Student - 30 juni 2010

Universiteit voert peer review voor onderwijs in

Hoogleraren van Wageningen Universiteit vragen collega’s van andere instellingen voortaan om een oordeel over hun onderwijs. Een pilot daarmee beviel goed.

Peer review is onmisbaar in het onderzoek, maar kan ook nuttig zijn bij de beoordeling van onderwijs. Twee Wageningse hoogleraren, Johan van Arendonk en Marcel Zwietering, vroegen collega-hoogleraren enkele vakken te beoordelen. Ze presenteerden hun bevindingen vorige week bij het hooglerarenoverleg.
‘Zelf ben ik heel tevreden over het onderwijs. Juist daarom is het heel goed om er iemand van buiten naar te laten kijken', aldus Marcel Zwietering, hoogleraar Levensmiddelenmicrobiologie. Hij vroeg Colin Hill, hoogleraar Microbial Food Safety aan het Ierse University College Cork, om vier vakken uit de master Food Safety te beoordelen op inhoud en leermiddelen, zoals studieboeken, readers en voorbeeldexamens. Hill, die Wageningen aandeed voor een conferentie, noemde het programma uitstekend, veeleisend en coherent. Zwietering: ‘Hij was heel enthousiast, dat is een bevestiging dat we op de goede weg zitten. Ook bracht hij nog wat kleine punten onder de aandacht. Bijvoorbeeld dat bepaalde soorten micro-organismen iets minder aan bod komen.'
Momenteel ontbreekt een inhoudelijke onderwijsevaluatie. Studenten evalueren de vakken wel, maar dan gaat het om studeerbaarheid en presentatie. ‘Studenten hebben nog geen referentiekader', legt Zwietering uit. Daardoor kunnen ze de vakken niet inhoudelijk beoordelen. Ook de accreditatiecommissie biedt op dat vlak geen uitkomst, omdat de commissieleden buiten het vakgebied staan.'
Koppeling
Na de zomer wordt de peer review voor het onderwijs ingevoerd bij alle Wageningse leerstoelgroepen. Dit evaluatiemiddel moet dan eens in de zes jaar worden toegepast. ‘Deze inhoudelijke evaluatie draagt bij aan de onderwijskwaliteit', onderstreept Pim Brascamp, directeur van het Onderwijsinstituut. De leerstoelgroepen moeten de peer review zelf regelen. Brascamp: ‘Het idee is om het te koppelen aan een bezoek van een buitenlandse hoogleraar, bijvoorbeeld voor een congres of promotie. De leerstoelgroep betaalt in dat geval de kosten voor een dag extra verblijf.'
Een andere mogelijkheid onderzocht Johan van Arendonk. De hoogleraar Fokkerij en genetica liet zijn vakken doorlichten door de partners in de Europese master Animal Breeding and Genetics. Eerst gaven de docenten in een zelfstudie hun visie op de sterke en zwakke punten van het onderwijs. Vervolgens bekeken drie buitenlandse collega's de vakken en spraken ze met docenten en studenten. Daarvoor kwamen ze speciaal twee dagen naar Wageningen.
‘Het was een flinke investering in tijd, maar het is uitermate waardevol geweest', zegt Van Arendonk. Zo vonden de peers bijvoorbeeld dat studenten zich niet te vroeg moeten specialiseren. ‘Studenten moeten ook over de heg kunnen kijken.' Net als Zwietering vond Van Arendonk het goed om te horen dat het wetenschappelijke niveau in orde is. ‘We mogen zeer tevreden zijn, maar we moeten uitkijken dat we niet achterover gaan leunen.' Zijn leerstoelgroep heeft inmiddels een actieplan opgesteld met verbeteringen voor het onderwijs.
 

Re:ageer