbij het maar de vraag is of de kwaliteit van de promoties in Groningen hetzelfde zal blijven.’

Claushuis denkt dat de promotievergoeding zich moet verhouden tot de werkelijke kosten die de universiteiten maken voor verschillende soorten promovendi. ‘Beter nog: per promovendus. Dan heb je geen perverse prikkel meer.’ Claushuis, die ook in het landelijke promovendinetwerk zit, verwoordt daarmee het pleidooi van het PNN dat de overheid meer gaat betalen voor dure promovendi en minder voor goedkopere.

Kop indrukken
Richard Visser, de Wageningse Dean of Research, beaamt dat de promotievergoeding van 80.000 euro een perverse prikkel kan zijn. ‘Vandaar dat we er in Wageningen voor hebben gekozen om deze prikkel zoveel mogelijk de kop in te drukken. We eisen dat de leerstoelgroepen voldoende tijd en begeleiding steken in promovendi, ongeacht het soort aanstelling. Dat controleren we ook, want ze hebben recht op begeleiding.’

We eisen dat de leerstoelgroepen voldoende tijd en begeleiding steken in promovendi, ongeacht het soort aanstelling

Promovendi zonder aanstelling lopen in Wageningen gewoon vier jaar mee in het systeem van promovendi, inclusief internetaccount, deelname aan bijeenkomsten van de graduate school en allerlei cursussen, zegt Visser.  Bij promovendi die een joint degree promotie doen aan WUR en een andere universiteit, declareert WUR maar de helft van de promoties bij de Nederlandse overheid, voegt hij toe. ‘Dit benadrukt ons beleid dat double degrees voor PhD’s puur worden ingestoken vanuit de inhoudelijke wens om samen te werken met die andere universiteit.’


Re:ageer